Waren zij echt 'in nood'?

Op volle sterkte rukten de Noorse hulpdiensten uit na een noodsignaal van een Nederlandse wandelgroep. Iedereen bleek ongedeerd. Toch zijn de Noren trots op hun actie.

Ontbijt in het hotel in Skjåk op de ochtend na de reddingsactie. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Ontbijt in het hotel in Skjåk op de ochtend na de reddingsactie.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Ze wisten alleen de coördinaten. Onder normale omstandigheden lag dat punt op veertig minuten sneeuwscooteren van Grötli, de laatste uitgestrekte vinger van het geciviliseerde Noorwegen, voordat de wildernis van het nationaal park Reinheimen begon. Het was in de buurt van een meer en van een kleine trekkershut, had reddingswerker Kai Rune Kveen op de kaart gezien.

Vanaf die plek hadden dertien toeristen een noodsignaal verzonden. Wandelaars uit Nederland, volgens de politie.

Veertig minuten onder normale omstandigheden. Maar de omstandigheden op vrijdagochtend kon je met de beste wil van de wereld niet normaal noemen, merkte Kveen zodra hij vertrokken was. 'Ik zag niks, echt niks, alleen maar wit, geen verschil tussen lucht en land, een 'white-out', zoals dat heet. Er was in de voorafgaande nacht één meter dertig verse sneeuw gevallen.'

Zijn sneeuwscooter zakte de hele tijd weg. Dan moest Kveen eruit om het ding uit te graven, zakte hij zelf tot zijn middel weg, moest hij er weer op klimmen en ondertussen oppassen dat hij de anderen niet kwijtraakte. 'Eén keer maakte ik met sneeuwscooter en al een vrije val van ongeveer drie meter.' Hij schrok behoorlijk. 'Het lawinegevaar is nu in dat gebied echt groot.'

Verradelijk

Kveen is de voorzitter van het plaatselijke Rode Kruis, de instantie die in Noorwegen vrijwilligers levert voor reddingsacties. Hij is een grote man in outdoorpak, ambulancebroeder van beroep, en dus ook in zijn vrije tijd mensenredder. Soms moet hij vier of vijf keer per winter de bergen in, soms gebeurt er een hele winter lang niks.

Op zondagmorgen, twee dagen na de reddingsoperatie, schijnt de zon. Koolmezen landen op Disneyfilm-achtige wijze op sneeuwzware berkentakken. 'Dit weer is verraderlijk', zegt Kveen. Hij wijst naar de witte bergtoppen, die hun spitsheid verloren in vervlogen ijstijden. 'Die daar zorgen voor het overrompelend snel omslaande weer hier', zegt Kveen. 'Ze vormen de grens tussen het zeeklimaat en het landklimaat.' En inderdaad, twintig minuten later sneeuwt het weer slome, dikke vlokken.

Vrijdagmorgen belde de politie. Om 7.54 uur, weet Kveen nog. Het regionale hoofdbureau in Lillehammer had het bericht over het noodsignaal gekregen van het Joint Rescue Coördination Centre Norway, het Amerikaanse centrum dat via satellieten de signalen opvangt van SPOT-alarmapparaten zoals de Nederlandse wandelaarsgroep bij zich had.

De politie, die in Noorwegen de omvang van reddingsoperaties bepaalt, zag de noodzaak om groot uit te pakken, vanwege het slechte weer en omdat ze niets wisten van de omstandigheden waarin de Nederlanders verkeerden. Met een SPOT kun je alleen zenden, en een satelliettelefoon had de groep niet. Maar dat had volgens Kveen ook weinig geholpen, want zo noordelijk op de aardbol staan de bergen vaak in de weg als je een signaal wilt verzenden.

Twee geredde wandelaars uit de Nederlandse wandelgroep. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Twee geredde wandelaars uit de Nederlandse wandelgroep.Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Vrijwilligers

Uit zijn woonplaats Skjåk trommelde Kveen dertig vrijwilligers op, dertig anderen kwamen uit de dorpen in de omgeving, met hun sneeuwscooters. In dit opzicht voldoen de Noren aan het Scandinavische cliché: geëngageerd, uitstekend georganiseerd, en materieel goed geoutilleerd. Van de 2.500 inwoners van Skjåk zijn er 50 vrijwillig reddingswerker.

