Wapenmeester van Al Qa'ida

Na de aanslagen op Amerika liep zijn rechterhand over naar de CIA en stortte zijn imperium in. Viktor Boet, een van 's wereld grootste wapenhandelaren, houdt zich van den domme....

De ene keer laat hij zich Aminov noemen, de andere keer Boetov of Badd of Boelakin, maar zijn echte naam is Boet, Viktor Boet. Mensen die zaken met hem hebben gedaan, noemen hem een man van weinig woorden, die goed luistert naar wat anderen zeggen. Hij lijkt in niets op de maffiose types met speknekken en gouden kettingen die in de jaren negentig in Rusland doorgingen voor biznesmeny. Eerder op iemand uit een familie van ingenieurs of intellectuelen. Midden 30, onopvallend, aan de gezette kant. Hij houdt van Russische klassieke literatuur, vooral van Boenin en Koeprin, zijn vrouw Alla is binnenhuisarchitecte, zijn dochtertje speelt viool.

Boet was een succesvolle, maar niet erg bekende zakenman, een van de Russen die van de nieuwe vrijheid hadden geprofiteerd. Zonder de terreuraanval op de Verenigde Staten zou hij dat waarschijnlijk nog steeds zijn. Geheime diensten hadden wel een vermoeden van zijn activiteiten, maar de halfhartige pogingen hem de voet dwars te zetten, liepen op niets uit.

Pas na de 11de september kwamen ze voluit in actie. Kort geleden vaardigde de Belgische onderzoeksrechter een internationaal arrestatiebevel tegen hem uit. Boet, die voortdurend van het ene naar het andere land verhuisde, verdween van de aardbodem. Amerikaanse en Britse functionarissen lekten naar de pers, in de wetenschap dat hij door klinkende krantenkoppen de anonimiteit zou kwijtraken die hij nodig heeft voor zijn zaken. 'Een handelaar in de dood', werd hij genoemd, en: 'De wapenmeester van Al Qa'ida.'

Het karakter van de wapenhandel is door het einde van de Koude Oorlog veranderd. Wat vroeger een zaak was van regeringen en hun geheime diensten is het jachtterrein van privé-makelaars geworden. Ze maken handig gebruik van de globalisering en de flitseconomie om nationale regels te omzeilen. In het rapport The Arms Fixers uit 1999 van de International Peace Information Service staat hoe een makelaar de klant en de producent op een discrete wijze bij elkaar brengt en regelt dat de wapens worden afgeleverd. 'In de loop der jaren hebben sommige van deze privé-tussenpersonen een fortuin verdiend aan commissies of smeergeld, vooral als de transactie transporten met zich meebrengt naar illegale, onder embargo staande, ontvangers.' Viktor Boet is volgens Westerse inlichtingendiensten een van de grootste en hardste wapenmakelaars.

Het vliegveld van Oostende, 1995. Met een Belgische partner begint Boet een luchtvrachtmaatschappijtje. Air Cess bestaat uit één aftandse Iljoesjin en twee leasetoestellen, maar binnen een jaar staan er enkele tientallen toestellen van Sovjet-makelij. Waar komen die vandaan? Luchtvaartinspecteur Valeri Spoernov uit de Oeralstad Tsjeljabinsk vertelt aan de krant Komsomolskaja Pravda hoe Boet oude vrachttoestellen opkoopt die zijn afgeschreven als schroot. 'Voor een paar kopeken.' Later duiken die vliegtuigen onder nieuwe registratienummers op in Angola en andere Afrikaanse landen.

Wat vervoert Boet met zijn vliegtuigen? Ze vertrekken leeg uit Oostende en komen leeg terug. Johan Peleman, een Belg die voor de Verenigde Naties onderzoek doet naar de wapenhandel in Afrika, verdenkt hem ervan leverancier te zijn van regimes en rebellen in landen die onder VN-embargo staan. Hutu-milities in Rwanda, het Revolutionary United Front in Sierra Leone, Unita in Angola.

In 1998 ontdekken de autoriteiten van Swaziland dat smeergeld is betaald op de Zwitserse bankrekening van een hoge ambtenaar, onder andere om vliegtuigen van Air Cess te registreren. In de laadruimte van een van die vliegtuigen vinden ze twee Russische militaire helikopters, die in de vrachtbrieven werden beschreven als reserveonderdelen voor machines.

Het is moeilijk de verdenkingen tegen Boet hard te maken: zijn vliegtuigen staan geregistreerd in Liberia, Lesotho en Swaziland, waar de autoriteiten te koop zijn en het toezicht minimaal is. Ze worden bestuurd door Russische piloten die voor een maandloon vijf- à zesduizend dollar, een klein fortuin voor een Oost-Europeaan, hun mond houden. 'Gesloten kisten', zegt een anoniem bemanningslid over de lading.

Het succes van Boet is te danken aan zijn organisatietalent en zijn talenknobbel; hij spreekt behalve Frans, Spaans en Portugees ook Xhosa en Zulu. Hij studeert in de jaren tachtig aan het Militair Taleninstituut in Moskou en wordt daarna naar Angola gestuurd. De Sovjet-Unie is bezig uit elkaar te vallen: overal zijn KGB'ers en officieren bezig hun eigen handeltje op te zetten. Boet heeft contacten met de militaire piloten en de Angolese leiders. 'Wapens voor diamanten', zegt luchtvaartinspecteur Spoernov. 'De kans lag voor het grijpen'. De wapenfabrieken in het Oostblok liggen zo goed als stil; ze zitten te springen om orders en stellen geen lastige vragen. De oude ideologische beperkingen zijn verdwenen; wie voor wapens kan betalen, kan ze krijgen via Boet.

