Column

Waarom zo weinig zeggen?

De Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck overpeinst een zomer lang zaken die ze liever eerder had geweten.

Griet op de Beeck
Harvey Milk, een prominent voorvechter van de rechten voor homoseksuelen in de Verenigde Staten in de jaren zeventig. Beeld ap
Harvey Milk, een prominent voorvechter van de rechten voor homoseksuelen in de Verenigde Staten in de jaren zeventig.Beeld ap

Het is een jaar geleden dat de broer van een vriendin stierf. Hij was 33. Hij hing zichzelf op. Drie dagen eerder werd hij nog gesignaleerd op een feestje. Onder de gasten een heleboel mensen die hij al eeuwen kende. Hij maakte grappen en trakteerde. Niemand die ook maar vaagweg vermoedde welk drama er in de lucht hing.

'Hoe gaat het?' 'Goed.' Waarom doen we dat eigenlijk, zo weinig zeggen? Of zo weinig over onszelf wat ertoe doet, bedoel ik. Nederlanders staan erom bekend meer en uitbundiger te praten dan de gemiddelde Belg, maar het is niet omdat mensen meer praten dat ze ook meer vertellen. Taal kan ook een wapen zijn om je te verstoppen, om anderen juist op een afstand te houden. Waarom praten we met mekaar over de rapporten van kinderen die we amper kennen, over de buurman, over wereldproblemen en maatschappelijke kwesties, terwijl we veelal zwijgen over wat ons persoonlijk uit de slaap houdt, wat ons verontrust of ontregelt, waar we geen weg mee weten, wat ons onderuit dreigt te halen, waar we geen antwoord op vinden, waar we ons over schamen, wat we almaar niet begrijpen? Waarom roepen we niet als we niet meer kunnen, als we hulp nodig hebben, als we vastzitten en niet goed weten hoe dat op te lossen. Ik vraag me af of de broer van die vriendin er nog zou zijn, nu, als hij dat had gedaan. Misschien niet, maar misschien ook wel, dat is toch een vreselijke gedachte?

Harvey Milk was een prominent voorvechter van de rechten voor homoseksuelen in de Verenigde Staten in de jaren zeventig. Toen een net uit de kast gekomen jongen hem vroeg wat hij kon doen voor de goeie zaak, antwoordde Harvey Milk: 'Go out and tell someone.' Zo simpel en zo waar. Het is maar door de dingen bespreekbaar te maken dat er iets in beweging kan komen. Op grote schaal is dat zo, maar ook op microniveau begint alles bij de dingen benoemen, in de eerste plaats voor jezelf, wat voor velen al een hele opdracht is, maar daarna ook tegenover anderen.

Ik geef toe: ik heb het ook moeten leren. Ook ik was iemand die de indruk wekte veel te tonen, open te zijn, terwijl ik al die minder belangrijke verhalen gebruikte om de grotere kwesties niet prijs te hoeven geven. Nu durf ik steeds meer te laten zien wie ik echt ben, wat ik ten diepste denk, waar mijn wankele plekken zitten. En natuurlijk zijn daar grenzen aan. Toen een journalist van een gerespecteerde krant mij onlangs in een interview vroeg: 'Bent u in therapie geweest en zo ja, waar ging het dan zoal over?', sloeg dat mij met verstomming. Blijkbaar verwachtte de journalist daar echt een antwoord op. Ieder van ons heeft recht op zijn geheime tuinen, maar wie er in slaagt om daar af en toe toch eens iemand binnen te laten, die wordt zo beloond.

Wat zou het goed zijn als we onszelf meer lieten zien, denk ik dan, ongeacht of er nu wezenlijke problemen zijn of niet. En als we allemaal meer vragen stelden aan mekaar, ook en vooral over de belangrijke en de moeilijke zaken, en toonden dat we daar echt het antwoord op willen weten. Hoeveel beter zouden we daar met zijn allen niet van worden.

Meer over