Wachten op offici taalles duurt cursisten veel te lang

Allochtonen die het wachten op een inburgeringscursus te lang duurt, kunnen in Amsterdam terecht bij de vrijwilligersorganisatie Assadaaka...

'Zeg eens aaah. Ja, goed zo. Het woord is vaaaaak. Met een lange a.' Marjon Santing staat met een geopende mond voor de klas. Vijftien volwassen mannen en vrouwen kijken haar aan. Marjon Santing leert hun de Nederlandse taal.

Welke mensen zij precies onderwijst, weet ze niet: gewone allochtonen, asielzoekers, mensen zonder verblijfsvergunning. In elk geval willen ze zo snel mogelijk Nederlands leren. Daarvoor zijn ze terechtgekomen bij vrijwilligersorganisatie Assadaaka in Amsterdam. Een noodgreep, want regulier onderwijs voor hen is schaars.

De allochtonen die naar het buurthuis in Amsterdam-Zeeburg komen, hebben een lange reis achter de rug. Zestig nationaliteiten komen bij elkaar en volgen de taal-of alfabetiseringslessen, die worden gegeven door twintig vrijwilligers, onder wie advocaten, leraren en NS-medewerkers.

In de klas van Marjon Santing zijn het Brazilianen, Marokkanen, Turken, Libanezen, Chilenen, Kongolezen, Haanen, een Duitser. De meesten staan op een wachtlijst voor een inburgeringscursus en moeten maar zien wanneerze van offici zijde taalles krijgen.

'Dat duurt vaak veel te lang', zegt Ahmed El Mesri, directeur van Assadaaka. Zo wacht de Marokkaanse Masira Maddaghri al twee jaar op haar inburgeringscursus. Nu probeert ze op eigen houtje Nederlands te leren.

De 'taalwinkel' Assadaaka is in 1991 begonnen als Marokkaans clubje, maar inmiddels is er een mengeling van culturen. Directeur El Mesri: 'De reguliere instanties kunnen deze groep niet aan. Nieuwkomers moeten soms jaren wachten en dat maakt het integratieproces niet gemakkelijker.'

Iedere week komen er 250 leerlingen naar de lessen. Aziz Zineddine woont sinds twee maanden in Nederland. Hij komt uit Algerije en werkt in een groentewinkel. 'Goede, moeilijke taal', zegt hij over het Nederlands. De conversatie valt hem nog tegen. In zijn winkeltje praat hij met handen en voeten. En dat moet snel veranderen.

De vrijwillige leraren geven les op drie niveaus: voor mensen die pas in Nederland zijn, voor allochtonen die al een beetje de taal spreken en voor gevorderden die met het lesboek IJsbreker goed overweg kunnen. Ook al is de les niet professioneel en 'mischien is ook niet alles pedagogisch verantwoord', de allochtonen zijn wmet de taal bezig. 'En daar gaat het om', zegt docent Henk Linde.

De lessen bij Assadaaka zijn gratis. 'De cursisten wordt wel verzocht om voor vijftien euro per jaar lid te worden', zegt Al Mesri. 'Ons hoofddoel is integratie en daaruit ontstaat participatie.'

Het plan voor een verplicht tentamen voor allochtonen vinden de bezoekers van Assadaake helemaal niets. El Mesri: 'Inburgering is wel goed, maar dan moet dat ook goed geregeld zijn. Nu praten we alleen over obstakels. Als de regering geen mensen meer binnen wil hebben, moet ze dat open en eerlijk zeggen.'

Als dat niet gebeurt, wordt het volgens El Mesri gewoon discriminatie. 'Allochtonen moeten de kans krijgen de Nederlandse taal te leren en die kans krijgen ze tot nu onvoldoende. Met alleen strengere regels wordt het een chaos.'

Ook vrijwilligster Marjon Santing vindt dat de overheid eerst voldoende aanbod moet cren, voordat over tentamens wordt gediscussieerd. Op de kwaliteit van de huidige inburgeringscursussen hebben de bezoekers van Assadaaka forse kritiek: 'Het slaat nergens op', vindt Elarbz Maddghri, die computercursussen geeft.

Allochtonen krijgen zeshonderd uur taal en maatschappijleer. 'Maar wat doen ze daar? Ze laten het Centraal Station zien, en leggen uit wanneer de tram rijdt of waar de markt is.' De huidige inburgeringscursussen zijn voor hem een lachertje.

Voor Mohammed Osman is de taalles bij Assadaaka geen lachertje. Hij zit op niveau-1 en kampt met het woord 'gevaar'. Wat betekent dat? vraagt hij. 'Je moet oppassen', zegt Marjon Santing.

Meer over