WACHTERS VAN DE WALLEN

De agenten van bureau Warmoesstraat, wakers over de ruigste en lastigste wijk van Amsterdam, staan na de dood van Adry van Driel bloot aan scherpe kritiek....

'ZIE ZE LOPEN. Handen in de zak, jasje open, geen pet op. En het sjokt, sjokt en sjokt.' Gerrit van de Veen wil maar zeggen: de politie straalt geen gezag meer uit en al helemaal niet op de Wallen.

Op de Lange Niezel surveilleren twee agenten. 'Moet je opletten', zegt Huub Michielsen, 'daar wordt gedeald. Wat doet de politie?'

De agenten hebben kennelijk ook opgemerkt dat er drugs worden verkocht. Tergend langzaam lopen ze op de vermeende dealer af, en maken een praatje met hem. Na een minuutje krijgt de dealer een vriendelijk schouderklopje en gaat de hand omhoog. 'Goedenavond verder, zoiets zullen ze zeggen', mompelt Michielsen geërgerd. 'Zo wordt het nooit wat met de politie.'

Michielsen en Van de Veen wonen op de Wallen in Amsterdam. Van de Veen al 25 jaar. Michielsen werkt er ook als wat hij noemt 'exploitant van onroerend goed', maar wat op straat gewoon 'kastenbaas' heet. Beiden zijn actief in een buurtgroep van bewoners en bedrijven in de Amsterdamse binnenstad. Die is de overlast op de Wallen meer dan zat.

'Wat je voor je deur ziet, is onbeschrijfelijk. Het zijn de junks, maar vooral de psychiatrisch hopeloze gevallen die door de buurt dwalen', zegt Van de Veen. 'Niemand die er wat aan doet. Ik stuur ze meestal weg als ze op mijn stoep liggen. Ik wil mijn huis binnen kunnen. Soms laat ik ze zitten, als ze hun troep maar weer opruimen.'

De politie belt Van de Veen er niet voor. Hij moet hard om de vraag lachen. 'De politie? Nou, dan moet er wel wat meer aan de hand zijn. Ze doen niets. Die zwervers los ik zelf wel op.'

'Vroeger was er een stevige politie. Die straalde gezag uit. Als het nodig was, werd opgetreden. De agenten waren vroeger ook steviger. Ik heb het gevoel dat ze de huidige generatie agenten voor het bureau Warmoesstraat uitzoeken op hun geringe lengte.'

Het etiket dat de politie van het bureau Warmoesstraat de laatste weken evenwel in de media kreeg opgeplakt, is niet dat van een stel slome duikelaars. Op maandag 22 september gooiden agenten een dronken man hardhandig het bureau uit, nadat hij al twee dagen lang de politie had lastiggevallen.

De man, de 48-jarige Adry van Driel uit Almelo, viel languit op straat en overleed enige uren later, als gevolg van hersenletsel. De rijksrecherche heeft de zaak in onderzoek. Twee van de drie betrokken agenten zitten in voorarrest. Door tien andere, overigens nog niet onderzochte, klachten over gewelddadig optreden zou de indruk ontstaan dat op bureau Warmoesstraat een sterke machocultuur heerst.

Zeker is dat de agenten van dit bureau hun diensten draaien in de lastigste wijk van Nederland. In het bijna twee vierkante kilometer grote gebied op en rond de Wallen wonen dertienduizend mensen. Er zijn vijfduizend bedrijven, waarvan zo'n negenhonderd horeca-ondernemingen, ongeveer tweehonderd koffieshops, twee seksmusea, negen peepshows, achttien homobars, eenendertig seksvideotheken, eenenveertig sekswinkels, tweehonderd bordelen en tientallen seksclubs.

Het district is het kleinste van de stad, maar ter handhaving van de openbare orde werken er ruim 330 politiemensen, van wie ruim de helft is gestationeerd in de Warmoesstraat. Het bureau heeft verreweg het meeste personeel van alle Amsterdamse wijkteams.

Volgens de cijfers heeft de politie het in district 2 waanzinnig druk. Jaarlijks worden ruim tienduizend aanhoudingen verricht. Dat is een kwart van alle aanhoudingen in de regio Amsterdam-Amstelland. Vorig jaar werden er zeventienduizend aangiften opgenomen, vijftien procent van het hoofdstedelijke totaal.

