Wachten op de spurt

Het is nog steeds treurig gesteld met de hedendaagse kunst in Polen. Wat in het Westen kan, veroorzaakt in Polen relletjes....

Met trillende hand staat de Poolse kunstenares Magda Bielesz (23) in de bus. Ze is op weg naar Praga en dat is gevaarlijk. Ze telt op haar vingers: 'We moeten , twee heel enge straten door, en dan zijn we bij de Fabryka Trzciny.' Een oude tot kunstgalerie, concertplek en loungecafmgebouwde vleesfabriek.

Praga ziet eruit als een oorlogsgebied, en dat is het feitelijk ook, want sinds de Tweede Wereldoorlog 80 procent van Warschau verwoestte, is er niet veel meer gebeurd in dit stadsdeel aan de overkant van de rivier de Wisla. Ooit prachtige negentiende-eeuwse panden hebben geen of dichtgetimmerde ramen, en zijn bezaaid met graffiti. 'Ik ben hier een buitenlander', giechelt Bielesz, haar roodleren 'Porn'-tas stevig tegen de buik gedrukt. 'Nu zie je overal nog drugsverslaafden en prostituees, maar dit moet een soort Montmartre worden. Over tien jaar is dit dlek voor kunstenaars.'

Magda Bielesz - zwart geverfd haar, weggeknipte pony, neuspiercing - is een geluksvogel. Ze heeft dan wel gestudeerd aan de oerconservatieve Academie voor Schone Kunsten in Warschau, maar zij is een leerling van Leon Tarasewicz, een van de weinige progressieve docenten op de Poolse kunstacademies. Op dezelfde academie in Warschau heb je nog Gregor Kowalski, net als Tarasewicz zelf vooruitstrevend kunstenaar. En op de academie in Pozn in het oosten van Polen, heb je Jaroslaw Kozlowski, die nog wel eens een uitwisselingsplek regelt voor zijn studenten op de Rijksacademie in Amsterdam. En dan heb je het wel gehad met de avant-garde.

Gemiddelde leeftijd van een docent: zeventig, tachtig jaar; allemaal met een contract voor het leven. Kunstgeschiedenis zoals die tot voor kort werd gegeven, ging niet verder dan de Poolse grens en het jaar 1900. Schilderkunst is nog altijd core-business; conceptuele kunst is des duivels. Wat je op de academie leert, is tekenen: de perfecte techniek. Geen kunstenaars in West-Europa die tegenwoordig nog zo goed kunnen tekenen als de Polen. Maar verder?

'Tarasewicz wordt uitgelachen door de andere docenten', zegt Bielesz. 'Hij vertelt je niet hoe je moet tekenen. Hij zegt niet: teken dit landschap, zo en zo. Maar hij stuurt je naar Berlijn, naar een tentoonstelling in een bepaalde galerie, en als je terugkomt, zegt hij: maak maar iets. Alles mag: installatie, video, performance.'

De moderne lesmethode van Tarasewicz is op westerse kunstacademies allang in zwang: leerlingen gaan op atelierbezoek bij kunstenaars, kunstenaars uit binnen- en buitenland doen gastdocentschappen, curatoren en critici komen lezingen geven, uitwisselingsprogramma's en excursies worden georganiseerd.

Maar voor Poolse begrippen is een bezoek aan de Biale in Venetizoals Tarasewisz (vertegenwoordiger van Polen twee jaar geleden) doet met zijn leerlingen, nog altijd een kleine revolutie.

Toch, heel langzaam, verandert het kunstklimaat. Een steun in de rug is de toetreding van Polen tot de EU. Dingen die voorheen alleen op het internet bestonden, worden nu makkelijker toegankelijk: buitenlandse stipendia, uitwisselingen met andere academies, internationale artists in residence-projecten. Maar de grote spurt vooruit moet nog komen. Tot die tijd vluchten makers van al te hedendaags werk weg uit Polen, naar Londen, New York of Amsterdam. En is het voor de achterblijvers roeien met de riemen die er zijn.

Het enige Museum voor Moderne Kunst staat in Lodz. Maar het economisch centrum van Polen, Warschau, is de plaats waar 'het gebeurt' - zij het op zeer bescheiden schaal. Een paar dagen in Warschau en je kent de hele kunst-scene. Hoe bruisend de What's up in Warsaw het ook wil doen lijken met een eindeloze opsomming van festivals en tentoonstellingen, de meeste galleries zijn niet meer dan winkeltjes met ambachtelijke werk, vergelijkbaar met gewone souvernirwinkels.

Kunstenares Bielesz: 'Heel veel ''galeries'' in Polen werken nog op dezelfde manier als in de tijd van het communisme. Toen waren ze van de socialistische koepelorganisatie voor kunsttentoonstellingen. Elke kunstenaar die daarvan lid was, kon er exposeren, ongeacht de kwaliteit. Met moderne en hedendaagse kunst is geen droog brood te verdienen.'

