Wapenbroeders

De Tweede Wereldoorlog vormt een dankbaar decor voor computerspellen. In Hell’s Highway beleeft de speler een minder bekend, maar bloedig hoofdstuk uit operatie Market Garden....

et is een mooie, warme septemberdag, de perfecte dag voor een parachutesprong. Dat is een schrale troost voor Carman Ladner, een militair die op het punt staat uit een vliegtuig te springen boven een voor hem onbekend land waarvan de bewoners een vreemde taal spreken en dat door vijandige troepen is bezet. Troepen die alles zullen doen om te beletten dat Ladner, 22 jaar oud, heelhuids neerkomt.

Op die 17de september in 1944, een zondag, brengt Ladner het er levend van af. Hij zal zeven dagen later sterven, niet ver van de plek waar hij landde: Veghel.

Deze week verschijnt de derde aflevering van een serie computerspellen onder de naam Brothers in Arms. Hell’s Highway vertelt het verhaal van mannen als Carman Ladner, een van de ruim 6.800 Amerikaanse militairen die 64 jaar geleden 40 kilometer achter de Duitse linies in Brabant werden gedropt in het kader van operatie Market Garden. In de game stuurt de speler Matt Baker aan, een sergeant van de 101st Airborne Division, die het bevel voert over een kleine groep infanteristen.

Hell’s Highway is het minder vaak vertelde hoofdstuk in de mislukte poging van de geallieerden om het einde van de oorlog met een half jaar te bespoedigen. Iedereen kent A Bridge Too Far, de film uit 1977 over de strijd om de brug over de Rijn bij Arnhem. Weinigen hebben weet van het bloed dat Carman Ladner en zijn maten voor Market Garden hebben vergoten. Zij moesten de 90 kilometer lange, enige verharde weg tussen de grens met België en Arnhem veiligstellen, zodat de geallieerden met tanks snel konden doorstoten naar de Duitse grens. Duizenden soldaten en burgers lieten daarbij het leven.

‘Wat je als parachutist als eerste moet doen na je landing, is maken dat je wegkomt’, vertelt kolonel buiten-dienst John F. Antal van de U.S. Army aan de rand van een akker in de buurt van Best. Het is een van de ‘dropzones’ waar de Amerikanen in 1944 landden. ‘Er komt van alles naar beneden: andere soldaten, jeeps, munitiekisten, helmen. Neem van mij aan: je dag is goed verpest als er van zo’n hoogte een geweer op je hoofd klettert.’

Antal is de fulltime militaire adviseur van Gearbox Software, de ontwikkelaar van de Brothers in Arms-spellen uit Plano (Texas). Antal (‘Ik ben net terug van tien dagen in Afghanistan’) vertelt over Market Garden als een veteraan. Maar zijn militaire loopbaan begon dertig jaar later, in 1973. Hoewel hij in tal van brandhaarden diende, heeft hij nooit hoeven vechten als de soldaten in 1944, erkent de oud-kolonel. ‘Ik heb in Oost-Duitsland en Korea de grenzen bewaakt, in vredestijd. Ik was in Bosnië, maar er werd al niet meer geschoten. Koeweit: van hetzelfde laken een pak.’

Dat geldt ook voor Ariejan Rietkerk (46) uit Leiden. Hij stuurt zijn originele Amerikaanse jeep uit de oorlogsjaren behendig door de akker bij Best. Samen met andere mannen speelt hij de taferelen van de 17de september na voor journalisten die door Gearbox langs historische locaties worden gevoerd.

‘Ik heb zes jaar bij de mariniers gezeten’, zegt Rietkerk, ‘maar heb nooit hoeven vechten.’ Nu draagt hij een uniform voor de lol. De jeep heeft hij twee jaar geleden gekocht. ‘Ik ben er al twee keer mee naar Normandië gereden.’

Gearbox laat zich erop voorstaan de realiteit van de Tweede Wereldoorlog in Brothers in Arms nauwgezet na te bootsen. In het spel loopt de speler door Son, Veghel, Eerde en Eindhoven zoals die plaatsen er 64 jaar geleden uitzagen. Antal: ‘De game is een tijdmachine die je terugvoert naar 1944.’

Beelden uit het videospel laten witblauwe bewegwijzeringspalen zien van de ANWB uit de oorlogsjaren; een muur met een affiche voor het rugbyduel Schaerbeek tegen Eindhoven; een reclameposter voor fruithandel Lamers van Rooij en handelsmaatschappij De Duif, een bierbrouwerij; gevelplaten met opschriften als ‘Theesalon & Banketbakkerij’ en ‘Goppel Drogisterij’. Overal zijn fietsen te zien.

De decorstukken mogen dan kloppen, met de handelingen van destijds neemt het spel af en toe een loopje, constateert Erwin Janssen (41) van het Airborne Comité Eerde, dat de oorlogsgeschiedenis van de streek vastlegt.

In Hell’s Highway is te zien hoe een Amerikaanse tank schietend door de straten van Veghel rijdt. ‘Die reed wel door het stadje, maar is nooit in gevechten verwikkeld geweest.’ Dat geldt ook voor de strijd rond een kiosk op het centrale plein – de Oude Markt – van het Brabantse stadje. Janssen: ‘De Duitsers hebben het centrum nooit in handen gehad, maar dat heeft wel onder artillerievuur gelegen.’

Om het Nederlandse tintje aan het spel te versterken, hebben de ontwerpers kwistig gestrooid met molens. ‘De molen bij de dropzone in Son’, merkt Janssen op in het Brabants Dagblad, ‘draait de verkeerde kant op.’ Sterker nog: ‘Daar heeft nooit een molen gestaan.’

Kolonel b.d. John Antal vertrekt geen spier: ‘Het blijft wel een game. Het is entertainment.’

Van de echte Hell’s Highway zijn grote delen over: er is een historische route voor wandelaars langs uitgestippeld. Hier en daar zijn nog sporen van de oorlog te zien. Bij de brug over het Wilhelminakanaal in Son zijn in kleine huisjes aan de zuidoever lichtgekleurde gaten in de rode bakstenenmuur te zien: dichtgemaakte kogelgaten. Aan de overkant van het water staat een pand met een rond dak, dat ook voorkomt op foto’s uit 1944. Op de plek waar Amerikanen en Duitsers elkaar op dood en leven bevochten, is nu een Italiaans specialiteitenrestaurant gevestigd – La Dolce Vita.

De Tweede Wereldoorlog is wel het ideale decor voor dit soort oorlogsgames, zegt kolonel b.d. Antal. ‘De verhalen leven nog volop.’ Er is nog een reden waarom games over de grote oorlog van zestig jaar geleden zo populair zijn: ‘Het verschil tussen goed en kwaad was toen helemaal duidelijk.’

Het is onbekend of dat het ideaal was waarvoor Carman Ladner vocht. Hij was een Canadees van geboorte en verhuisde later naar de Verenigde Staten, waar hij in december 1942 als vrijwilliger tekende voor het Amerikaanse leger. Voor veel immigranten was dat een snelle route naar het Amerikaanse staatsburgerschap.

Ladner stierf als Canadees. Toen hij op 24 september 1944 in Eerde hielp bij het uitladen van munitie uit een legertruck, werd die getroffen door een voltreffer van een Duitse tank. De militairen die bij de wagen stonden, gingen letterlijk in rook op.

Tot op de dag van vandaag staat Ladner te boek als missing in action.

Meer over