Zo hard als het weer toeliet, reden de redders naar Grötli. Het leger was ook aangerukt, met twee helikopters. Maar die keerden weer snel om - de sneeuwstorm maakte het vliegen onmogelijk. In het hoofd van Kveen kwamen diverse scenario's voorbij. Een lawine? Gewonden? Voedsel op? Een zieke? Hut afgebrand? Onderkoeld? Paniek?

'Vermist' en 'in nood'. Een tweet van een nieuwssite voor Nederlanders in Zweden veroorzaakte vrijdagmorgen schrik in Nederland Twitterland. Daarna ging het snel: de live-blogs waren in een mum van tijd opgetuigd, de Noorwegen- en lawine-experts praatten de natie bij op radio en televisie. Sinds het fatale ongeluk van prins Friso, vier jaar geleden, doet het woord 'lawinegevaar' heel Nederland op het puntje van de bank zitten.

Rampscenariosoufflé

En toen, even na drie uur 's middags, zakte deze rampscenariosoufflé precies zo snel in als ze was opgeblazen: de wandelaars waren gevonden, alle dertien gezond, in een hut. Geen gruwelijke taferelen, zelfs geen bevroren ledematen, maar dertien mensen die, zo zei wandelaar Nienke van Ruiten zaterdagochtend, 'geen moment in paniek waren geweest', maar hadden ingestemd met de 'volledig rationele' beslissing van de reisleiders om na een vergeefse poging de tocht door de sneeuwstorm voort te zetten, op zoek te gaan naar de dichtstbijzijnde hut én een alarmsignaal uit te zenden.

Natuurlijk, het land was opgelucht, maar niet alleen dat. Iedereen was ongedeerd. Was er te vlug op de noodknop gedrukt? Of ten onrechte? Dat verwijt hing in de lucht.

Wat heet 'in nood'? Volgens Kveen, leider van de reddingsoperatie en van kinds af aan vertrouwd met de grillige natuur om hem heen, is het antwoord eenvoudig: 'Als mensen in de wildernis zijn en zich daar niet op hun gemak voelen, om welke reden dan ook, moeten ze een SOS-signaal uitzenden. Ook al is er maar één persoon in de groep die het niet meer uithoudt. Je moet luisteren naar de zwakste schakel.'

Kveen vindt dat groep Nederlanders het juiste besluit heeft genomen. 'Ja, we redden graag toeristen. Daar zijn we voor.'maar ze hadden geen idee wanneer dat kwam en er was nog maar voor één dag eten. Dus dan hadden ze zonder eten terug moeten lopen. Dat is nog veel onverantwoordelijker.'

Een pak sneeuw van ruim een meter was er de vorige nacht gevallen. Beeld
Een pak sneeuw van ruim een meter was er de vorige nacht gevallen.Beeld

Golf van opluchting

De discussie in de Nederlandse media over de vraag of de groep wel echt in nood verkeerde, vindt Kveen dus 'zinloos' : het is zoals met een pijngrens, die ligt bij iedere mens anders. 'Maar dat is geen reden om mensen met een lagere pijngrens niet serieus te nemen.'

Volgens wandelaar Merlijn Chaudron was de stemming in de hut 'goed' en zelfs 'ontspannen'. Kveen observeerde iets anders. Toen hij de hut binnenstapte, zag hij een golf van opluchting over de gezichten trekken. 'Ze waren daar duidelijk niet op hun gemak.' Wel zag hij meteen dat hij met 'ervaren wandelaars in goede conditie' te maken had.

Het reddingsteam was danig uitgedund toen het bij de hut arriveerde. Tien sneeuwscooters hadden onderweg moeten opgeven. De overige reden na de vondst van de groep in estafette over het moeizaam afgelegde parcours heen en weer om de weg open te houden, om met de Nederlanders veilig terug te kunnen keren. Een aantal groepsleden, hoeveel is niet bekend, ging mee terug op sneeuwscooters.

