Wacht Europa een hete herfst?

Velen voelen er niks voor de rekening van de bankencrisis te betalen. Maar tot massale protesten die politici slapeloze nachten bezorgen, is het nog niet gekomen....

Het is woensdag 23 juni en in de Griekse havenstad Piraeus zitten toeristen al uren op hun koffers. Ze wachten, want de boten die hen naar hun vakantie-eilanden moeten brengen varen niet. Reden: een staking. ‘De maatregelen die de Griekse overheid neemt om de crisis te bestrijden, veroordelen werknemers tot armoede’, verklaart de woedende staker Sotiris Pontikogiannis aan persbureau AP.

Een dag later en honderden kilometers verderop staat de Franse Bruno Lamy (41) te midden van de met protestvlaggen, protestvuvuzela’s en protesthoeden uitgedoste massa. Ook deze verzorger van psychiatrische patiënten heeft het werk neergelegd uit frustratie. Want de plannen van de Franse regering om de pensioenleeftijd te verhogen naar 62 jaar bevallen hem niet. Niet dat hij niet van zijn baan houdt, zegt hij tegen een journalist van Le Monde. ‘Maar ik denk dat ik het na mijn 60ste niet meer volhoud. Er is een tijd voor werken, en een tijd voor pensioen.’

Vrijdag was het de beurt aan de Italianen. ‘Het beleid van deze regering leidt tot een ramp. De economische situatie is catastrofaal’, zegt een van de stakende ambtenaren tegen AFP. ‘Mensen zijn bang voor hun baan’, voegt zijn buurman toe.

Op het eerste gezicht hebben Pontikogiannis, Lamy en de Italiaanse stakers niks met elkaar te maken. De ene maakt zich druk over zijn koopkracht, de ander wil het recht om te stoppen met werken op zijn 60ste behouden en de derde vreest voor zijn baan. Toch hebben de demonstranten uit de verschillende landen wel wat gemeen: ze hebben het gevoel dat zij de rekening van de bankencrisis moeten betalen.

Nu het stof van de kredietcrisis langzaam is neergedaald en de begrotingsschade duidelijk wordt, buitelen Europese landen over elkaar heen om bezuinigingsplannen aan te kondigen. Voor zover nu duidelijk, is in ieder geval de Europese ambtenaar de klos. In Duitsland wil de regering duizenden banen schrappen. Voor Italiaanse en Britse ambtenaren wacht een bevriezing van de lonen. En ze hebben nog geluk, hun Griekse en Spaanse collega’s mogen 5 à 10 procent van hun loon inleveren. Het blijft hier waarschijnlijk niet bij. Hoewel nog veel onzeker is, wordt er in meerdere landen gesproken over verhoging van de pensioenleeftijd, versobering van de uitkeringen en flexibilisering van het ontslagrecht.

Kortom, Europa staat aan de vooravond van een golf van arbeidsmarkthervormingen en bezuinigingsmaatregelen. Veel burgers zullen de crisis nu voor het eerst in de portemonnee gaan voelen. Het is de vraag hoe de vakbonden daarmee om zullen gaan. Zijn ze bereid om mee te bewegen? Of gaan ze zich met hand en tand verzetten tegen iedere crisismaatregel die wordt afgekondigd? En als de bonden zich gaan verzetten, zijn ze dan in staat om de bezuinigingen dusdanig te frustreren dat een land, en zelfs de euro, in de afgrond glijdt?

Vooralsnog hebben de bonden weinig in de melk te brokken: er wordt wel gestaakt, maar tot nu toe met weinig resultaat. De Spaanse regering zet de bezuinigingsplannen door – ondanks de protesten van de bonden. En ook de Franse vakbeweging bezorgt haar regering nog geen slapeloze nachten. Want hoewel de Franse bonden donderdag claimden dat twee miljoen Fransen de straat opgingen – de politie houdt het op bijna 800 duizend –, kunnen ze nog niet de vuist maken die ze willen.

‘Het is simpelweg nog te vroeg voor acties’, zegt arbeidsmarktspecialist Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg. ‘De vakbonden stellen zich wat afwachtend op.’ Wat hem betreft is dat ook niet zo vreemd. Op Griekenland en Spanje na, is het nog onduidelijk wat de begrotingscrisis voor werknemers gaat betekenen. ‘Je neemt geen intelligente positie in als je bij voorbaat al gaat staken. Dan bevestig je alleen maar je imago van ‘hakken in het zand’.’

