Wankel, moedig

Voor het eerst in acht jaar staat hij solo op de planken. Cabaretier Thomas van Luyn geeft een kijkje in zijn ziel: 'Als ik dit laat zien, vinden jullie me dan óók nog steeds leuk?'

DOOR SARA BERKELJON FOTO'S IVO VAN DER BENT

Opeens, na tien minuten in het gesprek, zegt Thomas van Luyn: 'Ik had een keer een droom dat ik in de zaal zat bij Tineke Schouten. Ben ik in werkelijkheid nooit geweest. Ken je Tineke Schouten? Van die posters en die titels, Lach Vegas, Feestlift en zo. Er wordt een beetje op neergekeken in mijn branche. In die droom zat ik in die zaal en het was zo wárm! Zo gezellig! En iedereen was zó gelukkig! Toen dacht ik: dit kan dus ook, hier is helemaal niks mis mee. Waarom vertel ik dit? O ja. Ik wil zelf ook spelen met dit element. Het gezellig maken met de mensen.'

Cabaretier Thomas van Luyn, ook bekend van televisieprogramma's als Kopspijkers en de Mike & Thomas Show, staat voor het eerst in acht jaar weer solo (dus zonder Mike Boddé) in het theater met Thomas van Luyns Smaakvol Avondje Uit . De première is donderdag.

Ik ben naar de try-out in Amstelveen geweest.

'Oooooo, hemeltjelief.'

Was die niet goed?

'Nee, die was niet goed. Dat heb je tijdens try-outs - ach, slecht was het ook niet, maar je probeert wat uit. Ik ga met een stapel papiertjes vol verhalen voor een publiek staan, kijken wat werkt. In het begin is het dus nog allemaal vrij, eh, wankel.'

Zo'n voorstelling begint meestal met 'een stom idee', zegt Van Luyn. 'Ik wilde popmuziek maken met oude synthesizers. Dus toen heb ik een paar oude synthesizers aangeschaft en een ritmeboxje. Het volgende dat ik dacht, was dus: ik wil het gezellig maken met de mensen. Ja, je lacht, maar zo begint het. En dan ga je uitproberen, zoals in Amstelveen. En dan denk je: jahaa, maar dit gáát wel ergens over, allemaal. En dat wordt dan het thema. Maar ik vind het niet leuk om dat uit te spreken, daar wordt alles veel te letterlijk van.'

Dus je wilt niet zeggen wat het thema is?

'Nou, ehm, nee. Dat zijn vrij grote, literaire thema's, zal ik maar zeggen.'

Je wilt het 'gezellig maken met de mensen'.

'In het verleden heb ik nog weleens te moeilijke dingen gemaakt. Dat deed het dan goed in Amsterdam, maar niet in Uden. Vage, sombere, poëtische dingen. In Uden houden ze toch meer van gezellige dingen. Dus nam ik me voor om het nu wat gezelliger te maken. En dat dat andere er ook weer insluipt, dat is mooi.'

Is het de bedoeling dat het publiek jou een beetje leert kennen tijdens de voorstelling?

Na secondenlang nadenken: 'Het volgende mechaniek treedt in werking: als ik dít vertel, vinden jullie me dan nog steeds leuk? En als ik dit laat zien, vinden jullie me dan óók nog steeds leuk?

Ik wil mensen laten lachen om wat er echt érg aan mij is, om waarin ik een slecht mens ben.'

Noem eens iets.

'Zwartgalligheid. Chagrijnigheid. Moeite met intimiteit. Het valt allemaal wel mee, hoor! Luiheid. IJdelheid. Dat is ook een belangrijke. Hahaha. Dat soort dingen. Gewoon, de zeven hoofdzonden. Jaloezie. Hebzucht. Kleingeestigheid.'

Je zei eens: ik speel dat ik een cabaretier ben. Je bent niet het type dat in T-shirt op het podium gaat staan en in een microfoon begint te praten.

'Nee, of het moet een héél leuk T-shirt zijn. Met een kort neon broekje eronder. Of een luier! Niet als mezelf, niet even de roos van m'n schouders vegen en met modder aan m'n broek het podium op - dat zou ik te kwetsbaar vinden. Er moet iets van een act zijn, een buffertje.'

