vier vragen

Waarom is de Britse coronavariant nog niet terug te zien in de besmettingscijfers?

Tweederde van de mensen die op dit moment besmet zijn met het coronavirus, zal volgens het RIVM de besmettelijkere ‘Britse’ variant B117 hebben. Toch is dat nog niet terug te zien in de besmettingcijfers, die dalen namelijk. En ook in Ierland en het Verenigd Koninkrijk, waar deze variant de overhand heeft, gaat het aantal besmettingen omlaag. Hoe kan dat?

Xander van Uffelen
Een coronapatiënt in het Royal Papworth Hospital in Cambridge.  Beeld AP
Een coronapatiënt in het Royal Papworth Hospital in Cambridge.Beeld AP

De Britse variant van het coronavirus is besmettelijker dan de gewone variant en gaat hard rond. Toch dalen de besmettingscijfers. Hoe kan dat?

In Nederland is in feite sprake van twee virusuitbraken. Het aantal besmettingen van de gewone variant is door alle maatregelen flink aan het dalen. Tegelijkertijd neemt het aantal besmettingen van de Britse coronavariant B117 juist toe. De daling van de gewone variant gaat momenteel echter harder dan de stijging van B117. Per saldo is er dus nog sprake van een gunstige trend. Maar als de Britse variant terrein wint, zal volgens de rekenmodellen van het RIVM de stijging van de nieuwe variant de overhand krijgen. De daling van nu zou dan moeten omslaan in een stijging van de aantallen besmettingen.

De personen die momenteel besmet zijn (met de Britse variant), zullen pas over een dag of vijf klachten krijgen. Het duurt daarna ook altijd even voordat een afspraak is gemaakt en de testuitslagen binnen zijn, dus de huidige groep besmette personen komen pas over een dag of acht à tien terug in de nieuwe cijfers. De huidige besmettingscijfers komen nog uit de periode dat de Britse variant nog minder dan eenderde van de besmettingen uitmaakte. Uit de rekenmodellen van het RIVM en uit de huidige cijfers over de verspreiding van de Britse variant valt af te leiden dat het de komende twee weken erg spannend wordt. Mogelijk zal de voorspelde trendbreuk al de komende dagen plaatsvinden.

Hoe snel rukt de Britse variant nu op?

Volgens het RIVM zal naar schatting tweederde van de besmette personen momenteel de variant B117 hebben. Dat is nog niet helemaal zeker, omdat de metingen hierover pas over twee weken bekend zullen zijn. De meest recente steekproef waarvan alle uitslagen binnen zijn dateert uit de tweede week van januari. Toen was 19,8 procent van de onderzochte besmettingen afkomstig van B117. Een week eerder was dit pas 8,6 procent, een duidelijk bewijs dat de Britse variant snel oprukt.

In Ierland en het Verenigd Koninkrijk dalen de besmettingscijfers toch ook, terwijl daar de Britse variant al de overhand heeft?

Zeker, de Britten en Ieren slagen erin de nieuwe variant ook onder de duim te krijgen. De maatregelen waren dan ook strenger dan in Nederland. Zo hanteerde het Verenigd Koninkrijk een zogeheten ‘stay at home’ beleid, wat eigenlijk strenger is dan de avondklok. Bovendien waren er op de tv veel beelden van overvolle ziekenhuizen te zien, waardoor de Britten zich mogelijk weer beter aan de bestaande maatregelen hielden. Ondanks de daling is de besmettingsgraad in beide landen nog wel hoger dan in november. Toch blijkt dat de maatregelen dus wel kunnen helpen. Ook in Nederland kunnen de huidige maatregelen al effect hebben. De leden van het Outbreak Management Team (OMT) vrezen echter dat de maatregelen en de huidige navolging van de regels te weinig zullen zijn om de Britse variant voldoende af te remmen.

Waar moeten we de komende dagen op letten?

Dagelijkse cijfers kunnen altijd schommelen – op woensdag zijn de cijfers bijvoorbeeld vaak wat hoger dan op maandag en dinsdag – zodat een trendbreuk vooral valt af te leiden naar de trend van de afgelopen week. Je kan dan bijvoorbeeld kijken naar het tempo waarin het aantal besmettingen afneemt. De afgelopen week nam het aantal besmettingen met 20 procent af. Als deze daling de komende dagen veel minder snel gaat, of als het aantal besmettingen stagneert of stijgt, is er sprake van een trendbreuk.

