Walhalla voor verstekelingen

De dansfilm reikt verder dan dansers die voor de camera zelfbewust met hun lijven bezig zijn. Sterker: de mainstream kan er nog heel wat van opsteken....

Door Ronald Ockhuysen

Voor zijn dansfilm Birds gebruikte de Engelse filmmaker David Hinton geen dansers. Ook van een choreografie is - in strikte zin - geen sprake. In Birds wordt bewogen door vogels. Trippelende, vliegende, lopende en zoekende vogels. Ze werden door Hinton, die eerder films maakte met dansgroep DV8, uit het archief van de BBC gehaald en op ritme gemonteerd. Zo werd Birds een film die danst.

'Vanuit de danswerd werd daar niet met al te veel vreugde op gereageerd', zegt Henk van der Meulen, hoofd Muziek en Dans bij de NPS en mede-producent van de serie Dansblik, waar Birds deel van uit maakte. 'Hinton kwam ook tot zijn besluit omdat hij moe was van films met dansers die zelfbewust in de weer zijn met hun lijven. Met Birds rekte hij de grenzen van het genre behoorlijk op.'

Wat is een dansfilm? Is de clip die Spike Jonze maakte voor Fatboy Slim, waarin Christopher Walken plotseling helemaal loos gaat in een hotellobby, een dansfilm? En hoe zit het met registraties van voorstellingen die voor de gelegenheid vanuit het theater naar een oogstrelende locatie zijn verplaatst?

Deze en andere vragen komen aan bod op Cinedans, het dansfilmfestival dat zaterdag in de Amsterdamse Balie plaatsvindt. Hans Beenhakker zette, samen met Janine Dijkmeijer, Cinedans op nadat hij voor zijn eerste dansfilm Wiped (2001), bekroond in New York, op buitenlandse festivals werd uitgenodigd. Beenhakker: 'Ik was verbaasd over de bewonderende manier waarop over Nederlandse dansfilms werd gesproken. In het buitenland zien ze ons land als het Walhalla. Terwijl de dansfilm hier doorgaans niet verder komt dan de bijprogramma's van de festivals. Ik dacht: ik begin gewoon zelf iets.'

De NPS en producent Egmond werken al tien jaar aan een Nederlandse dansfilmtraditie. Met series als 4Tokens, Dansblik en de recente Body of Water proberen de omroep en de filmproducent als een soort Cupido de liefde tussen de camera en de dans op te stuwen.

In een dansfilm is niet de dialoog, maar de dans de belangrijkste tegenspeler van de camera en de montage. Van der Meulen: 'Het maken van een dansfilm biedt regisseurs het voordeel dat zij los kunnen komen van het realisme. Terwijl dansers juist worden gedwongen narratiever en concreter te zijn.'

De NPS begon met het produceren en programmeren van dansfilms omdat de omroepstichting iets wilde toevoegen aan de geijkte dansregistraties. Al snel bleek dat een dansfilm zich niet zomaar laat definiëren. De kernvraag: Moet een dansfilm een verhaal vertellen, of dient er gefocust te worden op de beweging?

Het antwoord daarop is niet zo moeilijk, vindt Hans de Wolf, directeur van Egmond. 'Het narratieve element, dát moet benadrukt. De pure dans, het abstracte, wordt in film al snel te willekeurig.' De Wolf ziet de dansfilm als een laboratorium voor de speelfilm. 'Als je de filmpjes bekijkt, blijkt er ook in Nederland meer mogelijk dan realisme.' Recent discussieerde een werkgroep bij het Filmfonds over de vraag hoe de Nederlandse film visueel aansluiting kan krijgen bij het Europese arthouse-circuit. 'Ik denk dat de mainstream veel van de dansfilm, met zijn ruimte voor verbeelding en associaties, kan opsteken. Iemand als Clara van Gool maakt een grotere kans om Cannes te halen dan Pipo.'

In Enter Achilles (1996), die Van Gool maakte op verzoek van de Britse groep DV8 en waarmee zij een Emmy Award won, zit een scène waarin mannen voor de spiegel de haren staan te kammen. De Wolf: 'Dat is ook gechoreografeerd. Ik zou zoiets graag in een Nederlandse film tegenkomen. Net als de man en de vrouw die zij in Bitings and Other Effects om een lantarenpaal laat zwieren.'

Tijdens zijn bemoeienis met de dansfilm zag De Wolf ook veel mislukken. En als het verkeerd gaat, dan gaat het ook helemaal verkeerd. De Wolf: 'Dan wordt het pathetische aanstellerij. Kunst om de kunst.'

Regisseur en choreograaf moeten matchen. Optimale chemie is een vereiste, en het onderlinge vertrouwen moet onbegrensd zijn. Zoals dat het geval was tussen Jellie Dekker en Leine & Roebana, tussen Suzy Blok en Mijke de Jong, of tussen Annick Vroom en het Hans Hof Ensemble, die in R.I.P. (2001) een begrafenis doen kantelen naar een gedanste, slapstick-achtige zoektocht naar identiteit. Vroom: 'Ik zet dansers graag als acteurs in. De non-verbale communicatie sluit aan bij mijn ambitie iets wezenlijks te vertellen zonder expliciet te worden. Toen ik het werk van het Hans Hof Ensemble zag, dacht ik: zo kijk ik ook naar de wereld.' Volgens Vroom is het moeilijk een dansgroep te vinden waarmee het klikt. 'Acteren is totaal iets anders dan dansen. Het wordt al snel saai. Er zijn weinig groepen die begrijpen hoe de spanning vast kan worden gehouden.'

Na de series met korte filmpjes, die sinds 1992 worden gemaakt, lijkt de tijd rijp voor werk op de langere baan. Werk dat niet als dansfilm dient te worden aangeduid, maar als een film waarin dans een van de belangrijke middelen is. Er komen bovendien steeds meer producties waarin de dans zo close wordt gedraaid dat er van een helder zicht op een choreografie geen sprake meer is.

'Die beweging is het gevolg van een natuurlijk proces', zegt Mart Dominicus, intendant bij het Filmfonds en maker van twee dansfilms (met Krisztina de Châtel en Conny Janssen). 'In het begin, zo'n tien jaar geleden, was de vrijheid oeverloos. Het ontbreken van dialogen voelde als het afgooien van zware ballast. Het nieuwe is er nu vanaf. Er wordt aansluiting gezocht bij bestaande genres, en er ontstaan mengvormen.'

Ook ervaren makers, onder wie Clara van Gool en Janica Draisma, zijn de bakens aan het verzetten. Van Gools Zikr (2001) is een korte documentaire over een islamitisch dansritueel, en Draisma's The Sound of Drumming (2001), met Johanna ter Steege in de hoofdrol, heeft meer weg van een speelfilm dan van een dansproductie. Van Gool heeft inmiddels van het Filmfonds geld gekregen om een plan uit te werken voor een lange speelfilm, gebaseerd op Henry James' The Best in the Jungle - volgens producent Hans de Wolf in de eerste plaats 'een film met óók dansers, maar ook met tekst'.

Met die ontwikkeling is de dansfilm niet zomaar van zijn marginale imago af. Van der Meulen: 'Het is op tv de verstekeling aan boord, en ik zie dat ook niet snel veranderen. In die zin praat ik ook niet graag over de dansfilm. Wie zit daar nu op te wachten? Ik heb het liever over eigenzinnige films, die de kijker proberen te stimuleren om anders tegen de wereld aan te kijken.'

Cinedans, zaterdag vanaf 16.00 uur in De Balie Amsterdam. Zie: www.cinedans.dds.nl

Meer over