InterviewAnja Sikkenga

Waarom rekenen twee op de drie basisschoolkinderen nog steeds niet goed genoeg?

Basisscholieren rekenen nog altijd veel slechter dan de bedoeling is, blijkt uit nieuw onderzoek van de Onderwijsinspectie. Slechts eenderde van de kinderen haalt het streefniveau. Hoe komt dat, en wat is er aan te doen? ‘Als we maar blijven herhalen dat rekenen moeilijk is, krijgen kinderen er nooit plezier in’, zegt Anja Sikkenga (41), leerkracht en rekencoördinator op Jenaplanschool De Krullevaar in Hoogeveen.

Leerkracht Liesanne van Tiem geeft groep 3 van basisschool OBS De Wijzer in het Gelderse Beneden-Leeuwen vanuit huis rekenles.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Leerkracht Liesanne van Tiem geeft groep 3 van basisschool OBS De Wijzer in het Gelderse Beneden-Leeuwen vanuit huis rekenles.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Over de ondermaatse rekenvaardigheden van kinderen wordt al zeker tien jaar gediscussieerd. Hoe komt het volgens u dat daarin weinig is verbeterd?

‘Daar is niet één pasklaar antwoord op te geven, en dat is meteen het probleem. Ik denk dat we kinderen nog te veel in een hokje duwen en te weinig kijken naar de leerlijn van het individuele kind. Veel leerkrachten houden te strak vast aan een methode, maar je moet daarvan durven afwijken als je ziet dat een kind tegen een rekenprobleem aanloopt.’

De inspectie stelt vast dat er soms te veel aandacht is voor de zwakste rekenaars in een groep.

‘Soms ben je zo bezig met een kind dat het doel van de les niet snapt, dat je de kinderen die al wel verder zijn niet de aandacht kunt geven die zij nodig hebben. Terwijl een les pas goed is als ieder kind in de klas na afloop een stap heeft gezet in zijn ontwikkeling. Daarin kan een rekencoördinator ondersteunen.’

Welke rol heeft een rekencoördinator op school?

‘Als rekencoördinator help je de groepsleerkracht bij het rekenonderwijs op maat. Wat mij betreft niet door achter de computer analyses te zitten maken van toetsresultaten, maar door met kinderen een zogenoemd rekengesprek te voeren, waarin je toetst op welk niveau ze zitten en op welke manier ze sommen aanpakken. Op basis daarvan kun je adviseren welke aanpak voor welk kind geschikt is. Dat geldt voor kinderen die moeite hebben met rekenen, maar ook voor kinderen die bovengemiddeld presteren en juist extra stimulans nodig hebben. Die laten we nu nog te vaak wat extra puzzeltjes oplossen, terwijl je daar veel meer uit kunt halen.’

Anja Sikkenga, leerkracht en rekencoördinator  op Jenaplanschool De Krullevaar in Hoogeveen.
 Beeld
Anja Sikkenga, leerkracht en rekencoördinator op Jenaplanschool De Krullevaar in Hoogeveen.

U heeft daar als rekencoördinator een speciale opleiding voor gehad. Is dat nodig? Je zou denken dat iedere afgestudeerde van de pabo goed rekenonderwijs moet kunnen geven.

‘Dat zou zeker mooi zijn, maar eigenlijk leer je pas als je elke dag met kinderen werkt, hoe de rekenontwikkeling verloopt. Vaak is dat niet zo lineair als bij andere vakken. Een kind kan bijvoorbeeld al heel ver zijn met breuken, maar met meten nog helemaal niet. Het zou goed zijn om elke leerkracht na een paar jaar werkervaring een boost te geven met een extra opleiding op rekengebied.’

De Onderwijsinspectie stelt vast dat veel beginnend docenten meer talig dan cijfermatig zijn aangelegd. Herkent u dat ook?

‘Ja, en niet alleen leraren, je hoort het ook terug bij ouders: ‘Mijn kind is niet goed in rekenen, dat klopt, dat was ik zelf ook nooit.’ Als we maar blijven herhalen dat rekenen zo moeilijk is, wordt het een selffulfilling prophecy en krijgen kinderen er nooit plezier in. Terwijl ik denk dat je kinderen juist met enthousiasme motiveert. Bijvoorbeeld door te laten zien dat je getallenreeksen overal in de natuur kunt terugvinden, dat vinden ze vaak prachtig om te ontdekken. Rekenen moet betekenisvol zijn, je komt het overal tegen.’

Een van de oplossingen die de inspectie aandraagt, is dat op elke school een rekencoördinator zou moeten worden aangesteld die minstens een dag per week aan die taak kan besteden. Ziet u dat in de praktijk gebeuren?

‘Scholen moeten keuzes maken binnen het budget dat ze hebben. Zo heeft onze school gekozen voor kleinere klassen, en dat gaat dan ten koste van de taken van de rekencoördinator. Het liefst zou je natuurlijk én én doen, maar dan moet daar wel geld voor zijn. Dus een dag in de week, het lijkt mij ambitieus. Een halve dag zou ook al mooi zijn.’

394 gedeeld door 16 is...

In 2010 is het doel geformuleerd dat 65 procent van de kinderen aan het eind van de basisschool kan rekenen op streefniveau 1S. Dat lukt nu maar eenderde van de leerlingen. Wat betekent streefniveau 1S? Drie voorbeeldvragen op het gebied van afronden, die kinderen met dat niveau zouden moeten kunnen beantwoorden (bron: expertisecentrum SLO)

* Je wilt 37 m2 muur verven. Een blik verf is genoeg voor ongeveer 10 m2. Hoeveel blikken verf moet je kopen?

* Er gaan 16 bonbons in een doosje. 394 bonbons liggen klaar om te worden verpakt. Hoeveel doosjes zijn er nodig?

* Je koopt stof om kussentjes te maken. Per kussentje heb je 0,65 meter nodig. Je wilt vier kussentjes maken. De stof wordt verkocht per meter. Hoeveel meter stof moet je kopen?

Meer over