Thomas van Luyn en Mike Boddé ontmoetten elkaar tijdens hun studie sinologie - Chinees - in Leiden. Op initiatief van Boddé begonnen ze met samen optreden, eerst in een theaterrestaurant en onder de naam Cabaret Poep en Pies, later als Ajuinen & Look en nog later als Mike & Thomas.

'Toen ik Mike leerde kennen, was ik 19 en een vat vol angsten. Mike heeft me het podium op moeten sleuren. Ik had het nooit in mijn eentje gekund. Ik durfde geen auditie te doen voor de toneelschool. Als de dood dat iemand kritiek op me zou hebben.'

Wat is daar zo eng aan?

'Echt zo'n interviewvraag. Gewoon, kritiek is eng! Het is eng als iemand je belletje doorpopt. In mijn stiekeme fantasietje was ik éígenlijk heel erg goed en geweldig. Ik wilde niet dat iemand me dat idee zou afnemen.'

Waarom ging je sinologie studeren?

'Ik kom uit een academisch milieu, wist niet wat ik moest gaan doen en was goed met talen. Mijn moeder zei: geen Engels of Frans, want dan word je leraar - niet dat daar iets mis mee is, maar ik denk dat het goed is dat ik geen leraar ben geworden. Chinees vond ik goed klinken. Ik moest natuurlijk wel iets ánders gaan doen. Ik droomde toen ook vaak over China. Ik voelde me in die tijd erg aangetrokken tot mystiek, spiritualiteit, de geur van wierook en geolied hout. Ik deed veel tai chi, dat soort dingen. Ik ben daar natuurlijk enorm van teruggekomen. Niet tijdens die studie, die was vooral ontzettend saai. Die karakters moest je dagelijks oefenen. Als ik een weekje ongelukkig voor de tv zat, kon ik het hele verdere jaar vergeten.

'Na twee jaar ben ik maar overgestapt naar algemene letterkunde. Weet je, ik was gewoon aan het wachten tot mijn leven zou beginnen. Aan het hopen dat iemand mij zou opmerken en zou zeggen: 'Jij bent geweldig, hier is een Oscar, hier is een miljoen, succes!' Maar dat gebeurde niet echt. Behalve dat ik Mike leerde kennen en dat hij zei: 'We gaan optreden.''

En toen dacht je meteen: ja, is goed?

'Nee. Vreselijk. Ik vond dat optreden zó erg. In een theaterrestaurant, deden we liedjes en sketches, tussendoor bedienen. Stonden we voor tuinders uit Den Haag op een piepklein podiumpje. Ik was zó bang. Letterlijk - dus echt letterlijk - bidden tot God, terwijl ik niet geloof, dat er een brand zou uitbreken of dat ik een hartaanval zou krijgen. Iets waardoor ik niet zou hoeven.'

Waarom ging je er toch mee door?

'Dit moest het dan maar zijn, dacht ik, want ik kon niks anders. Het succes vond ik leuk, ik kwam nog eens ergens, ik ontmoette weleens een meisje. Er waren best een hoop dingen omheen die ik leuk vond. En de rest, ben ik me later gaan realiseren, hoort er nu eenmaal bij. Niets is alleen maar leuk.'

Na jaren van succes werd Boddé ziek. Een zware depressie, bleek pas na lange tijd, waardoor hij jaren niet in staat zou zijn op te treden. Van Luyn ging solo, voor het eerst in 1997. 'Toen Mike wegviel, vroeg het impresariaat: wil jij solo? Solo, dat vond ik een sexy woord. Toen kon ik het, omdat er een pistool tegen mijn hoofd stond. Ik heb toen voor het eerst écht voor dit vak gekozen.'

Hoe was de rolverdeling tussen jullie twee?

'Mike was de baas. We schreven wel samen, maar hij nam altijd het initiatief.'

Mike werd ziek, jij ging solo. Wat vond hij daarvan?

