Wacht tot de zon zakt

Panama ontpopt zich tot populaire reisbestemming in Midden-Amerika. Een stappenplan voor beginners: stad, jungle en strand.

Stad: Panama-Stad

Café Mojitos sin Mojitos is net een huiskamer. Op de bar ligt een keffertje, zijn borstelige snuit rustend op de poten. 'Als jullie naar huis gaan, zet ik jullie fles wijn in de koelkast voor morgen', zegt eigenaar Eric Theise tegen de baasjes van de hond - een beneveld Amerikaans stel. In de tuin met palmbomen eet je hier voor 6 dollar de beste hamburgers van de stad en is er vaak livemuziek. Barman Theise doet met zijn hawaïshirt, zijn grapjes en het vliegensvlug ontdoppen van flesjes denken aan Tom Cruise in de film Cocktail. Minus de cocktails. Hier wordt zonder poeha bier geschonken en worden pubquizzen gehouden.

Niet wat je verwacht in Panama-Stad. Casco Viejo, de historische wijk in het zuidwestelijke puntje van Panama-Stad, is in veel opzichten de tegenhanger van het wolkenkrabberwalhalla dat deze stad de bijnaam 'Dubai van Midden-Amerika' gaf. In Casco vind je geen internationale ketens vol patserige expats, geen Trump Tower, geen brede boulevards. Casco lijkt op het eerste gezicht een gemoedelijk dorpje waar je alles te voet doet.

Maar vergis je niet. Gemoedelijk is hier niet bedoeld als synoniem voor saai. Zet een stap buiten de bar en daar staan mensen te roken, te drinken, te flirten. De 27-jarige fotograaf Christian - geboren en getogen in Panama - zei het al: wil je Casco ontdekken, wacht dan tot de zon zakt. Dan gebeurt het, op de vier pleinen die de wijk telt, onder Franse balkonnetjes, op de smalle geplaveide straatjes tussen giechelende meisjes en auto's die langzaam voorbijtrekken.

Christian, gevonden via de website Couchsurfing, is onze lokale gids voor de avond. Hij - in sneakers en zonnebril - wil best een nachtelijke rondleiding geven door de buurt waar de laatste jaren galeries, restaurants en boetiekhotels opdoken. Nogal een metamorfose. Niet zo gek, lang geleden was Casco - in 1673 door de Spanjaarden opgericht nadat de oude stad door piraat Henry Morgan in brand was gestoken - een krakkemikkige verzameling verwaarloosde panden uit de koloniale tijd en ongure straten waar toeristen nog weleens werden beroofd. Nu behoort het historische centrum tot het Werelderfgoed van de Unesco. Overdag kun je geen hoek omslaan zonder bouwvakkers in fluorescerende hesjes tegen het lijf te lopen.

Niet dat alle ruigheid is weggepoetst. Gelukkig niet. 'Mijn broer nam mij hier naartoe om mijn maagdelijkheid te verliezen', wijst Christian als we langs een restje sloppenwijk lopen aan het begin van Casco Viejo, net voorbij de overdekte vismarkt op Balboa Avenue, waar je zeedieren uit het vuistje eet. Hier zat de rosse buurt. 'Het meisje was niet mooi. We kletsten wat en tegen mijn broer zei ik dat we het hadden gedaan.' Duidelijk is: Casco is niet té gelikt, zoals opkomende wijken vaak eindigen. Nog niet.

Panama-Stad staat op de derde plek van goedkoopste steden ter wereld. Toeristen kiezen Panama vaker als goedkoper alternatief voor buurland Costa Rica. Op Plaza de Francia - waar je de zeelucht ruikt - bestellen we bij het ijscokarretje van Julio Enrique 'raspado': geschaafd ijs, overgoten met fruitsiroop en zoete melkpoeder. Enrique is met zijn panamahoed en zonnig humeur een begrip. 75 dollarcent zijn we hem slechts verschuldigd.

