profiel

Wantrouwen tegen Chinese Confucius Instituut neemt toe op Rijksuniversiteit Groningen

Groningse studenten zijn een petitie gestart om de banden met het Chinese Confucius Instituut op te zeggen. Een hoogleraar bij de Groningse universiteit staat onder contract van diezelfde instantie, waardoor zijn academische vrijheid in het geding komt. Wat is het Confucius Instituut? En waarom raakt de organisatie telkens in opspraak?

Studenten aan het Confucius Institute of Far Eastern Federal University (FEFU) in Rusland. Beeld Yuri Smityuk/TASS
Studenten aan het Confucius Institute of Far Eastern Federal University (FEFU) in Rusland.Beeld Yuri Smityuk/TASS

Het Chinese Confucius Instituut staat er niet goed op. Er ging al een petitie rond op de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om de banden met het instituut te verbreken. Volgens de initiatiefnemers zou China via het instituut medewerkers en studenten van de universiteit proberen te beïnvloeden. Afgelopen woensdag bleek ook nog eens dat een Groningse hoogleraar, die deels wordt betaald door het instituut, volgens zijn contract geen kritiek mag leveren op China.

Het is niet de eerste keer dat het Confucius Instituut onder vuur ligt. In 2014 raakte een Portugese vestiging in opspraak, toen op een conferentie een deel van een presentatie werd gecensureerd omdat de gevoelige kwestie van Taiwan werd behandeld. Twee jaar terug werd de Chinese directeur van het Confucius Instituut aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) de toegang tot België ontzegd op verdenking van spionage. Hij zou zijn brede netwerk hebben ingezet voor de Chinese inlichtingendienst.

Ook in Nederland neemt het wantrouwen jegens de instelling toe. De Universiteit Leiden verbrak in 2019 haar banden met het instituut omdat ‘de activiteiten van het instituut niet meer aansluiten bij de China-strategie van de universiteit’. Ook onderwijsminister Van Engelshoven waarschuwde vorig jaar voor de niet transparante aansturing van de Nederlandse Confucius instituten.

Taal

Wat is het doel van deze Chinese onderwijsorganisaties? Confucius Instituten zijn Chinees-buitenlandse non-profitorganisaties met als doel de kennis over de Chinese taal en cultuur te verspreiden en de educatieve samenwerking tussen China en andere landen te bevorderen. Het eerste Confucius Instituut werd in 2004 gevestigd in Seoul en sindsdien groeit het aantal vestigingen gestaag, tot zo’n vijfhonderd wereldwijd, in ruim honderd verschillende landen.

De instituten organiseren Chinese taallessen en workshops over de Chinese cultuur en leveren aanknopingspunten voor bedrijven die zaken willen doen in China. Ze zijn vaak verbonden aan lokale instanties. Zo is het Groningse Confucius Instituut een samenwerkingsverband tussen de Communication University of China, de Hanzehogeschool, de RUG en de gemeente Groningen. Er werken twaalf mensen bij het Groningse instituut.

Dát China een dergelijk instituut heeft, is geen uitzondering. Het Duitse Goethe Instituut, de Spaanse Cervantes Instituten en de Alliances Françaises kennen een vergelijkbare opzet. Het grote verschil is dat de Europese tegenhangers onafhankelijk opereren van hun overheid. Voor de Confucius Instituten ligt dat anders.

Tot voor kort vielen zij onder de directe verantwoordelijkheid van het Chinese ministerie van Onderwijs. Om de toenemende kritiek op de Confucius Instituten te pareren zijn ze formeel iets meer op afstand geplaatst. Volgens Ingrid d’Hooghe, sinoloog en onderzoeker aan het Clingendael Instituut, is dat vooral een cosmetische kwestie. ‘Banden doorsnijden met de overheid bestaat niet in China.’

De indirecte manier van invloed uitoefenen past volgens d’Hooghe goed bij de ‘soft power’-strategie waarmee China zijn taal en cultuur promoot. Doordat de Confucius Instituten ingebed zijn in wettelijk geaccepteerde constructies is het moeilijk om de invloed direct terug te herleiden naar Peking. Dat verweer gebruikt de directeur van het Groningse Confucius Instituut ook in een reactie op de affaire omtrent het contract van de hoogleraar: ‘Mijn baas is een Nederlandse stichting’, benadrukt ze. ‘Niet Peking.’

Open armen

In eerste instantie werden de instituten met open armen ontvangen. Ze boden de instituten een mooie kans om het onderwijsaanbod uit te breiden en de diversiteit op universiteiten te bevorderen. Bovendien was het Westen vijftien jaar geleden niet zo bezig met de manier waarop Peking de Chinese invloed wereldwijd op een zachte manier probeert te vergroten.

Het besef dat Chinese instanties ook in het buitenland vaak een politieke agenda hebben begint de afgelopen jaren steeds meer in te dalen. d’Hooghe noemt voorbeelden van incidenten met Taiwanese sprekers die in Nederlandse onderwijsinstellingen geweerd worden. In het spoor van de Chinese diaspora lijkt het toeziend oog van Peking nooit ver weg.

Zelfs Chinese studenten die niet verbonden zijn aan Confucius Instituten ervaren druk vanuit de Chinese hoofdstad. Zij, of hun familie in China, kunnen in de problemen komen als ze onderzoek doen naar een gevoelig onderwerp zoals de protesten in Hong Kong of de onderdrukking van de islamitische minderheid de Oeigoeren.

De afgelopen jaren neemt de kritiek op de instanties daardoor gestaag toe. Zo sloot Zweden vorig jaar alle dependances van het Confucius Instituut. Ook in de Verenigde Staten neemt hun aantal snel af en werd de instantie vorig jaar bestempeld als ‘culturele propagandamissie’. ‘Steeds meer democratische landen krabben zich nu achter de oren of ze die Chinese onderwijsinstanties wel in huis hadden moeten halen’, aldus d’Hooghe.

LEES OOK:

Langzaam verandert Duisburg in Chinatown aan de Rijn

Duisburg is een van de armste en lelijkste steden van Duitsland, maar sinds de stad is aangesloten op de Chinese Zijderoute, is er hoop.

Meer over