Wandelen in twaalftoonsmuziek

Limburg had van oudsher weinig met de twaalftoonsmuziek, maar nu is daar Schönberg. Pratend en tennissend aan het Vrijthof. Dankzij een Maastrichtse componeerkleinzoon....

Van onze verslaggever Roland de Beer

Mooie plannen waren het, die de directie van het Arnold Schönberg Center in Wenen zei te koesteren, toen de nalatenschap van de componist in 1998 haar bestemming vond in een Schönbergmuseum aan de Weense Schwarzenbergplatz. Samenwerking met 'Den Haag', met 'Berlijn', het was gewoon vanzelfsprekend.

Want dat waren de andere steden die naar Schönbergs nalatenschap dongen, toen Los Angeles van de bruikleen afwilde.

In Den Haag hield het Gemeentemuseum de complete Schamhartvleugel klaar voor de manuscripten en schilderijen van de in 1951 overleden componist. Berlijn, de stad waar Schönberg docent was aan de Akademie der Künste, tot hij in 1933 naar Amerika vluchtte, had er veel geld voor over. De erven wezen Schönbergs geboortestad Wenen aan, want daar viel 'het meest te knokken'.

Van enige samenwerking was in Nederland tot nu toe niets te merken. Maar nu is er Maastricht. Met Schönberg in de schijnwerpers, in het Theater aan het Vrijthof. Vijf weken lang is daar een 'multimediale tentoonstelling' te zien, waar je kunt kijken naar afbeeldingen van Schönbergs Verklärte Nacht- en Pierrot Lunaire-partituren, naar fotoreproducties van Schönbergs geschilderde zelfportretten, naar kiekjes van Schönberg met compositieleerlingen als Anton Webern. Naar Schönberg met Einstein, Schönberg met Chaplin.

Je kunt er Schönberg op een videoscherm zien tennissen (solide backhand). Met een wandel-cd kun je er de twaalftoonsreeksen horen die hij gebruikte in Der Jakobsleiter, en je kunt hem met een kraakstem horen zeggen dat hij zichzelf als kunstschilder beschouwt als een 'amateur'.

Het is een reistentoonstelling van het Schönberg Center in Wenen, met als 'curatoren' Schönbergs dochter Nuria (70) en zijn jongste zoon Lawrence (61), die zelf trouwens ook te zien zijn, als kids op de tennisbaan.

De tentoonstelling was eerder te zien in Venetië, Madrid, Lissabon en Salzburg. Dat Maastricht zich in dat rijtje voegt, komt door de componist die de 'enige echte Nederlandse leerling' was van de Schönbergiaan Anton Webern, Matty Niël. Het komt, althans, door de stichting Matty Niël.

Niël, de timide kapperszoon en musicus die in 1942 naar Webern toog in Wenen, stierf twaalf jaar geleden in Sittard. De stichting die zijn 120 composities heeft verzameld - veel zijn van uitnemende kwaliteit - probeert Niëls opera Wege op de planken te krijgen. Bij het Schönberg Center kreeg men, zoal geen sluitend advies, dan toch het idee mee van de Schönberg-reistentoonstelling. Een idee waar de Theater aan het Vrijthof-directeur Giesen wel heil in zag.

Zo concerteerden zondag niet alleen het Schönberg Ensemble en het Schönberg Kwartet aan het Vrijthof, maar liet ook het Maastrichtse Matty Niël Consort van zich horen in een ochtendconcert. Aangevoerd door de pianist en Matty Niël-biograaf Peter Soeters, bracht het knappe uitvoeringen van Weberns stukken voor cello en piano, gevolgd door pianovariaties en een delicaat Capriccio voor viool en piano van Niël, en een Sonate per quattro van Niëls ex-leerling André Stolwijk, Schönbergs componerende achterkleinzoon als het ware.

De rest van de Schönberg-tentoonstellingsweken ligt braak, waar het de levende muziek betreft. Van het LSO en het conservatorium valt vooralsnog niets te vernemen. De Maastrichtse Matty Niëlvrienden lijken even bescheiden en geïsoleerd als hun voorbeeld (die in '71 nog tevergeefs adverteerde in het Limburgs Dagblad: 'Webern-leerling geeft individueel les/geen examenvoorbereiding').

Meer over