Waarschijnlijk geel geverfd en gevaarlijk

Groot alarm in Bakkerswereld, weekblad voor de brood- en banketbakkerij. Zit er wel puur amandelspijs in uw banketletter? Of ook een beetje wagensmeer?...

Het is niet de redactie van het blad Bakkerswereld die groot alarm slaat. Het is een particulier die in het blad vorige week een forse, raadselachtige maar angstaanjagende advertentie plaatste. WAARSCHUWING!! Daaronder een foto van een machine die volgens de tekst gebruikt wordt voor het vermalen of pletten van onder meer sesamzaad, pinda's en 'misschien ook amandelen'. Mogelijk in verband met sinterklaas is het woord 'amandelen' vet gedrukt.

De grote schrik krijg je bij deze zinnen: 'Iedere rol draait in twee lagers, voorgesmeerd met giftig Alvania-R-vet, dodelijk bij 0,2 gram per kilo lichaamsgewicht.' Wie daar niet heet of koud van wordt, krijgt het apart nog eens voorgerekend. Weegt u 60 kilo, dan heeft u aan 12 gram Alvania-R voldoende.

Maar hoe groot is de kans dat het vet in de banketletter en dus in de mens terechtkomt? De advertentie: 'Vooral door nasmeren kan smeermiddel in aanraking komen met het gemalen consumptieproduct en daarmee gemengd worden. Daartegen willen wij waarschuwen.' Er staat een telefoonnummer onderin de advertentie. Voor inlichtingen. Maar die krijgen we niet. Een man neemt de telefoon op om hem er meteen weer op te smijten als hij hoort dat een journalist hem belt. Ook geniepige trucjes (net doen of we een dame zijn of een banketbakker) helpen niet. De haak gaat er op.

Maar de advertentie wijst ook de weg naar een andere informatiebron: 'De walsjes zijn verkocht door het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam, waarschijnlijk tussen 1990 en 1992 en waarschijnlijk geel geverfd.'

Het Tropeninstituut had tot vijf jaar geleden een afdeling agrotechnologie. Er werden apparaten ontworpen en gemaakt, vaak prototypes, voor gebruik in derdewereldlanden. Eenvoudige, onderhoudsarme machines voor het verwerken van landbouwproducten. Het waarschijnlijk geel geverfde persje was zo'n ontwerp. Het moest het winnen van spijsolie uit oliehoudende zaden vergemakkelijken.

In 1992 werd de afdeling agrotechnologie opgeheven. Een deel van de machines werd weggegeven aan de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein in Deventer, de vroegere tropische-landbouwschool. Een deel werd aan handelaren verkocht. Maar wat en aan wie precies, is niet goed bijgehouden.

Zoals het waarschijnlijk geel geverfde persje bijvoorbeeld. Of het er maar één was, is niet zeker, misschien waren er een paar, en wat er mee gebeurde, is ook niet precies bekend. Op de schroothoop, denken ze in het Tropeninstituut, maar je weet maar nooit of een banketbakker het daar niet heeft ontdekt en weggekocht om zijn amandelen te pletten.

De ontwerper van het zadenpersje is de man die de advertentie plaatste. Hij is - 80 jaar oud nu - allang weg bij het Tropeninstituut, maar een paar jaar geleden vond hij, in een publicatie van Shell over smeermiddelen, gegevens die hem verontrustten. Hij had zich destijds niet gerealiseerd dat er gevaarlijk vet in de lagers werd gebruikt. Twee jaar speurde hij naar zijn machine(s). Het spoor liep dood in de administratie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Maar het idee dat iemand zou omkomen door een lik vet uit het apparaat, liet hem niet meer los. Het werd een obsessie. De advertentie vorige week in het bakkersblad was een schreeuw van angst om Alvania-R, een smeermiddel van Shell, 'niet geschikt om in te nemen'.

De mate van giftigheid van onder meer smeervet wordt op verbluffend eenvoudige wijze bepaald. Neem honderd ratten en geef ze smeervet te eten. Als er vijftig ratten dood zijn, worden ze opengemaakt en wordt bepaald hoeveel vet ze binnenkregen. De ratten worden gewogen en zo wordt berekend welke hoeveelheid vet nodig is om een kilo rat om zeep te helpen. Tweetiende gram bijvoorbeeld. Voor het gemak wordt ervan uitgegaan dat eenzelfde hoeveelheid ook een kilo mens doodt.

Shell verstrekt gebruikers van smeervet dit soort technische gegevens, en zo kan iemand zelf berekenen wat ie nodig heeft om er een eind aan te maken. Maar of een mens er echt aan dood gaat, is pas zeker als dat is beproefd. En voor zover ze weten, bij Shell en in het Tropeninstituut, is er nog nooit iemand gestorven aan een smeermiddel dat in het eten terechtkwam.

Volgens een concurrent van Shell, Van Meeuwen Smeertechniek in Weesp, die vetten van het Amerikaanse merk Bel-Ray verkoopt, is het in Nederland niet verboden giftige smeermiddelen te gebruiken in machines voor levensmiddelen. Pas als het mis gaat op sinterklaasavond kan er iets worden ondernomen. Dan kan een beroep worden gedaan op de wet op de productaansprakelijkheid. Dan krijgt de bakker de schuld, die de kogellagerfabrikant erbij zal lappen, die op zijn beurt de leverancier van de smeer aansprakelijk stelt.

Er wordt wel gewerkt aan ongevaarlijke smeermiddelen. Van Meeuwen verkoopt er een aantal. Ook bij Shell wordt gezocht naar niet giftige smeermiddelen. Ze zijn er al in soorten, maar voldoen niet in alle gevallen. Vooral bij zware belasting van lagers moeten ouderwetse, gevaarlijke vetten worden gebruikt. De betrekkelijk nieuwe 'no/tox'-smeermiddelen bieden de lagers onvoldoende bescherming en kunnen verbranden bij overbelasting.

Volgens een woordvoerder van Shell is het vaak aan de gebrekkige constructie van machines in de levensmiddelenindustrie te wijten dat eigenlijk ongewenste vetten toch nog noodzakelijk zijn. Niet in dat waarschijnlijk geel geverfde persje.

De bange adverteerder in het weekblad voor de bakkerij legt uit hoe we ongelukken kunnen voorkomen. Draai aan de slinger en spuit tegelijkertijd door een smeernippel no/tox-vet in de lagers, het nieuwe vet duwt het oude eruit. Nu zijn de amandelen veilig. Wie heeft dat ding staan?

Meer over