'Hij voelde zich genaaid. Hij zei: 'O, je kunt het dus wél.' Hij had altijd de kar moeten trekken en nu bleek ineens dat ik de kar ook prima kon trekken, maar het gewoon niet gedaan had. Dat heb ik goedgemaakt toen ik hem uit zijn depressie belde: hij zat in de naweeën van zijn ziekte en ik haalde hem bij Kopspijkers. Daarna hebben we een paar dingen gemaakt, zoals De Mike & Thomas Show, die ik aanjoeg, waarin ik wist wat er moest gebeuren. Hij ervoer dat als rondcommanderen. Uiteindelijk zijn we in een gelijkwaardige relatie geëindigd.

'Na zo'n tour hebben we ook altijd weer genoeg van elkaar. Hij woont in Maarssen, gelukkig, we hoeven nooit samen in de auto. Eén keer hebben we de fout gemaakt samen een week in een huisje in Zeeland te gaan zitten om te schrijven. Dat doen we ook nooit meer.'

Zijn jullie vrienden?

'Mike zei: meer dan collega's en minder dan vrienden. Het is vergelijkbaar met een huwelijk waarbij je een keer gescheiden, weer getrouwd, weer gescheiden en weer getrouwd bent. We houden veel van elkaar, maar het gaat beter als we elkaar niet de hele tijd zien.'

Hoe stond je hem bij tijdens zijn ziekte?

'Ik heb het heel erg laten afweten. Ik vond het moeilijk, ik vond het ingewikkeld. Mike wás ook moeilijk. In de laatste tour voor het misging, had ik last van hem gehad. Ik wist niet dat hij depressief was en hijzelf ook niet. In de jaren daarna was ik enorm egocentrisch, in de letterlijke zin des woords: met mezelf bezig, mijn eigen programma's, mijn eigen dingen. Ik heb hem niet gesteund en dat heeft hij me kwalijk genomen. In die tijd was ik voor niemand een goed iemand, denk ik. Gelukkig waren er ook mensen die van mij bleven houden en mij een geweldige vent vonden, ondanks dat ik echt best een eikel was, als ik daar zo op terugkijk.'

Van Luyn werd geboren in Kinshasa, waar zijn vader werkte voor een christelijke hulporganisatie. Toen hij 3 was, verhuisde het gezin - Van Luyn is de jongste van drie broers - naar Utrecht. 'Congo klinkt heel interessant, maar ik weet er niks meer van. Vroeger dacht ik nog weleens dat het een en ander verklaarde, dat ik een soort tropenkind was en niet in Nederland hoorde, maar dat is gewoon stomme romantiek. Iedereen vindt warm weer lekkerder dan koud weer.'

Het was 'een links-christelijk progressief, intellectueel gezin', zegt hij. 'Ik was zeer gevoelig, met een rijke fantasie, en dat heet dan al snel spiritueel. Er is echt niks waar ik niet in geloofd heb. Inmiddels ben ik atheïst en geloof ik alleen nog in empirisch aantoonbare dingen. Ik vind spiritualiteit heerlijk, maar ik ben een gelukkiger mens sinds ik het achter me heb gelaten. Als je de wereld ziet - zoals ik vroeger deed - als één grote chaos waarin allerlei krachten die je niet snapt invloed op je uitoefenen, ben je continu op zoek naar tekens, naar houvast. Hoe ongelukkiger en eenzamer ik was, hoe spiritueler ik werd.'

Hij wilde zich lang afzetten tegen het milieu van zijn ouders, anders zijn, weg uit Utrecht. 'Ik stond op een hete plaat waar ik van af moest. Ik was vastgekoekt. Vormende aspecten in mijn puberteit waren de kanker van mijn moeder en de scheiding van mijn ouders. En iets van licht autisme, denk ik nu, of in ieder geval geïsoleerdheid, eenzaamheid op school. Op zich normale dingen voor die leeftijd, maar ik was echt gestopt met ontwikkelen. In het Engels heet dat arrested development. Bij mij gebeurde dat toen mijn moeder kanker kreeg: plop, de boel op slot. Toen was ik 12. Mijn moeder overleed op mijn 22ste. Ik ben er pas op mijn 30ste uitgekomen.'