Welgeteld heb je echte hedendaagse kunst-galerie, Foksal. Je hebt kunstmuseum, de Zacheta National Gallery. Eexperimenteel Centrum voor Hedendaagse Kunst, het Zamek Ujazdowski, gevestigd in een vervallen kasteel. Het aantal internationaal georieerde en dus hedendaagse curatoren is op de vingers van een hand te tellen.

Vanaf de dag van de opening is het Zamek controversieel geweest, vanwege het simpele feit dat de instelling zich richt op hedendaagse en conceptuele kunst. Grote buitenlandse kunstenaars, zoals Pipilotti Rist, Marina Abramovic, Mona Hatoum, Nan Golding en Martin Creed hebben er geoseerd, als vrucht van de internationale contacten van curator Milada Slizinska met instellingen als het Centre Pompidou in Parijs, het Reina Sofiin Madrid, De Appel in Amsterdam.

Lopend door de zalen van het Zamek vertelt Slizinska de ene anekdote na de andere. Blood ties, vier grote foto's waarop Katarzyna Kozyra zichzelf naakt, maar uiterst kuis, tussen de kolen en bloemkolen heeft afgebeeld in opdracht van een billboard-bedrijf, werd na een paar dagen uit de stad verwijderd. Voor de twee video's The Thieves en Malevich's bicycle waarin Krzysztof Bednarski poedelnaakte soldaten met helmen op en kistjes aan de meest absurde choreografiemet hun geweren laat doen, kwam de minister van Defensie zelfs persoonlijk een kijkje in het museum nemen. 'Niet om censuur te plegen', zegt Slizinska lachend, 'maar om te controleren dat er op die helmen geen adelaar met kroon stond!' Als de adelaar wel een kroon zou hebben, zouden het nog helmen zijn uit de communistische tijd, en dan zouden de filmpjes onherroepelijk beledigend zijn en moeten worden verboden.

Kunstwerken die verwijderd en galeries die gesloten worden, curatoren die moeten aftreden - het gebeurt aan de lopende band. Iedere zichzelf respecterende kunstenaar die concessies weigert te doen in zijn kunst, is wel eens het middelpunt van een affaire geweest.

Voornaamste kracht achter de relletjes is de extreem rechts-conservatieve katholieke partij, Liga Polskich Rodzin. 'Alles wat maar riekt naar seksualiteit of religie zien zij als blasfemie, godslastering, perversiteit', zegt Magda Bielesz, die vorig jaar doorbrak met een solotentoonstelling in het prestigieuse Zacheta, en daarna ook een boze brief van de Liga ontving. 'Het was op een gegeven moment echt een soort heksenjacht. Alle musea gingen ze af op zoek naar het minste of geringste.' Ze vindt het erg dat ze veel van haar beste werk nooit in Polen kan laten zien. Ze haalt twee portretten tevoorschijn van een en dezelfde vrouw, de ene keer men de andere keer zonder het syndroom van Down. Een andere serie toont lachende kinderen in vrolijke T-shirts, maar met halve armen. 'Zoiets kan hier niet. Ik laat me er niet door leiden tijdens mijn werk, maar als zo'n tekening af is, weet ik het al.' Ook een film over seksuele voorlichting waarin ze de woorden penis en vagina gebruikt, wil niemand tentoonstellen. Om ze nog enigszins onder de aandacht te brengen, stuurt ze dit soort werk als attachment per e-mail rond, naar haar duizend namen tellende adressenbestand.

Kunstenares Dorota Nieznalska werd eind vorig jaar veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke celstraf vanwege Passie. Het kunstwerk is een video van een man die fitnessoefeningen doet met ernaast gehangen een kruis met een penis. De galerie in Danzig is inmiddels gesloten. Niez nalska gaat in hoger beroep.

De beroemdste Poolse kunstrel is die rond het beeld van de Italiaanse kunstenaar Mauricio Cattelan, van paus Johannes Paulus II die, bekneld onder een meteoriet, op de grond van de Zacheta lag. Niet alleen spoedden zich persoonlijk twee parlementari naar het museum om de paus uit deze benarde situatie te bevrijden, het halve parlement schaarde zich in een brief achter de actie. Het beeld betekende het einde van directrice Anda Rottenberg; voor straf verloor het museum het predikaat 'nationaal'.

De Poolse overheid heeft weinig op met kunst, luidt de algemene klacht. Plannen voor de bouw van een museum voor hedendaagse kunst - de Poolse architect Daniel Libeskind heeft zijn diensten aangeboden - liggen al jaren ongemoeid op tafel. Tot eind jaren tachtig, toen de gemeente het bouwvallige, zeventiende-eeuwse kasteel dat in de jaren vijftig grotendeels door een brand was verwoest, aan de kunst schonk, was er zelfs helemaal geen infrastructuur voor kunst.