Voorlopig hebben de bonden in de zuidelijke traditionele stakingslanden ook geen baat bij een al te harde opstelling, zegt Anton Hemerijck. Hij is hoogleraar Institutionele beleidsanalyse aan de Vrije Universiteit. ‘In landen als Spanje, Portugal en Griekenland speelt de angst voor een nationaal faillissement een belangrijke rol. Daardoor is de bereidheid om in het geweer te komen tegen de maatregelen laag.’ Daar komt bij dat in Griekenland en Spanje linkse regeringen aan de macht zijn. Het is niet slim het deze regeringen al te moeilijk te maken, stelt Hemerijck. ‘Ze willen de kans niet vergroten dat de rechtste partijen de macht overnemen bij de volgende verkiezingen. Daarom zul je wel enige acties zien om de achterban tevreden te houden, maar het zal beperkt blijven.’

De gematigde opstelling van de Zuid-Europese vakbonden is volgens Hemerijck echter alles behalve onvoorwaardelijk. ‘De zuidelijke eurolanden moeten nu versneld hervormingen doorvoeren die ze, als het stabiliteitspact normaal had gefunctioneerd, al lang achter de rug hadden gehad.’ Nu het crisis is, zullen de hervormingen harder aankomen dan in een economische bloeiperiode. Toch denkt hij dat de meeste werknemers bereid zijn de gevolgen te dragen. ‘Het grootste gevaar voor het slagen van de maatregelen in Zuid-Europa, is dat Noord-Europa nu in paniek zo hard gaat bezuinigen dat er geen perspectief meer is voor groei. De zuidelijke landen zijn voor economische herstel afhankelijk van het Noorden. In zo’n geval zouden we ons nu weleens in de stilte voor de storm kunnen bevinden.’

Hoezo?, zegt Catelene Passchier verbaasd. De Nederlandse is bestuurslid van de Europese koepel van vakorganisaties. Wat haar betreft is de storm allang begonnen. ‘Op 18 mei werd er in Roemenië gedemonstreerd, op 20 mei in Griekenland en Spanje, op 27 mei in Portugal, op 2 juni weer in Spanje, en zo kan ik nog wel even doorgaan.’ Volgens haar is het zonneklaar dat de gewone Europese man of vrouw de maatregelen niet zonder meer pikt. ‘Ze hebben het gevoel dat zij de prijs van de bankencrisis moeten betalen. Werknemers pikken het echt niet als de regeringen zomaar zeggen: we moeten besparen, dus we verhogen de pensioenleeftijd, kondigen arbeidsmarkthervormingen aan en gaan diep snijden in de uitgaven. Dat is te simplistisch gedacht en daarmee kun je het economisch herstel in de kiem smoren.’ Als de regeringen dit gevoel onder de bevolking blijven negeren, voorziet zij een ‘nog hetere herfst’. ‘Dat is dan onvermijdelijk.’

De kredietcrisis heeft tot de vernietiging van 34 miljoen banen geleid, rekent Agnes Jongerius, voorzitter van vakcentrale FNV voor. Wat haar betreft moet dít punt prominenter op de regeringsagenda’s komen. ‘Nu ligt de nadruk op het begrotingstekort.’

Het zijn spannende dagen voor de FNV-voorvrouw. Binnenkort krijgt zij de uitslag van het referendum over het pensioenakkoord op haar bureau. Steunen haar leden het resultaat dat zij samen met de werkgevers begin juni bereikte, of verwijzen ze het akkoord en de onderhandelingsstrategie naar de prullenbak?

Wat Wilthagen betreft is het pensioenakkoord een goed voorbeeld van de manier waarop vakbonden kiezen voor de onderhandelingsstrategie. ‘Je ziet ook elders in Europa dat de vakbonden niet de geijkte actiewapens oppakken.’ Zelfs in Frankrijk vallen de acties mee, constateert hij. ‘Het verschilt natuurlijk per land en cultuur, maar over het algemeen willen de bonden meepraten over de arbeidsmarkthervormingen.’

De Rotterdamse hoogleraar sociologie Romke van der Veen herkent de hand van Brussel in de gematigde opstelling van de Zuid-Europese bonden. ‘De Europese Unie is al tien jaar bezig om het beleid beter op de sociale partners af te stemmen. Lange tijd was het in het zuiden van Europa gebruikelijk om eerst te staken, en dan pas te gaan praten.’ De zuidelijke landen hebben nog lang geen overlegcultuur zoals Nederland, vindt hij. Kijk maar naar de bloedige protesten in Griekenland begin mei. ‘Maar sommige landen bewegen zich wel langzaam in die richting.’

