Nieuws

Walrussen tellen doe je vanuit je luie huiskamerstoel

Opsporing verzocht: het Wereld Natuur Fonds (WWF) en onderzoekers van de British Antarctic Survey (BAS) vragen burgers walrussen te tellen op de Noordpool. Ze hoeven er niet de kou voor in, vanuit de warme huiskamer kunnen ze in totaal zo’n 600 duizend satellietfoto’s uitvlooien op de robbensoort.

Jean-Pierre Geelen
Walrussen zoeken hun toevlucht op de noordwestkust van Alaska omdat ze steeds minder zeeijs vinden in het Noordpoolgebied. Beeld U.S. Fish and Wildlife Service / AP
Walrussen zoeken hun toevlucht op de noordwestkust van Alaska omdat ze steeds minder zeeijs vinden in het Noordpoolgebied.Beeld U.S. Fish and Wildlife Service / AP

Met deze tel-actie hopen de wetenschappers een beter beeld te krijgen van het aantal walrussen, de verschuiving in hun leefgebied en hun vermogen zich aan te passen aan veranderingen.

In Groot-Brittannië, waar dit project eerder bekend werd gemaakt, hebben zich al duizenden vrijwilligers gemeld. Evenals andere deelnemers krijgen ze eerst een korte training, waarin ze leren hoe te tellen. ‘Stenen en aangespoelde bomen lijken op het eerste oog ook op walrussen, dus die moeten ze zoveel mogelijk vermijden’, zegt een woordvoerder van WWF.

WWF en BAS verzamelden satellietbeelden van de afgelopen twee jaar van het leefgebied van Atlantische en laptev-walrussen. Door de dieren zo te (laten) tellen, hoeven ze niet verstoord te worden en kan een groot gebied in één keer in kaart worden gebracht.

Het Noordpoolgebied warmt drie maal sneller op dan de rest van de aardbol; walrussen zien hun vertrouwde rustplaatsen smelten en moeten grotere afstanden afleggen naar nieuwe. Dat kost energie, terwijl voedsel minder makkelijk te vinden is. Door het smelten van zeeijs wordt het gebied toegankelijker voor scheepvaart en industrie, wat de walrus nog meer in problemen brengt.

Het project zal vijf jaar voortduren, de eerste resultaten worden volgend jaar verwacht. Door de tellingen van dezelfde gebieden jaarlijks te herhalen, hopen onderzoekers trends te ontdekken en waar nodig beschermende maatregelen te kunnen voorstellen.

Beter dan software

Volgens Gert Polet, specialist Noordpoolgebied bij WWF Nederland, zijn de tellingen nauwelijks met software uit te voeren. ‘We hebben vijf jaar geleden geëxperimenteerd met tellingen van walrussen in Rusland, maar mensen blijken toch beter het onderscheid tussen een walrus, een rots of achtergelaten oliedrums te kunnen maken’, zegt hij.

Het nieuwe onderzoek gaat alleen over het Atlantische deel van de Arctische Oceaan. Volgens huidige schattingen leven daar zo’n 25 duizend walrussen. Polet: ‘Maar heel precies is dat cijfer niet. Het zijn schattingen op basis van luchtfoto’s die niet jaarlijks en ook niet allemaal tegelijk zijn genomen, waardoor verplaatsingen niet gezien worden en veel onduidelijk blijft.’

Volgens Polet komt iedere belangstellende in aanmerking voor deelname aan het project. Enige deskundigheid wordt wel getest, aan de hand van een reeks proefopnames van satellietbeelden. Polet: ‘Op een aantal staan alleen wolken, op andere zijn mogelijk walrussen te zien. Wie van puzzelen en spoorzoeken houdt, kan hiermee een zinnige bijdrage aan de wetenschap leveren.’

Kandidaten kunnen zich aanmelden via de website van het Wereld Natuur Fonds.

Meer over