Milada Slizinska: 'Ten tijde van de eerste tentoonstelling hier, in 1988, voldeed het Zamek in geen enkel opzicht aan de eisen voor een kunstmuseum. Geen verwarming, geen vloeren, geen plafonds. Maar de kunstenaars vonden het geweldig. Het waren de jaren negentig, de tijd van de installaties. Iedereen mocht hier doen wat hij wilde.' Ze laat een foto zien van een met een centimeters dikke verflaag bedekte tentoonstellingszaal.

De vaste collectie van het Zamek, deels permanent tentoongesteld, is zo'n beetje de enige internationaal georieerde kunstcollectie van belang die Polen heeft. 'Het is een gemengde collectie van Pools en buitenlandse kunstenaars door elkaar, van werk vanaf de jaren twintig en dertig maar met het accent op de jaren zeventig tot nu.' In vliegende vaart geeft ze een rondleiding langs werken van Ilya Kabakov en Joseph Kosuth, van Michelangelo Pistoletto, en van gevestigde Poolse kunstenaars als Roman Opalka en Boltanski, maar ook langs namen van nu: Katarzyna Kozyra, Zbigniew Libera, Pawel Althamer, Artur Zmijewski.

Toch is het behelpen. 'Het is best een aardige collectie', zegt Slizinska, 'maar de meeste werken zijn kadootjes van de kunstenaars zelf. We zijn afhankelijk van schenkingen. We hebben nauwelijks een aankoopbudget. We zijn een nationale instelling, maar alleen het gebouw en de gebruikskosten krijgen we van de overheid gesubsidieerd. Alle tentoonstellingen moeten we zelf bekostigen.'

Hetzelfde probleem heeft de National Gallery Zacheta, vergeleken bij het anarchistische Zamek een keurig klassiek kunstmuseum met brede trap, zuilen en tympaan met opschrift 'Artibus'. Voor jonge, goede kunstenaars - lees: kunstenaars die niet al te opruiend werk maken - is links bij de ingang een klein zaaltje vrijgemaakt.

Had de Zacheta onder Rottenberg de faam gewaagde en opruiende tentoonstellingen te presenteren, met de aanstelling van directrice Agnieszka Morawinska, oud-staatssecretaris van Cultuur, is de wind gaan liggen. En dat moest ook. 'Dit instituut heeft een grote traditie als kunstinstituut. Dit is het enige gebouw in Polen dat is gebouwd als museum. Wij hebben veel betere mogelijkheden om kunst tentoon te stellen dan het Zamek.'

De teruggekeerde rust ziet Morawinska als haar verdienste. Sinds een jaar mag het museum zich weer 'National Gallery' noemen. Het noemen van de naam Anda Rottenberg in haar werkkamer is als vloeken in de kerk. 'Ik ben mevrouw Rottenberg niet. Ik heb ook niet de pretentie deskundig te zijn op het gebied van hedendaagse kunst. Daarvoor leun ik volledig op mijn curatoren. Ik ben meer een manager.'

Wat tentoonstellingen betreft, betekent dat schipperen. Morawinska: 'Er is een discrepantie tussen wat mensen mooi vinden en wat wij beschouwen als goede kunst.' Voor de doorsnee Poolse museumbezoeker is goede kunst academisch schilderwerk uit de achttiende eeuw. Van conceptuele kunst heeft de gemiddelde Pool geen kaas gegeten. Haar missie is het opvoeden van het publiek.

Morawinska heeft zich erbij neergelegd. Op verdere vragen over tentoonstellingsbeleid zit ze dan ook niet te wachten. Nieuwe aankopen hebben niet haar prioriteit, daar is geen geld voor; de middelmatige collectie neemt ze op de koop toe. Moderne kunst in Zacheta is vooral kunst uit de tijd van Picasso en Mondriaan.

Waar Morawinska wel over wil praten zijn bezoekersaantallen ('een half miljoen per jaar', 'zeshonderd bij een lezing van Daniel Libeskind'), de educatie- en andere publieksvriendelijke projecten, en de door haar genomen moderne maatregel van het verruimen van de openingstijden. 'Zacheta is de enige galerie in Polen die tot acht uur 's avonds geopend is.'

Eens in het jaar wordt het publiek beloond. 'Dan geeft Zacheta, zoals ik het altijd noem, een kerstcadeautje aan de mensen van Warschau.' En dat is?

'Laat me raden', zegt Magda Bielesz. 'Een leuke tentoonstelling over de Poolse schilderkunst rond 1900.'

Meer over