Het oostelijk deel van de binnenstad is al ruim een eeuw berucht. In 1896 telden onderzoekers ruim duizend prostituees in de buurt. Het bordeelverbod uit 1911 had nauwelijks invloed op dat aantal. Achter de façades van pensions, hotels, kamerverhuurbedrijven, mode-ateliers en strijkinrichtingen ging het werk gewoon door. In de jaren dertig waren er 150 illegale bordelen.

De jaren zestig staan bekend als de 'gemoedelijke' jaren. Pooiers beschermden de hoeren die toen nog in de buurt woonden. De Zeedijk was de straat van de alcohol en van de zware, lokale penose. Op de Wallen kwamen vooral zeelieden en de in Duitsland gelegerde Amerikaanse soldaten die Vietnam hadden meegemaakt. In animeertenten werden kerels financieel uitgekleed en dat leidde buiten tot heftige vechtpartijen.

Over die Wallen-tijd wordt nog altijd romantisch gesproken, maar de werkelijkheid was rauw. De politie moest maximaal knokken om haar gezag uit te oefenen. Dronken mensen zijn moeilijker en lastiger dan drugsverslaafden, weten ervaren politiemensen. Beschonken mensen doen niet wat je wilt. De politie was destijds vrij ongeduldig. Als iemand dwars ging liggen, moest fors worden opgetreden. Verslaafden zijn gezeglijker; ze willen terugkomen in de buurt en hebben dus geen belang bij mot.

Tot eind jaren zestig surveilleerde de politie alleen nog in de Warmoesstraat en op het Leidseplein met de sabel. En die werd gebruikt ook. Het toenmalige Binnengasthuis kreeg vele 'spaarpotten' te behandelen. De op het voorhoofd neergedaalde sabel veroorzaakte een forse snee: de spaarpot.

De politie kreeg te maken met provo en kabouter en ook uit het bureau Warmoesstraat werden agenten naar het Spui gedirigeerd. 'Stonden die lui krenten uit te delen en dan mepten wij erop los', zegt een politieman die de rellen uit de jaren zestig meemaakte. 'Toen begon ik me wel af te vragen: waar is het goed voor dat we zo tekeergaan?'

De aanpak van eerst slaan en dan praten werd verlaten. Er ontstond een sfeer van eerst praten en dan misschien slaan. De politie kreeg een maatschappelijke opleiding en een training in sociale vaardigheden. De plaats van de politie veranderde. Tot dan waren de politie en de burgermaatschappij gescheiden werelden. Sinds begin jaren zeventig staat de politie midden in de samenleving, signaleert ze de problemen en probeert die te verhelpen.

De vraag is of die veranderingen ook voor de Wallen zo goed waren. Want in de jaren dat de politie socialer werd, veranderden de Wallen in een asociaal broeinest. Het uitschot verbergt zich er gemakkelijk in de mensenmassa die langs de ramen trekt.

In de vroegste jaren was het op de Wallen alleen druk tijdens en na de Stille Omgang, waarbij rooms-katholieke mannen in processie door de hoofdstad trokken, én gedurende de Landbouw-RAI. Tegenwoordig is het in de buurt altijd 'kermis', 365 dagen per jaar.

Mannen jutten elkaar op om bij een vrouw binnen te stappen. Tussen de groepen gapende toeristen mengen zich de junks, de straatboefjes, en de gekken waar niemand raad mee weet. De ruigste wijk van Nederland krijgt een almaar ruiger imago. En de politie sjokt ertussendoor.

Wat buurtbewoners als Van de Veen en Michielsen dwars zit, is dat de toevloed van junks en zwervers nooit ophoudt. Ze beschrijven de Wallen als een eldorado voor dropouts. 'Die randfiguren zijn 24 uur onder dak, als ze willen. Bij de ene hulpverlener gaan ze koffiedrinken, verderop krijgen ze een schone spuit of een maaltijd en op een andere plek hebben ze voor een paar dagen een bed. De concentratie van hulpverlening trekt allerlei types als een magneet naar onze buurt.'

'We zijn het afvoerputje van Nederland, nee zelfs van Europa', verzucht Fred Kruyer. Hij is voorzitter van de Amsterdamse Politie Vakorganisatie APV en werkt op bureau Warmoesstraat. In de twaalf jaar dat hij op dit bureau zit, heeft hij het aantal mensen met wie de politie geen kant op kan, drastisch zien stijgen. Hij kan alleen praten uit eigen ervaring, want officiële cijfers zijn niet beschikbaar.

