Analyse

Waarom verliezers dit keer wél willen meeregeren: zelden was oppositie voeren zo onaantrekkelijk

Jesse Klaver staat donderdag de pers te woord, daags nadat GroenLinks zes van zijn veertien zetels verloor. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Jesse Klaver staat donderdag de pers te woord, daags nadat GroenLinks zes van zijn veertien zetels verloor.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

CDA, PvdA, SP en GroenLinks stelden teleur bij de verkiezingen, maar houden de optie om te regeren open. Een verblijf in de oppositiebankjes oogt een stuk minder aantrekkelijk nu de Tweede Kamer verder fragmenteert en polariseert.

Niet iedereen zal ernaar uitkijken, maar spektakel lijkt de komende jaren gegarandeerd in de Tweede Kamer. Wat mogen we allemaal verwachten als de meest recente prognoses uitkomen? Debatten tussen tegenpolen als Thierry Baudet van Forum voor Democratie en Bij1-voorvrouw Sylvana Simons, met op de achtergrond wellicht nog een bijrol voor de heren van Denk. Voor Nexit-liefhebber Geert Wilders lonkt nu juist een mediagenieke clash met de frisse ‘eurofielen’ van Volt. De Partij voor de Dieren heeft haar natuurlijke aartsvijand gevonden in de BoerBurgerBeweging (BBB). Hard tegen hard: ideaal voor de talkshows en sociale media.

Voor meer traditionele partijen als CDA, PvdA, SP en GroenLinks is dit een allesbehalve lonkend vergezicht. Met zeventien partijen in de Kamer dreigt een meedogenloze strijd om aandacht. Als regeringsdeelname er niet inzit, moeten ex-bestuurders als Wopke Hoekstra en Lilianne Ploumen zien op te vallen tussen politici die larger than life zijn, van Geert Wilders tot Sylvana Simons en Caroline van der Plas, de BBB-leider die donderdag per tractor arriveerde op het Binnenhof.

Oppositie was voor Buma een ‘oase’

CDA-leider Wopke Hoekstra lijkt, ondanks zijn forse verlies, nog niet helemaal klaar te zijn om zich bij het bonte oppositiegezelschap in de Tweede Kamer te voegen. De demissionair minister van Financiën beaamde woensdagavond wel plichtmatig dat zijn partij ‘bescheidenheid’ past na de pijnlijke nederlaag, maar hij sloot regeringsdeelname niet uit.

Dat was in 2012 nog heel anders. Na deelname aan het kabinet-Rutte I verloor het CDA ook dramatisch, en toenmalig CDA-leider Sybrand Buma maakte toen meteen duidelijk dat regeren voor hem geen optie was. Rutte schamperde nog dat het CDA ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ nam, maar Buma liet zich niet overhalen. De CDA’er omschreef zijn tijd in de oppositie juist als ‘een oase’ – ideaal om weer op krachten te komen en te werken aan ‘het eigen verhaal’.

PvdA en GroenLinks houden opties open

De PvdA volgde diezelfde route in 2017. De partij haalde toen negen zetels en partijleider Lodewijk Asscher was ook na veelvuldig aandringen door VVD en D66 niet te vermurwen: de PvdA moest zich in de oppositie opnieuw uitvinden. ‘Ik ben niet beschikbaar. Punt.’ Het idee was om in de oppositie wonden te likken en daarna de strijd om het Torentje aan te gaan.

Nu dat smadelijk mislukt is, met nog steeds maar negen zetels voor de PvdA, kiest Lilianne Ploumen dit keer een andere aanpak. Op de vraag of ze wil meeregeren, gaf ze woensdag een ontwijkend antwoord, maar zo gedecideerd als Asscher klonk ze zeker niet. Zelfs GroenLinks kiest na een bijna-halvering niet voor een bescheiden aftocht richting de oppositie om daar de wonden te likken. Klaver houdt alle opties open.

Rutte III bleef vaak moeiteloos overeind

De oppositie bleek de afgelopen jaren dan ook allesbehalve de oase die Buma eerder beschreef. In de gefragmenteerde Kamer – het aantal partijen steeg het afgelopen decennium van tien naar dertien en daar kwamen nog tal van afsplitsingen bij – was het moeilijk een effectieve vuist te maken. Alleen bij de debatten rondom het afschaffen van de dividendbelasting en later de toeslagenaffaire wist een verenigde oppositie het kabinet in een hoek te drukken. Verder bleef Rutte III moeiteloos overeind, ook omdat het debat vaak alle kanten op schoot en oppositiepartijen elkaar in de haren vlogen.

Ook op de kiezers maakte de oppositie weinig indruk, ondanks tal van moties van wantrouwen tegen het kabinet. Dat bleek uit onderzoek van I&O Research in februari. Slechts 38 procent van de Nederlanders was positief over de oppositie, terwijl 58 procent juist content was met de coalitie. Oppositieleiders als Lodewijk Asscher, Jesse Klaver en Lilian Marijnissen kregen steevast lagere waarderingscijfers dan de lijsttrekkers in het kabinet: Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra en Mark Rutte. In de meest recente verkiezingsuitslag bleven de regeringspartijen VVD, D66 en ChristenUnie keurig overeind. Alleen het CDA verloor na een rommelige campagne en interne strubbelingen terrein.

‘Kakelhok’

Volgens staatsrechtgeleerde Wim Voermans past de matige waardering voor de oppositie bij de afkalvende status van het parlement. Menige kiezer zou de Tweede Kamer inmiddels zien als een ‘kakelhok’, terwijl de status van bestuurders en ministers juist groeit.

‘Regeren is halveren’ was lang het adagium op het Binnenhof, maar inmiddels lijken CDA, PvdA en GroenLinks ook de gevaren te zien van een lang verblijf in een diep verdeelde en gepolariseerde oppositie. Kom je als traditionele partij nog wel bovendrijven in een omgeving vol luidruchtige nieuwkomers, buitenstaanders en afsplitsers?

Na de ervaringen van de afgelopen vier jaar zullen PvdA, GroenLinks en de SP die vraag niet snel bevestigend beantwoorden. Regeren en compromissen sluiten kan riskant zijn. Oppositievoeren ook.

De informateur van Rutte IV kan er zijn voordeel mee doen.

IS HET DAN NU TIJD OM AAN EEN LINKSE FUSIE TE DENKEN?

Alle regeringspartijen zijn overeind gebleven en alle oppositiepartijen zijn afgestraft. Is dat het corona-effect? Je hoort het in onze verkiezingspodcast Koorts.

Meer over