Als in 1997 in de Belgische pers verhalen verschijnen dat Boet de wapens aan de Hutu's heeft geleverd waarmee ze de Tutsi's hebben uitgemoord, sluit hij het kantoor in Oostende en neemt de wijk naar de Verenigde Arabische Emiraten. De zaken gaan gewoon door. Afrika is niet meer van strategisch belang, zoals vroeger. Hij kan zijn gang gaan. Bovendien houdt Boet er een netwerk van bedrijfjes op na, geregistreerd in diverse landen, die opdrachten doorschuiven en vliegtuigen van elkaar leasen. Wat in het ene land verboden is, is in het andere legaal.

'Wonderlijke beschuldigingen', zei Boet vorige week tegen het radiostation Echo Moskvy. Hij houdt vol dat hij een doodgewone ondernemer is, die niets op zijn kerfstok heeft. 'Als een klant voor een transport per uur betaalt, is het niet de transporteur die bepaalt wat er wordt vervoerd, maar de persoon of organisatie die opdracht heeft gegeven voor het transport.' De geruchten over wapenhandel zijn de wereld in geholpen door jaloerse concurrenten. 'Over Russen bestaan veel vooroordelen. Als een Russische ondernemer in het buitenland werkt, is het eerste dat ze in het Westen denken: een Rus, dus maffia, dus wapens.'

Air Cess vloog volgens Boet 'heel erg veel' op Afghanistan. Boet groeide op in de Sovjet-republiek Tadzjikistan. Met de krijgsheren uit het noorden van Afghanistan, etnische Tadzjieken, onderhoudt hij goede contacten. Een van zijn Iljoesjins wordt in 1995 door de Taliban op het vliegveld van Kandahar in beslag genomen en de Russische bemanning gegijzeld.

Hij vliegt naar Kandahar om te onderhandelen, en is een van de weinige niet-moslims die door mullah Omar wordt ontvangen. Na meer dan een jaar krijgt hij het toestel terug, de bemanning wordt vrijgelaten en Air Cess begint drie keer per week op Kandahar en later ook op Kabul te vliegen. Voor de autoriteiten in de Emiraten is dat geen probleem: ze hebben het Taliban-bewind officieel erkend.

Pas als de CIA zich door de aanslagen op de Amerikaanse ambassade in Kenia richt op Osama Bin Laden en Afghanistan, komt Boet volgens de Washington Post in het vizier. De CIA en de Britse geheime dienst MI6 volgen zijn vliegtuigen, luisteren hem af en proberen te verhinderen dat hij in Oost-Europa wapens inkoopt.

'Er is geen twijfel aan dat Boet de Taliban en Al Qa'ida voorzag van wapens', verklaarde Peter Hain, de hoogste Britse diplomaat onlangs. Westerse geheime diensten geloven dat hij op zijn minst één keer een lading chemicaliën heeft vervoerd op bestelling van Al Qa'ida. Ze vragen de Emiraten de Rus uit te wijzen. Tevergeefs: Boet is zo slim geweest een familielid van een emir als partner in zijn bedrijf op te nemen. Zelfs als de Verenigde Naties een luchtvaartembargo tegen de Taliban afkondigen, krijgt een maatschappijtje van Boet een tijdelijke vrijstelling.

De geheime diensten boeken pas succes na de 11de september. Boets rechterhand in België, de Keniaan Sanjivan Ruprah, zou eieren voor zijn geld hebben gekozen en de CIA hebben geïnformeerd. 'Zijn uitleg was: ik heb verkeerde dingen gedaan, maar met Al Qa'ida heb ik niets te maken', aldus een anonieme Amerikaanse functionaris in de LA Times. 'Hij begreep dat die link op dit moment heel, heel slecht zou uitkomen.'

Ruprah, die per telefoon non-stop in contact staat met Boet, zou de verkoop van de bloeddiamanten regelen waarmee de wapens worden betaald. Eind januari worden Ruprah en vijf anderen door de Belgische politie opgepakt op verdenking van het lidmaatschap van een criminele organisatie. Er is genoeg bewijs voor een aanklacht tegen Boet. Niet voor wapenhandel, maar voor witwaspraktijken. Via Interpol gaat er een internationaal opsporingsverzoek uit.

Waar is Boet? De autoriteiten in Rusland houden zich van den domme. 'We kunnen op dit moment met zekerheid verklaren dat Viktor Boet zich niet op Russisch grondgebied bevindt', aldus een verklaring van de politie. Ondertussen woont Boet in zijn flat in het centrum van Moskou en geeft hij interviews aan Russische kranten en Moskou's radiostation. 'Morgen zeggen ze nog dat Bin Laden bij mij in dienst is', grapt hij. De enigen die hem storen zijn journalisten die door de intercom bij de voordeur contact met hem zoeken.

Iets of iemand houdt Boet de hand boven het hoofd. Hij ontkent dat hij voor de KGB of een andere geheime dienst heeft gewerkt, maar niemand twijfelt eraan dat hij over contacten beschikt in de spionagewereld. 'Het is duidelijk dat de Russische politie het opsporingsverzoek van Interpol niet zal uitvoeren zonder ingrijpen van Poetin', denkt Leo Wolosky, voormalig veiligheidsadviseur van president Bush.

Boet is uitgespeeld. Hij had de pech dat hij op het verkeerde moment leverde aan de verkeerde klanten. Maar andere wapenmakelaars zijn al bezig zijn plaats in te nemen. Sommige voormalige medewerkers van Boet zijn voor zichzelf begonnen en zijn eigenaar van transportmaatschappijtjes met namen als Moldtransavia en San Air, zegt VN-onderzoeker Peleman tegen de Russische krant Vremja MN. De handel in de dood gaat door. 'Het is goed mogelijk dat we alleen het topje van de ijsberg zien, en Boet beter zichtbaar is dan de rest.'

Meer over