'Dat de Warmoesstraat het afvoerputje is, is misschien niet eens zo erg, maar het is verstopt. De opvang van psychiatrische patieëten verloopt niet goed. Dat kan zo niet langer. Het maakt ons werk zo goed als onmogelijk.'

Je weet soms niet wat je met de mensen aanmoet, zegt Kruyer. 'Ik heb een keer een naakte vrouw van straat gehaald. Ze bood zich bij iedereen aan. Ze moest van straat. Ik ben vier dagen bezig geweest om haar ergens onder te brengen. Vier dagen! Mijn baas vroeg wanneer ik weer eens de straat op ging.'

De vakbondsman wil er evenwel niet van horen dat de agenten softies zijn. 'De politie treedt wel op. Geweld is soms nodig, want we hebben regels afgesproken en die moet je nakomen. Maar het publiek wil dat niet meer.' Als voorbeeld geeft hij de schietpartij in Capelle aan de IJssel.

'De agenten achtervolgen een autodief, Ze rijden hem klem en de man kan zich overgeven. Dat doet ie niet, maar hij zet z'n auto in de achteruit en rijdt de agenten klem tegen een heg. Die schieten. Logisch, je knokt voor je leven. En dan komt er protest dat er is geschoten.'

Dit soort weerstand uit de bevolking verklaart ook een deel van de emoties rond de dood van Van Driel, die uit het bureau Warmoesstraat werd gegooid. Vanwege het lopende onderzoek wil Kruyer niet op deze zaak ingaan.

Wel wil hij kwijt dat iedere collega zo'n noodlottige affaire had kunnen overkomen. Zelf had Kruyer eens problemen met een 'boomlange, halfnaakte, knotsgekke' Duitser die door de buurt zwierf. De man had de krukken onder een oud vrouwtje vandaan getrapt en Kruyer nam de Duitser mee naar het bureau.

'Hij was zo gek dat we niks met hem konden beginnen. We zeiden tegen de piketpsychiater dat de man duidelijk een gevaar was voor anderen. De psychiater wilde hem niet laten opnemen. Er was geen plaats, zei hij en wandelde weg. De psychiater trok zijn handen ervan af, zoiets gebeurt dus wekelijks.

'Die gek moest dus de straat weer op, maar weigerde. Dat werd een vechtpartij. Ik werk hem met een doodschop het bureau uit en hij valt met zijn hoofd op de grond. Bewusteloos. Op dat moment gaat er wat door je heen. Gelukkig sloeg hij na korte tijd de ogen open, stond op en zei: ''Scheisse Polizei''. Ik zat twee uur na te hijgen op het bureau, maar van de Duitser heb ik nooit meer wat gehoord. Hij zal nog wel hoofdpijn hebben.'

Softies zijn het dus niet, de agenten in de Warmoesstraat, maar het tegenovergestelde, de machocowboys, nee, dat zijn ze evenmin, zegt Kruyer. Het beeld dat door het incident met Van Driel en de geweldsklachten is ontstaan, noemt hij onjuist. 'Er komen over de agenten van de Warmoesstraat veel klachten binnen, maar ze hebben hier ook het meeste te doen en er werken ook de meeste agenten. In verhouding valt het aantal klachten mee.'

De APV heeft 1700 leden over alle Amsterdamse wijkteams. De rechtsbijstand van de vakorganisatie is volgens Kruyer niet buitensporig in de weer voor leden die op bureau Warmoesstraat werken. Het lijkt allemaal veel erger, zegt hij, omdat er overdreven veel aandacht is voor dit bureau: dat is de prijs die het bureau betaalt voor zijn bekendheid.

'Objectief bekeken' bewandelt het bureau Warmoesstraat de gulden middenweg, meent Kruyer. De agenten treden op als het nodig is, maar geweld is zeker niet - als vroeger - standaard. Er zit tegenwoordig een vriendelijke, sociaal voelende politie in de Warmoesstraat. Het bureau won vorig jaar de Interne Politie Innovatieprijs, toegekend vanwege de vooruitstrevende visie op de opvang van mensen.