Van Oslo naar het noordelijkste puntje van Noorwegen, de Noordkaap, is ongeveer even ver als van Oslo naar Rome. Per jaar voeren Rode Kruis en de politie in de zuidelijke helft van Noorwegen op het land 2.500 reddingsacties uit, zegt Ståle Jamtli van het Joint Rescue Coordination Centre. Dan telt hij zomer en winter dus bij elkaar op, want ook 's zomers gebeuren er in de bergen ongelukken of raken er mensen zoek.

null Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Hut

Toen het centrum vrijdagmorgen het SOS-signaal binnenkreeg uit de VS, vroeg niemand zich een moment af of het signaal terecht of ten onrechte was verzonden. 'Als we zo'n signaal krijgen, bellen we de politie en volgt er een operatie. Altijd.'

Cijfers die de vraag beantwoorden of toeristen vaker SOS-signalen verzenden dan Noren zegt Jamtli niet te hebben. 'En als dat al zo zou zijn: we redden graag toeristen. Daar zijn we voor.'

Er is wel iets anders dat hem opvalt. Als er Noren vermist zijn, horen de hulpdiensten dat vaak van familieleden, niet van de vermisten zelf. De familieleden slaan alarm als mensen niet thuiskomen op de dag dat ze zouden moeten thuiskomen. Vaak blijken ze in een hut te zitten. 'Maar in dat geval weet je alleen dat er mensen vermist zijn en niet waar ze vermist zijn. Wij waren daarom blij dat de Nederlanders meteen een noodsignaal hadden verzonden, zodat we wisten waar ze zaten.'

De aankomst van de groep en de reddingswerkers in Grötli was zaterdag voorpaginanieuws in de grootste regionale krant, de Gudbrandsdølen Dagningen. Dat is verrassend, met het oog op de nuchtere woorden van Kveen en Jamtli en de relativerende cijfers over het aantal reddingsoperaties.

'We hebben die keuze gemaakt om twee redenen', zegt redactiechef Olav Müller. 'In de eerste plaats vanwege het drama dat had kunnen plaatsvinden als deze dertien mensen bedolven waren geraakt onder een lawine.'

Maar de doorslaggevende reden was, volgens Müller, 'dat Noorwegen trots is op hun reddingswerkers, trots dat zo'n kleine bevolking van zo'n groot land over het organisatievermogen en de burgerzin beschikt om zulke reddingen succesvol te maken.'

Wie betaalt de reddingskosten?

Een reddingsoperatie zoals vrijdag in Noorwegen plaatsvond, kan al gauw duizenden tot tienduizend euro's kosten. Wie daarvoor opdraait, hangt van het land af, zegt de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging (NKBV).

De Nederlandse wandelaars hoeven hun reddingsoperatie niet te betalen: dat doet de Noorse overheid. Dat is volgens NKBV-directeur Robin Baks niet vanzelfsprekend. 'Mensen gaan vaak op stap in de veronderstelling dat, mochten ze uit de sneeuw gehaald moeten worden, de kosten wel gedekt zijn. Maar in bijvoorbeeld Oostenrijk of Zwitserland worden reddingsacties aan de particulier doorgerekend. De meeste verzekeringen dekken dat niet.'

In de Franse Alpen worden reddingskosten vaak wel door lokale autoriteiten gedragen, mits er geen misbruik wordt gemaakt van de hulpoproep. 'Dan behoudt men zich wel het recht voor om te zeggen: wij zijn geen taxi.'

De reizigers in Noorwegen maakten voor hun noodoproep gebruik van het gps-apparaat SPOT, waarmee alleen signalen kunnen worden uitgezonden. Voor dit apparaat is volgens reisorganisatie Nivon gekozen omdat het lichter en goedkoper is dan een satelliettelefoon. Die heeft volgens de NKBV weer als voordeel dat je de situatie kunt uitleggen, waardoor beter valt in te schatten wat nodig is.

Dit is de eerste redding van sneeuwschoenwandelaars in Noorwegen waarvan Baks in zijn vijf jaar bij het NKBV heeft gehoord. Of de hulpvraag terecht was, vindt Baks moeilijk te zeggen. 'Het is geen lawinegevaarlijk terrein, dus wij zijn benieuwd waarom op die knop is gedrukt'.

Volgens Nivon hebben de Noorse hulpdiensten laten weten dat de wandelaars er goed aan hebben gedaan alarm te slaan.

Meer over