Waarom Osama bin Laden niet uit Oman kan komen

Oman, een traditioneel land, moderniseerde snel. Toch bleef religieus protest uit. De staat zorgde voor haar burgers. Nu breekt een nieuwe fase aan....

Waarom komt Osama bin Laden niet uit Oman? De bedoeïen aan wie de vraag gesteld wordt - een look-alike van de meest gezochte man ter wereld - moet er hard om lachen. Dan richt hij zijn aandacht weer op de woestijn waar we doorheen rijden. Aanvankelijk lijkt hij in zichzelf te praten en voortdurende te prevelen, wat doet vermoeden dat de vraag toch niet zo goed is gevallen. Maar na nog een keer goed kijken, blijkt hij een mini-Koran in zijn handen te hebben. Tientallen minuten lang reciteert hij zachtjes de Koran om daarna zijn aandacht weer op de vlakte te richten.

De vraag waarom er geen fundamentalisme in Oman bloeit, zoals in alle buurlanden, ligt voor de hand. Het zuiden van Oman grenst aan Jemen waar het fundamentalisme en de daarmee gepaard gaande haat tegen het Westen, de VS in het bijzonder, bloeide en bloeit. De familiebanden van de stammen in de regio zijn oud en reiken ver, zoals de actieradius van de stammen in de regio ook groot is. En via zulke stammen heeft het fundamentalistisch gedachtengoed zich historisch gezien altijd snel verbreid.

'We hechten aan onze tradities', zegt de bedoeïen - zijn reciteren even onderbrekend - terwijl hij op de grillige wierookbomen wijst in de wadi langs de weg. Eeuwenlang leverden deze bomen het witte goud van Oman, dat via de legendarische wierookroutes het Westen bereikte en het land veel geld opbracht. We stoppen en hij snijdt in een van de bomen waarop witte, rubberachtige druppels tevoorschijn komen, die direct stollen. Terug in de auto houdt hij er een aansteker onder en in een mum van tijd zitten we in een kleine, walmende kathedraal.

De wierookbomen blijken al eeuwen het bezit van een paar stammen in de regio en brengen de beste soort wierook voort die er te krijgen is. 'Alleen deze stammen hebben het recht wierook van de bomen te halen en aan die tradities hechten we', zegt hij. 'We hechten ook sterk aan onze religie, maar we zijn geen fanatici. We hechten aan tradities.'

Zoals het traditie is dat in de stad Salalah, nabij de grens met Jemen, afstammelingen van Afrikaanse slaven op de wierookmarkt de oogst verkopen. De verkoop is in handen van vrouwen die voor kleine stalletjes gezeten de wierookkorrels wegen en verkopen. Iets verderop staan de mannen op de markt voor kamelen, terwijl in een hoekje geweren worden verkocht. Het is niet de bedoeling dat de mannen ze op straat dragen, maar thuis in familiekring dienen ze ter meerdere eer en glorie van de bezitter. Ook zo'n traditie.

De vraag waarom Oman als traditioneel maar tolerant en stabiel land bekendstaat, met aan het hoofd een verlichte sultan die een land in enkele tientallen jaren ingrijpend moderniseerde, klemt temeer omdat eeuwenlang een streng fundamentalistische tak van de islam, het ibadisme, het religieuze leven in Oman bepaalde. Het religieuze centrum bevond zich in een burcht in de bergen, in Nizwa, een stad die de sultan nu zorgvuldig laat restaureren. Zoals tal van andere forten, burchten en moskeeën worden gerestaureerd omdat de sultan meent dat de ruim twee miljoen Omani's, van wie naar schatting de helft onder de vijftien jaar, niet moeten vervreemden van hun tradities.

De ibadieten zijn de enige richting van de zogeheten kharijieten ('zij die weggaan') die nog bestaat. De stroming dateert uit de beginperiode van de islam. Deze ultra-orthodoxe richting vindt dat moslims zich van niet-moslims onderscheiden door volledig volgens de islam te leven. Ibadieten willen geen gekozen leider en erkennen geen leiders met dynastieke aspiraties. De Imam, die zowel wereldlijk en geestelijk leider was, kon uit elke familie komen, als de man maar vroom was. Dat gelijkheidsprincipe sluit nauw aan bij de stammenmentaliteit. De Imam werd een soort super-stammenleider. Dat leidde in Oman tot felle conflicten tussen de leiders in Masqat, de hoofdstad, en de Imam, een strijd die tot de jaren zestig voortduurde.

Het doek voor de ibadietische aspiraties viel in 1970 toen de huidige sultan zijn vader afzette. Deze Said bin Taimoer vocht constant met de Imam en zijn aanhangers over de vraag wie er in Oman de baas. In politiek en sociaal opzicht was hij net zo behoudend als zijn tegenspeler. Alle poorten in Masqat gingen 's avonds dicht. Onderwijs vond hij zinloos, dus waren er slechts drie scholen in Oman. Alles van buiten was taboe en Oman had dan ook geen radio, tv of kranten.

'We hebben veel uit onze geschiedenis geleerd', zegt een topambtenaar. 'Van de conflicten met de imams, van de opstand in Dhofar in het zuiden waar marxistische groepen naar een eigen staat streefden, hebben we geleerd. De bevolking heeft behoefte aan veiligheid en stabiliteit. Daar zorgen we voor. Ouderwetse, traditionele opvattingen leven alleen nog bij een paar stammen en wat oude mensen.'