'Kom maar bij ons kijken 's avonds. Dan zie je vier, vijf zwervers in de hal, van wie zeker de helft zo gek is als een deur. Ze krijgen koffie en als het niet anders kan, krijgen ze een schone spuit en soms mogen ze een nachtje zitten. Maar als ze echt agressief zijn, gaan ze eruit. Dat is soms wel moeilijk voor de jongens. Ze vinden diep in hun hart dat er met zo iemand wat anders zou moeten gebeuren. Een douche of zo. Maar het is niet anders. Je krijgt hier eelt op je ziel.'

Het Leger des Heils wil geen kwaad woord horen over de politie. 'Naar mijn oordeel zijn ze op een goede manier bezig', zegt George Latul, die beoordeelt of een zwerver of een junk een paar dagen bij het Leger mag slapen. 'De politie is heel sociaal.'

Maar hij weet dat de politie niet iedereen kan helpen. Dat geldt ook voor het Leger des Heils. 'Daar moet je je bij neerleggen. Het is op een gegeven moment de eigen verantwoordelijkheid van iemand om te leven zoals hij leeft. Mensen zwerven, mensen gebruiken drugs. Je kunt niet tegen alles optreden.'

Latul is ook zeer te spreken over de ondersteuning door de politie. 'Als het bij ons echt fout gaat, komt de politie meteen. En als er meer agenten nodig zijn, komen er meer.'

Regelmatig komen agenten bij het Leger om te zien wat de opvang inhoudt en wat het Leger allemaal kan doen. 'Weet je wat het vreemde is?', zegt Latuls collega Hennie Tinga. 'De agent die wordt verdacht van doodslag op Van Driel ken ik als een van de meest sociale agenten van het korps. Hij komt hier met jonge agenten langs om te laten zien wat hier allemaal kan. Ik schrok toen ik hoorde dat juist hij in voorarrest zit.'

Meer buurtbewoners en ondernemers steunen de werkwijze van de politie. Een andere buurtgroep dan die van Michielsen en Van de Veen schreef zelfs een brief naar de officier van justitie om adhesie te betuigen aan 'onze dienders van het bureau Warmoesstraat'.

'We hebben dit bureau leren kennen als zeer bij de buurt betrokken', schrijven deze buurtbewoners, 'het zijn mensen met pit, die we nodig hebben om de uitzonderlijke problemen van deze buurt aan te kunnen.'

Voorzitter Wim Peeters van de buurtgroep baat de kroeg Casablanca aan de Zeedijk uit. Zijn deel van de straat is voor veel geld opgeknapt en is ogenschijnlijk veilig. Rustig zelfs. Het oude publiek van zwervers en junks is weg, het nieuwe publiek laat op zich wachten.

'We doen er van alles aan om zoveel mogelijk gewone mensen naar de Zeedijk te krijgen. Dan valt de rest minder op. Het moet niet te stil worden. Over een tijdje moeten we de junks misschien weer vragen om hier te komen.'

De politie vindt hij 'geweldig'. Peeters zegt liever over de Zeedijk te wandelen dan door Oud-West, waar zo nu en dan een surveillance-autootje langs komt. Natuurlijk gaat er in de Rosse Buurt wel eens wat mis. Dat weet hij ook, maar vreemd is dat niet in een buurt met meer 'gekken en boefjes' dan waar dan ook in Nederland.

'Als agenten een tasjesrover met veel geweld tegen de grond duwen en de tas teruggeven aan de mevrouw, gaat de duim omhoog. Ik heb bewondering voor de politie, maar dat is een boodschap die bijna niemand wil geloven.'

Een televisieploeg kwam na de dood van Van Driel opnamen maken. Peeters had zijn café gevuld met collega's, buurtbewoners en winkeliers. De journalist wilde horen wat voor rouwdouwers de agenten van de Warmoesstraat waren. Dat viel kennelijk tegen. 'SBS 6 heeft het onderwerp nooit uitgezonden. Te positief over de politie, hoorde ik achteraf van de redactie.'

Peeters ziet zijn buurt als een dorp. En dat heeft zijn goede kanten. Laatst was het raampje van zijn auto ingeslagen, een onvermijdelijk ongemak voor iemand die in de binnenstad woont. 'Dan belt de politie op. ''Wim, je auto is opengebroken.'' Dat zie ik niet snel ergens anders gebeuren. De politie hier is boeman, vriend, psychiater en maatschappelijk werker tegelijk.'

Marc van den Broek

Weert Schenk

Meer over