Je keerde in jezelf.

'Ja, ik dook weg, in strips, in televisie en in het diepst van mijn eigen gedachten. Gaandeweg ben ik ontdooid, maar daarvoor moest ik wel uit Utrecht weg. Ik ging bij het corps in Leiden. Dat was vreselijk. Het was zo veel harder dan ik aankon. Ik heb de ontgroening overleefd, daar was ik koppig genoeg voor, maar een paar weken later was ik weg. Toen was ik dus alléén in Leiden. Ik vond iedereen een eikel, kon geen vrienden maken. Bij het corps al helemaal niet: dan werd je met jongens aan tafel gezet en dat moesten dan je nieuwe vrienden zijn. Ik ging af en toe naar Amsterdam, had af en toe vriendinnetjes, maar die had ik eigenlijk niks te bieden, want ik was veel te onzeker.'

Zijn moeder had graag gezien dat Van Luyn artiest zou worden, zegt hij. 'Zij vond me schattig als ik stukjes deed. Dat heeft mijn neus wel in die richting gedraaid. Maar ik denk dat het ook een rem is geweest. Je moet er niet van uitgaan dat iedereen je vanzelf leuk vindt, dat je Gods geschenk aan de mensheid bent. Daar moet je voor werken - het maakt niemand verder wat uit dat jouw mammie je zo'n lief knulletje vindt.'

Wat gebeurde er rond je 30ste waardoor zo veel veranderde?

'Ik kwam uit een relatie waarin ik erg passief was geweest, en raar, met een meisje dat zelf ook behoorlijke issues had. Ik wist dat het zo niet langer kon. Ik was ook bóós op mezelf, wilde een deuk in een pakje boter slaan. Nou ja, en toen dus therapie, dingen, en zo. Wat het meest hielp was Landmark Education - een Amerikaans bedrijf dat in grote groepen een intensieve therapie aanbiedt, kort gezegd. Dat is best heftig. Een schop onder de kont, precies daar waar ik hem nodig had. Daardoor realiseerde ik me dat ik kon gaan doen wat ik zélf wilde. Oké, dacht ik dan, vrijdag ga ik twee uurtjes schrijven. En dat dééd ik dan gewoon! Voor mij voelde dat echt als toveren. Wat een ontdekking: je iets voornemen en het doen.'

Stilte: 'Nou, ja, en dat hielp dus heel erg en toen ben ik columns gaan schrijven in de Volkskrant en toen, eh... kwam alles goed. Daar ben ik trouwens, zoals dat geldt voor eigenlijk alles wat de moeite waard is in mijn leven, voor gevraagd. Alleen mijn vrouw, die heb ik zélf gevraagd. Ik kwam toen net uit iets en had er eigenlijk geen zin in, maar dacht: van deze moet ik werk maken. Ik heb het op z'n Amerikaans aangepakt, heel langzaam: daten. En dan: niet bij elkaar slapen. Dat heb ik máánden volgehouden. Snapte ze niks van.

'Ik ben nu 45, en een van de dingen die mij definieert is dat ik getrouwd ben en kinderen heb. Ik had vroeger altijd een enorme hekel aan cabaretiers die het over hun kinderen hadden, dat was verboten. Nu vind ik het zelf ook lastig om het erbuiten te laten. Omdat het zo'n groot deel van het leven is. En omdat het me gelukkig maakt.'

Lees verder op pagina V4

Vervolg van pagina V3

2 maart 1968 Geboren in Kinshasa, Congo

1991 Ajuinen & Look (met Mike Boddé) wint Groninger Studenten Cabaret Festival

1992 Ajuinen & Look wint Amsterdams Kleinkunst Festival

1997 Fanfare, eerste solovoorstelling

2001-2005 Kopspijkers

2005-2009 De Mike & Thomas Show bij de VARA (laatste seizoen als De Mega Mike & Mega Thomas Show)

2013 Thomas van Luyns Smaakvol Avondje Uit (vijfde solovoorstelling)

undefined

Meer over