Een eenvoudige klus voor de bonden is het echter niet. De FNV-leden in de haven – die bekend staan om hun SP-opvattingen – hebben zich deze week al openlijk uitgesproken tegen het ‘gematigde’ pensioenakkoord. De vraag is hoe breed hun ‘radicalere’ ideeën leven onder de FNV-achterban. ‘Dit is geen uniek Nederlands probleem is’, zegt Passchier van de Europese koepel van vakorganisaties. ‘Veel bonden zijn best bereid tot compromissen. Maar ze worstelen met de vraag: hoe verkoop je een akkoord als een eerlijk compromis waarmee je erger kunt voorkomen, als een deel van je achterban dat niet zo voelt?’ Net als in Nederland kampen veel andere bonden met een vergrijzend ledenbestand, tanende aantallen en de angst om de leden van zich te vervreemden als ze zich te gematigd opstellen. ‘Je ziet overal de opkomst van extreme groepjes. Ik maak me hier grote zorgen over.’ Deze ontwikkeling is niet alleen vervelend voor de bonden. Maar ook voor de werkgevers en de regeringen. Passchier: ‘Zij verliezen dan een onderhandelingspartner en de mogelijkheid om akkoorden te sluiten die kunnen rekenen op draagvlak en arbeidsrust.’

Een scenario waarin de achterban van de bonden radicaliseert, niet verder kijkt dan de eigen grenzen en belangen, moet koste wat het kost voorkomen worden, vindt ze. ‘De bonden moeten samenwerken in Europa, samen een vuist maken en solidair zijn met elkaar. We kampen immers met hetzelfde probleem. Maar regeringen zullen ook water bij de wijn moeten doen.’

Zo vindt ze dat er op Europees niveau moet worden aangedrongen op versoepeling van de kredietvoorwaarden voor Griekenland. ‘Hoe Griekenland is behandeld en moet bezuinigen is schandalig. Het gaat ten koste van de sociale voorzieningen en de mogelijkheden voor economisch herstel. Je moet je wel bedenken dat dit land nog niet zo lang weer een democratie is. Het is in ieders belang dat deze democratie het ook overleeft.’

Maar hoe verkoop je dit verhaal aan de achterban? Een Spaanse werknemer voelt de bezuinigingen van Madrid, niet die van Athene. Maar als Griekenland failliet gaat en de euro verder in waarde daalt, voelen ze dat wel weer in Spanje. En andersom. ‘Natuurlijk zullen de officiële bonden de onderlinge solidariteit uitspreken, maar uiteindelijk kiezen de meeste bonden toch voor het belang van de eigen achterban’, zegt stakingsdeskundige Sjaak van der Velden. ‘Het is al moeilijk om Amsterdamse en Rotterdams havenwerkers gezamenlijk te laten optrekken. Uiteindelijk denken ze bij een staking van de ander: laat die boten dan maar naar ons komen. Hebben wij weer extra werk.’

Op 29 september hebben de vakbonden een Europese actiedag afgekondigd. Hoe deze dag ingevuld zal worden is nog niet bekend. ‘De zomer is een slechte tijd om te staken’, zegt Van der Velden. ‘Dus dat het nu rustig is heeft geen voorspellende waarde.’

In theorie kan Europa worden platgelegd door de bonden, denkt Anton Hemerijck. Maar die kans acht hij niet erg groot. ‘Het wordt echt niet meer zo heftig als in de jaren tachtig, toen de Britse mijnwerkers botsten met Thatcher. Toen was de vakbeweging nog een echte klassenbeweging. De klassenmaatschappij van toen bestaat nu niet meer.’

Toch waarschuwt hij de politiek zich niet te vroeg rijk te rekenen. ‘Tot nu toe is nog geen regering erin geslaagd de pijn van de crisis eerlijk te verdelen.’ Volgens Hemerijck kan dit de onvrede alleen maar doen toenemen. ‘Het veronderstelt een grote onderlinge solidariteit tussen bijvoorbeeld de ambtenaren- en de industriebonden. Maar als ze gezamenlijk écht in beweging komen, kunnen ze een grote chaos veroorzaken. Theoretisch is het dan niet ondenkbaar dat sommige Zuid-Europese landen en de euro alsnog onderuit gaan.’

Meer over