Voor een panorama over de nachtelijke stad verkassen we naar het dakterras van het vorig jaar geopende Tantalo Hotel. Dit designhotel heeft twaalf kamers, elk ingericht door een Panamese kunstenaar. Detail: alle spullen zijn te koop en het graffititoilet is een beleving. Achter ons doemt Ancon Hill op - een ideaal dagtripje voor het beste uitzichtpunt van de hele stad, links het kluitje verlichte wolkenkrabbers en rechts trekken schepen richting het beroemde kanaal waar ruim anderhalf miljard dollar per jaar wordt verdiend. 'Toch is het irritant dat mensen Panama-Stad alleen om het kanaal kennen', zegt Christian. Met onder ons de rode daken van koloniaal Casco, de nacht nog jong en een glas lokale Abuelo-rum in de hand, moet je hem daarin gelijk geven.

Jungle: Boquete

De quetzal vertikt het. Deze droom van vogelspotters - met een smaragdgroene staart van wel 60 centimeter die volgens de Inca's en de Maya's speciale krachten zou hebben - laat zich niet zien. Door een misstap in de beek soppen de schoenen, modder kleeft aan de broekspijpen en de adem is kort - het hoogste punt van deze klim in de hooglanden bij Boquete in het westen van Panama is 2.500 meter.

Als gids Ernesto Tribaldos zegt: 'Welkom op de berg der klagenden' (het staat er echt, op een bordje langs de steile heuvel), zou je het compleet gehad kunnen hebben. Maar nee: er hangt een sprookjesachtige nevel, er fladdert een gracieuze kolibrie en in de jungle aan weerszijden van het pad spot je kapucijnapen en hoor je het gepiep van de geeldijstruikgors, die je - als stadsmens - stiekem de ringtone bird doopt.

Dit Quetzalpad van 9,6 kilometer loopt door Volcan Baru National Park in de westelijke provincie Chiriqui en is een van de mooiste paden in Midden-Amerika. De wandeling steekt de Baruvulkaan aan de noordkant over, van het dorpje Boquete naar Cerra Punta, als je wilt klimmen, of in omgekeerde richting als je wilt dalen.

Na een bezoekje aan Panama-Stad zoeken velen de groene, koelere hooglanden van Chiriqui op. Vanaf Panama-Stad is het een half uur vliegen naar de stad David, en daarvandaan twee uur met de auto naar Boquete. Het broedseizoen van januari tot en met maart is de beste periode om de quetzal te spotten. Maar rond Boquete is meer te doen: Met een zip line over de jungle roetsjen, paardrijden, badderen in de hot springs of klimmen langs drie watervallen.

Er is nog een belangrijke reden om naar Boquete af te reizen: koffie. In de ijle berglucht groeit hier de boon van de wereldberoemde, exclusieve Geisha-koffie (een kopje kost al gauw 6,50 dollar). 'Het Britse koningshuis koopt koffie bij ons', zegt Moises Montezuma. Hij is de beheerder van koffieplantage Finca Lerida en geeft een tour langs de koffieplanten, compost met krioelende wormen, onderwijl vertellend over de strijd van Panama om te concurreren met koffiebuurland Colombia. Finca Lerida heeft tevens een kleinschalige Bed & Breakfast en ecolodges met veranda en uitzicht op een weelderige tuin.

Als 12-jarig jongetje kwam Moises naar Boquete met zijn familie om als seizoenswerkers bonen te plukken, nu runt hij de boel. In zijn laboratorium schuif je aan voor een cuppingsessie, oftewel een officiële koffieproeverij. Slurpend en zoekend naar de juiste woorden - bloemig? bitter? vanille? - verander je even in een ware koffiesnob. In het koddige cafeetje op het landgoed doe je dat nog eens rustig over - met een gebakje erbij.