Helaas luisteren mensen niet altijd, constateert hij: 'Maar we willen geen sociale explosie. Gemiddeld krijgen vrouwen hier bijvoorbeeld 7,7 kinderen. Dat is te veel. De sultan zegt dat hij vijf kinderen het maximum vindt en dat hoger opgeleiden twee kinderen hebben. Die boodschap dragen we uit, op radio, op tv, in de kranten. Het gaat om bewustwording, en om geduld.'

In de immense Sultan Qabus-moskee, net buiten de hoofdstad van Oman, hangt een nadrukkelijke wierookgeur. Zacht zoemen de ventilatoren en de schaarse bezoekers spreken met gedempte stem. De moskee zelf ligt wat hoger dan het plein daarvoor, zoals de Omaanse traditie voorschrijft. De versieringen, de tapijten en het houtsnijwerk zijn traditioneel Omaans, terwijl de muren in de verschillende galerijen eromheen versierd zijn met motieven uit Andalusië, Turkije, Iran, India en Centraal-Azië.

Behalve de centrale plaats van gebed, dient de moskee ook als centrum voor het verspreiden van islamitische leer, literatuur en cultuur. Iedere vrijdag houdt een imam, getraind door het ministerie van godsdienstzaken, vanuit deze - met achtduizend man dan stampvolle moskee - een preek die rechtstreeks op televisie wordt uitgezonden. In een zijzaal staan computers klaar en de biblotheek is smaakvol gevuld met religieuze literatuur. Wie wil mag er gratis in. De moskee waarvoor kosten nog moeite gespaard zijn, is nog geen jaar open en symboliseert wat sultan Qabus met de islam voor ogen staat.

Want er mag dan een enkele Omani meevechten met Bin Ladens Al Qa'ida (en een enkele Omani liet besmuikt het portret van Saudische fundamentalist achterop zijn horloge zien), Oman wil het imago van stabiel en gematigd islamitisch land graag verder uitbouwen. De preken op vrijdag zijn rustig van toon en de bouwstijl van de moskee zelf moet laten zien dat Oman openstaat voor cultuur uit andere islamitische landen.

Het valt tijdens gesprekken keer op keer op dat de regering en de elite pragmatisch, zonder veel ideologie en haast seculier opereert, hoewel de Koran de grondwet van het land is. De sultan geniet daarbij de steun van acht invloedrijke families. Zij hielpen hem in zijn strijd tegen opstandelingen kort na zijn machtsovername in 1970. Hij is die steun nooit vergeten.

In zijn kamer bovenin het ministerie voor Informatie met een weids uitzicht over Masqat, zegt minister Al Rashdi dat Oman niet alleen in dertig jaar een moderne staat is geworden, maar dat een nieuwe gouden eeuw is aangebroken. De minister is gekleed in smetteloos witte dishdash, het traditionele lange witte gewaad dat iedere ambtenaar dient te dragen en getooid met een kostbaar klein kromzwaard, een prerogatief van de topambtenaren.

'We hebben het goed, maar het moet beter. Daartoe hebben wij onze ''Visie 2020'' ontvouwd', vertelt de minister. Waar dat op neer komt, is dat Oman snel minder afhankelijk wil zijn van olie en gas - nu is dat 75 procent van de inkomsten, dat moet 25 procent worden - en dat er meer banen moeten komen voor de snel groeiende, jonge bevolking. De staat heeft de afgelopen dertig jaar voor welvaart gezorgd, voor gratis onderwijs, medische voorzieningen en banen. Maar de kosten zijn te hoog opgelopen.

Daarom moeten Omani's nu zelf aan de slag en daarom heeft iedereen het ook over de noodzaak tot 'omanisering' van het werk. Dat betekent dat niet alleen buitenlanders uit India en Sri Lanka het mindere werk doen, maar ook een jonge Omani achter de toonbank bij McDonald's gaat staan, straten veegt of zelf een winkeltje runt.

'Oman gelooft in globalisering', zegt Al Rashdi. 'We geloven in privatisering en de vrije markt. Oman wil veel meer buitenlandse investeerders aantrekken zodat we de bevolking dezelfde levensstandaard kunnen blijven bieden die ze gewend is. Iedereen deelt in de rijkdom van Oman. Daarom krijgt fundamentalisme ook geen kans. Dat rukt alleen daar op, waar geen ontwikkeling is.'

Vadertje staat, in casu het sultanaat, wil en kan niet langer al haar burgers verzorgen. Hoewel er geen officiële cijfers zijn, loopt volgens zakenlieden in Oman het werkloosheidspercentage tot 20 procent op. En de bevolking groeit als kool.

Volgens de 32-jarige vrouwelijke parlementariër en zakenvrouw Mohsin Darwish, lid van de door de sultan ingestelde raadgevende majlis, zijn privatisering en 'omanisering' de enige oplossing. 'Jongeren kennen de private sector niet, ze willen allemaal bij de staat werken. Er zijn echter te weinig banen. Dat maakt ze ontevreden. 'Maar', zegt ze terwijl ze in haar Jaguar stapt, op weg naar een andere afspraak, 'jongeren moeten geduld hebben, de regering doet haar best.'

Meer over