Nieuws

Wageningen Universiteit: kort boer op inkomenssteun uit Brussel en bekostig daarmee stikstof- en klimaatmaatregelen

Nederland moet boeren fors minder directe inkomenssteun gaan geven uit de Europese subsidiepot voor de landbouw. Het geld dat daarmee wordt vrijgespeeld is nodig om het stikstof- en klimaatprobleem in de Nederlandse landbouw effectief op te lossen.

Een gemiddelde Nederlandse veehouder zou jaarlijks 3.000 euro minder overgemaakt krijgen vanuit Brussel.  Beeld Flip Franssen/ANP
Een gemiddelde Nederlandse veehouder zou jaarlijks 3.000 euro minder overgemaakt krijgen vanuit Brussel.Beeld Flip Franssen/ANP

Dit concluderen onderzoekers van Wageningen Universiteit donderdag in een advies aan het Landbouwministerie. Het is een gevoelige boodschap in boerenland, waar het door Brussel aanvullen van het inkomen heilig is.

In totaal is jaarlijks vanuit Europa een pot van bijna 800 miljoen euro beschikbaar voor Nederlandse boeren. Zo'n 90 procent is directe inkomenssteun, verdeeld op basis van het aantal hectaren grond. Het advies uit Wageningen stelt voor om vanaf 2023 ‘bij voorkeur 30 procent’ van deze directe inkomenssteun af te halen en te gebruiken voor duurzame landschapsontwikkeling.

Subsidie

De onderzoekers pleiten ervoor het extra geld uit te geven aan twee urgente kwesties. Ten eerste: een waterpeilverhoging op 80 duizend hectare veenweide, zoals afgesproken in het Nationale Klimaatakkoord. Door deze maatregel blijven grote hoeveelheden CO2 in de bodem zitten. Ten tweede: door stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden te omzomen met groene bufferzones van 250 meter breed. Zodat deze gebieden zich beter kunnen wapenen tegen neerdalend stikstof afkomstig van de grootste uitstoter: de veehouderij. In totaal gaat het bij deze maatregel om 160 duizend hectare grond.

Beide adviezen gaan ten koste van de opbrengsten en de hoeveelheid land van veehouders in veenweidegebieden en rond Natura 2000. Die moeten worden gecompenseerd, wat volgens de onderzoekers neerkomt op een jaarlijkse rekening van 140 miljoen op het totale subsidiebudget van bijna 800 miljoen. Voor een gemiddelde Nederlandse veehouder zou dit betekenen dat die vanuit Brussel jaarlijks 3.000 euro minder overgemaakt krijgt.

Inkomenssteun

Wageningen Universiteit komt nu met dit advies, omdat het Landbouwministerie voor het einde van het jaar aan de Europese Commissie kenbaar moet maken hoe het de Europese landbouwsubsidies in de periode 2023-2027 duurzamer gaat inzetten. Het is nieuw dat lidstaat zelf accenten kunnen leggen in hoe ze het geld besteden. In het huidige landbouwbeleid vanuit Europa zitten generieke vergroeningsmaatregelen, die volgens de Europese Rekenkamer geen enkel effect hebben gehad.

Nederland heeft ook nog de mogelijkheid om per gebied ander beleid te voeren. De Wageningse onderzoekers juichen dit toe. ‘Advies aan het ministerie van LNV is om in te zetten op een omslag van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, red.) als instrument voor gelijke inkomenssteun per hectare voor alle boeren, naar een GLB dat gebiedsgericht oplossingen biedt voor specifieke opgaven en daarbij boeren steunt in de gevolgen die dat voor hen heeft.’

Publiek geld

Landbouworganisatie LTO Nederland liet eerder al weten niet blij te zijn met richting die Brussel in heeft geslagen. Zij pleit ervoor maximaal 5 procent van de directe inkomenssteun te gebruiken voor landschapsontwikkeling – nu gebeurt dit met 10 procent. Van LTO mag dit dus nog verder omlaag, onder meer omdat Brussel straks al 25 procent van hun inkomenssteun afhankelijk maakt van de vergroeningsmaatregelen – ecoregelingen – die boeren op hun land doorvoeren. Dit is een vrijwillig keuzemenu aan ingrepen ten gunste van biodiversiteit of klimaat. Brussel vraagt ‘meer voor minder geld’ van boeren, verzuchtte LTO-baas Sjaak van der Tak bij de bekendmaking van de plannen door de Europese Commissie in juni.

Jeroen Candel, een van de Wageningse onderzoekers, zei in juli al tegen de Volkskrant dat hij de in de reactie van de LTO ziet dat boeren de hectarepremies zijn gaan zien als een ‘verworven recht’. ‘We hebben het over publiek geld’, zei hij. ‘Dan mag je verwachten dat dit wordt ingezet om grote maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden.’

Meer over