Minister Hugo de Jonge presenteerde dinsdagavond ook een nieuwe routekaart. Waarom moest die er komen?

Er was al een routekaart, maar het was tot nog toe onduidelijk wanneer er precies versoepeling mogelijk was. Het kabinet had enkele vuistregels genoemd maar de getallen nog niet voor elke fase opgeschreven. In de aangepaste routekaart zijn daarom voor elke fase getallen toegevoegd die aangeven wanneer versoepeling mogelijk is.

De routekaart voor versoepelingen hanteert vier fases. Momenteel bevindt Nederland zich in de fase ‘zeer ernstig’ waarbij de maatregelen heel streng zijn. Bovenop deze zeer ernstige fase staan er ook op de routekaart nog extra verzwaringen vanwege de vrees voor de Britse variant. In feite is er dus sprake van een vijfde ‘extreem ernstige fase’. Door deze verzwaring zijn er kappers en andere contactberoepen bijvoorbeeld gesloten, heeft het kabinet een avondklok ingevoerd en mogen niet-essentiële winkels voortaan alleen op afspraak spullen leveren. Wanneer deze verzwaringen precies verdwijnen is niet in harde cijfers op de routekaart vastgelegd.

Bij welke harde cijfers kan er wel iets veranderen?

Verdere versoepeling komt pas in beeld als de situatie verbetert van ‘zeer ernstig’ naar ‘ernstig’. De routekaart neemt hierbij het aantal nieuwe opnamen in het ziekenhuis als maatstaf. Als er dagelijks minder dan 20 nieuwe opnamen zijn op de intensive care en er in totaal minder dan 80 opnamen in het ziekenhuis zijn, kan er pas versoepeld worden. Die aantallen moeten zich bovendien dan al twee weken lang onder dit niveau bevinden.

Zover is het nog niet. Dagelijks zijn er nu nog 30 tot 35 nieuwe opnamen op de intensive care. Daarnaast zijn er nog zo’n 200 nieuwe opnamen in het ziekenhuis. Deze aantallen dalen ook maar in een gestaag tempo. Dus het zal zeker nog enige weken duren voordat de fase ‘ernstig’ is bereikt. Het RIVM houdt er bovendien rekening mee dat de Britse variant roet in het eten gooit en de ziekenhuisopnamen juist eerder gaan stijgen dan dalen.

Wat is er mogelijk als de cijfers gunstiger zijn?

In die ‘ernstige’ fase zal het advies over huisbezoek veranderen van maximaal 2 bezoekers naar maximaal 4 bezoekers. Restaurants zouden in dat geval ook weer open kunnen, mits er aan allerlei voorwaarden is voldaan. Zo gaan de deuren om 21 uur dicht en blijft het aantal gasten beperkt tot dertig personen. Theaters en bioscopen mogen dan wee 30 gasten ontvangen. En alle winkels zijn tegen die tijd weer open. Cafés mogen in deze fase nog niet open.

De routekaart werd dinsdag gepresenteerd om meer perspectief te bieden, maar Hugo de Jonge gaf in de toelichting ook aan dat de stapjes naar versoepeling wel klein zullen zijn. De normen voor versoepeling zijn daardoor streng geformuleerd, zodat versoepeling nog wel even zal duren.

Verdere versoepelingen - zoals opening cafés of thuisbezoek met 8 personen - is bijvoorbeeld pas mogelijk als de ‘zorgelijke’ fase is aangebroken. Hiervan is pas sprake als de ic-opnamen gemiddeld onder 10 per dag uitkomen en de nieuwe ziekenhuisopnamen lager zijn dan gemiddeld 40 per dag. Nog meer vrijheid lonkt er pas als er minder dan 3 opnamen op de ic of 12 opnamen in het ziekenhuis zijn per dag. Als je naar de voorspellingen van het RIVM kijkt, komen deze aantallen pas ver in de lente in beeld.

Lees ook:

Besmettingen dalen verder, maar zorgen over Britse variant.

Tweederde besmettingen is nu ‘Brits’, maar klopt dat wel? Drie uitspraken van Rutte gewogen.

De scholen weer open met de Britse variant die rondwaart, is dat wel veilig?

Meer over