Strand: San Blas-eilanden

In vier zwemslagen verdwijnt Jony de diepte in. Met een harpoen in zijn hand duikt hij naar een nietsvermoedende kreeft op de bodem: onze lunch van vandaag. Jony is naar verluidt een van de beste duikers in de regio van San Blas, een archipel bestaande uit 357 eilandjes in de Caribische zee in het oosten van Panama.

Krijgt Jony een prooi in het vizier, dan blijf jij als snorkelende toeschouwer veilig hangen aan de oppervlakte. Achterblijven was nog nooit zo leuk. Turend door de duikbril, deinend in de golven, omringd door nieuwsgierige visjes in felle kleuren. Alles draait hier om de zee. 'In Panama-Stad eten ze inktvis. Hier gebruiken wij het als aas', zei Jony eerder, niet zonder trots.

Dan begint het te regenen. Dikke druppels roffelen op het achterhoofd. Omringd door het warme water besluit je die tropische bui nog even te negeren. Gelukkig maar. Jony komt naar boven met een gigantische schelp met roze binnenkant. Die je bij het aanpakken bijna doet verzuipen. Een grote regenboog siert de lucht. Terug dan maar naar het witte zand van Nubesidub, oftewel Dove Island, zo groot als een half voetbalveld. Jij zeulend met die schelp, Jony draagt een gigantische langoustine met maaiende poten.

Er is niets én veel tegelijk op San Blas. Geen leuke barretjes, geen avontuurlijk jetskiritje of levendige hostels - voor die zaken moet je bij die andere eilandengroep zijn, Boca's del Toro. De 49 bewoonde eilanden worden bestierd door deze Kuna's, die sinds 1925 een semi-autonome status in Panama hebben. Zij geven het toerisme vorm volgens hun eigen regels. In de praktijk betekent dat vooral tropische eenvoud, ook ter bescherming van het gebied.

Wat is er wel? Met de kano kun je aanleggen bij het kleinste eiland dat je ooit zag, met slechts één palmboom, zoals in een cartoon. Of snorkelen rondom een gezonken schip met geheimzinnige nissen bij Dog Island. Of het anker uitgooien bij wat onze gids Gilberto Alemancia 'een natuurlijk zwembad' noemt: plotseling helderblauw ondiep water midden op zee, waar je rondplonst en zoekt naar rode, oranje of gele zeesterren die overal op het ribbelige zand liggen. 'Niet langer dan een minuut vasthouden boven water, anders gaan ze dood', waarschuwt Gilberto.

Slapen doe je in een meegebrachte tent of in een bamboehutje op één van de eilanden, als gast van een Kuna-familie die daar de boel bestiert. Een overnachting plus drie maaltijden kost gemiddeld 30 dollar. De hutjes zijn simpel: op het zand staat slechts één bed, met een gemeenschappelijk wc-hokje en douche verderop.

Gids Gilberto biedt een hangmat aan in zijn geboortedorp. Carti Sugdup of Crab Island is één van de grotere eilanden van San Blas met wegen en winkeltjes, niet ver van het vasteland. Je loopt door een doolhof van smalle paadjes, zegt een duttende dorpsoudste gedag, bezoekt het Kuna Museum en ziet dat de wc een gat is waar de vissen onder je door zwemmen.

's Avonds laat Gilberto's oma zien hoe Kunavrouwen de beroemde mola's maken: stukken stof van verschillende kleuren die op elkaar genaaid worden. Dan is het tijd om de hangmat op te zoeken - om elf uur gaat de elektriciteit uit. Gilberto heeft nog een waarschuwing voor als je 's nachts naar de wc moet. 'Hier zie je zo veel vallende sterren, dat je na verloop van tijd geen wensen meer over hebt.'

VEROVERAAR BALBOA

Vijfhonderd jaar geleden doorkruiste de Spaanse conquistador Vasco Nuñez de Balboa Panama. Hij was de eerste Europeaan die de oostkant van de Stille Oceaan zag. In Panama vinden we Balboa terug op de munt, in straatnamen en als naam van het biermerk dat het nationaal elftal van Panama sponsort.

undefined

Meer over