Waarom is de eerste klap altijd een daalder waard?

HET voorbije decenium is het zelden voorgekomen dat de gele trui in de tweede helft van de Ronde van Frankrijk nog van eigenaar veranderde....

Bart Jungmann

Alle andere keren viel het klassement al relatief vroeg in de plooi: vier keer in een tijdrit, vijf keer in een bergetappe en opvallend vaak (vier keer) gebeurde het in de tiende etappe. De grote vraag luidde: zal dat in 2001 weer het geval zijn? Het antwoord had eigenlijk dit weekeinde zullen volgen, maar waarschijnlijk is dat gisteren al gebeurd in de klim naar Ax-Les-Thermes.

Net als een jaar eerder op de Hautacam deelde Lance Armstrong in de tiende rit een klap uit, die meteen een daalder waard bleek. Aan de voet van de Alpe d'Huez huppelde hij verbluffend gemakkelijk weg van zijn zwoegende rivalen en ging hen twee minuten of meer vooraf op de eindstreep.

Volgde een dag later de tijdrit naar Chamrousse, waarin hij er nog een schepje bovenop deed. K.O., oordeelde de organiserende krant l'Equipe een dag later en dat zag er in die kingsize blokletters wel erg definitief uit. De Pyreneeën lagen immers nog in het verschiet.

Maar na de eerste kennismaking gisteren is alle hoop op een spannende slotweek de grond ingeboord. Niet dat de verschillen nu opeens zoveel groter zijn geworden, daarvoor plaatste Armstrong zijn demarrage te laat. Maar het gemak waarmee hij ze creërde, was veelzeggend.

Bij het overschrijden van de finishijn sloot Lance Armstrong met de rechter duim het rechter neusgat af om het linker schoon te blazen, alsof hij zojuist een trainingsritje had afgesloten. De befaamde wieleruitdrukking 'winnen met twee vingers in de neus' verdient dan ook een andere formulering.

Is er dan geen sprankje hoop meer voor de 88ste editie van de Tour de France? Ja, een piep-, piepklein sprankje. Maar dan moet er dit weekeinde echt wat gebeuren. In de dertiende etappe wacht het peloton vandaag vijf serieuze bergen en een eindstreep op Pla d'Adet, hetgeen een klim vergt van ruim tien kilometer met een stijgingspercentage van ruim 8.

Dan zijn er morgen nog drie zware beklimmingen in het parkoers van de veertiende etappe opgenomen met het zwaartepunt in de laatste vijftig kilometer. Daarvan gaan er maar liefst dertig bergop. De top van de gevreesde Tourmalet vergt een beklimming van zeventien kilometer met een stijgingspercentage van 7,4. Na een paar vlakke kilometers gaat het andermaal een dikke dertien kilometer omhoog naar aankomstplaats Luz-Ardiden. Het stijgingspercentage is vergelijkbaar.

Dergelijke cijfers zou een Ronde van Frankrijk die tot op heden toch al zo merkwaardig verlopen is, nog met gemak op z'n kop kunnen zetten. Lance Armstrong moet immers niet alleen afrekenen met tegenstanders achter zich, maar ook nog eentje voor zich. De brave François Simon heeft, dankzij de masale werkonderbreking van vorige week zondag, nog altijd een voorsprong van bijna negen minuten.

Maar Simon heeft al laten blijken niet zo'n vechtersjas te zijn als Claudio Chiappucci elf jaar geleden was. Chiapucci nam, net als Simon, vele minuten voorsprong op de Tourfavorieten in een veronachtzaamde ontsnapping en hij boog pas in de afsluitende tijdrit voor Tourfavoriet Lemond. Te vrezen valt dat François Simon na een paar keer buigen vanzelf wel breekt, al was het maar omdat hij dat zelf ook denkt.

En Jan Ullrich, in de aanloop naar de Pyreneeën nog wel een en al strijdlust, zal met het verloop van de rit gisteren wel ontnuchterd zijn. Uit alle macht probeerde hij Armstrong van zijn achterwiel af te krijgen, maar uiteindelijk was hij degene die moest lossen.

Anders dan Armstrong is Ullrich niet de man van de snelle punch. Hij is een coureur die zijn tegenstander moet uitputten en, mits hij psychisch weer een beetje opgekalefaterd is, kan hij vandaag nog een poging wagen, allicht in combine met de paar Spanjaarden die er in het algemeen klassement nog redelijk voor staan.

De afgelopen twee Touredities hebben duidelijk gemaakt dat Lance Armstrong in problemen kan komen wanneer de koers in een vroeg stadium hard wordt gemaakt. In 1999 gebeurde het in de slotklim van de vijftiende etappe met finish in Piau-Engaly en vorig jaar overkwam het Armstrong op de Joux-Plane.

De getergde Marco Pantani dwong hem en zijn ploeg tot een uiterste krachtsinspanning die Armstrong op de eindstreep duur kwam te staan. In een hoofdstuk dat hij heeft toegevoegd aan zijn autobiografie Door de pijngrens schrijft Armstrong daarover: 'Het was de slechtste dag die ik ooit op een fiets heb meegemaakt.'

Zou nog één zo'n dagje te veel gevraagd zijn?

Meer over