Waarschuwingssysteem is mensenwerk

Op de VN-conferentie in Kobe moet vermindering van de menselijke kwetsbaarheid voor rampen centraal staan, betogen Cees Breederveld en anderen....

Cees Breederveld en anderen

Van 18 tot 22 januari vindt in Kobe, Japan, de wereldwijde conferentie van de Verenigde Naties (VN) plaats over de beperking van de impact van natuurrampen. Met een wrede vingerwijzing heeft de Aziatische zeebeving de conferentie in de belangstelling van de internationale politiek en media geworpen. En dat was nodig. De aanloop naar de conferentie is tot nu toe zorgelijk verlopen en in Kobe zal nog heel wat onderhandeld moeten worden om tot een krachtig slotdocument te komen. Nederland kan daarin een voortrekkersrol spelen.

Lange tijd was de dominante visie dat natuurrampen nu eenmaal een gegeven zijn en dat noodhulp het beste is wat we kunnen doen om de gevolgen te verzachten. Zo'n twintig jaar geleden ontstond wereldwijd de visie dat hoewel natuurrampen niet volledig te voorkomen zijn, het leed en de schade enorm verminderd kunnen worden. Het is immers niet het natuurverschijnsel alleen dat de ramp veroorzaakt, maar vooral de combinatie met het gebrek aan weerbaarheid van de bevolking. Om iets tegen natuurrampen te kunnen doen, is het belangrijk om te weten waarom mensen er kwetsbaar voor zijn en hoe die kan worden verminderd.

Kwetsbaarheid is juist in ontwikkelingslanden groot, door een combinatie van armoede, slechte huisvesting, hoge bevolkingsgroei en slechte gezondheid. Arme mensen hebben eenvoudigweg de middelen niet om in een aardbevingbestendig huis te wonen. En voor families waar de kostwinners zijn getroffen door HIV/aids is voedselschaarste door droogte eerder fataal, zoals we recentelijk in Zuidelijk Afrika zagen. Een natuurverschijnsel als een orkaan of vloedgolf leidt daarom vooral in ontwikkelingslanden tot een ramp. De vooruitgang die de bevolking in arme landen, dikwijls met buitenlandse steun, weet te bereiken, kan in één klap weggevaagd worden. Bovendien is ontwikkeling dikwijls slecht gepland, waardoor de kwetsbaarheid voor natuurrampen verder wordt vergroot. Slecht aangelegde infrastructuur, gebrekkige riolering of de – vaak illegale – bebouwing op rampgevoelige plekken zorgen er voor dat een natuurverschijnsel sneller tot een ramp uit kan groeien. Daarnaast komt de laatste tien jaar een andere relatie steeds navranter in beeld. Menselijk ingrijpen in de natuur, zoals ontbossing, en door de mens versterkte klimaatverandering, maken dat natuurrampen meer dan vroeger voorkomen en ook ingrijpender zijn.

Het verminderen van de gevolgen van rampen heeft dus alles te maken met het veiligstellen van ontwikkeling en daarmee met armoedebestrijding. De zogenoemde 'Millennium-doelstellingen voor ontwikkeling' kunnen niet worden bereikt zonder steeds ook aandacht te besteden aan kwetsbaarheid voor rampen. De afgelopen jaren is in tientallen landen goede ervaring opgedaan met programma's die voorbereiden op rampenrisico's. Een goede combinatie van risico-bewustzijn onder de bevolking, waarschuwingssystemen, evacuatieplannen en schuilplaatsen is daarbij de sleutel tot succes.

Begin jaren zeventig kwamen in Bangladesh vijfhonderdduizend mensen om het leven door een cycloon en vloedgolf. Na deze enorme ramp zette de Bengaalse overheid samen met de Rode Halve Maan een programma op: er werden schuilplaatsen gebouwd en er werd een waarschuwingssysteem ingesteld dat ervoor zorgt dat informatie over naderend onheil snel terecht komt bij kwetsbare dorpen en gemeenschappen. In 1997 stonden bij een vergelijkbare situatie dertigduizend vrijwilligers klaar om een miljoen mensen te waarschuwen en te begeleiden naar de vijftienhonderd evacuatieplaatsen. Toen stierven er slechts tweehonderd mensen. Het programma toont aan dat er vóórdat een extreem natuurverschijnsel toeslaat al veel kan worden gedaan om mensenlevens te redden en de schade te beperken.

Door de verschrikkelijke ramp in Azië is het belang van waarschuwingssystemen opnieuw onder de aandacht gebracht, terecht. Maar voorbeelden zoals in Bangladesh demonstreren dat een centraal waarschuwingssysteem alleen werkt als de haarvaten van de samenleving – de kwetsbare dorpen, wijken en huishoudens – snel kunnen worden bereikt én als deze mensen vervolgens weten wat ze moeten doen. Niet de techniek, maar de mens moet centraal staan in dit systeem.

Door de zeebeving stijgt de internationale belangstelling voor Kobe. Nederland heeft in de tweede helft van 2004 namens de Europese Unie (EU) de onderhandelingen in de aanloop naar Kobe gevoerd. De EU heeft steeds opgeroepen tot concrete maatregelen, en om het verminderen van de impact van rampen te integreren met afspraken rond armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Dit pleit is bepaald nog niet gewonnen, getuige de voorliggende concept-slottekst van de conferentie. Helaas staan veel goede teksten en vrijwel alle concrete aanbevelingen nog tussen haakjes, wat inhoudt dat hierover in de conferentie nog onderhandeld moet worden. Nu door een verschrikkelijke speling van de natuur de politieke ruimte voor het maken van afspraken in Kobe ineens groter is, kunnen Nederland en de EU meer bereiken. De golf van dood en verderf in Azië leidde gelukkig tot een wereldwijde golf van medeleven, solidariteit en gulheid. Kobe is nu een belangrijk moment geworden om deze beweging te bestendigen in duurzaam beleid. Beleid dat diplomatieke woorden omzet in daadkracht. Dat zijn we de vele slachtoffers in Azië verplicht.

Meer over