Waarom iedereen Donald Duck kent

De Bijbel, Donald Duck, het thema van Sesamstraat, zogeheten ‘memen’ zijn overal. De kunst is de goeie memen eruit te halen, en de slechte af te remmen....

Weleens meegemaakt dat je aan het werk was en dat er iemand langsliep die een bekend deuntje floot – zeg: het thema van Sesamstraat – en dat je daarna dat deuntje niet meer uit je hoofd kreeg en merkte dat je het zelf zacht stond te neuriën op de bushalte onderweg naar huis?

Ja? Dan heb je de overdracht van een zogeheten ‘meme’ meegemaakt.

Het woord meme is bedacht door de bioloog Richard Dawkins en door hem beschreven in zijn boek The Selfish Gene. Het woord meme lijkt in het Engels (spreek uit: miem) natuurlijk op het woord voor gen, namelijk gene (spreek uit: dzjien). Ook inhoudelijk hebben de twee begrippen overeenkomsten. Een gen bevat informatie over het lichaam van een levend wezen en wordt overgedragen (door voortplanting) van drager naar drager. Een meme bevat ook informatie, maar dan van culturele aard en ook een meme wordt overgedragen (door imitatie) van drager naar drager, of eigenlijk van brein naar brein. Zowel genen als memen zijn onderhevig aan toevallige mutaties, hetgeen de drager ervan in staat stelt zich beter of slechter aan te passen aan de omgeving.

Ene meneer Blackmore heeft het begrip meme in 1999 heel wat simpeler beschreven, namelijk als: ‘alles wat door imitatie wordt overgedragen’.

Anderen hebben memen beschreven als ideeën die zichzelf verplaatsen door de tijd en door de ruimte, zonder dat de bron ervan daar nog iets aan kan of hoeft te doen. Het thema van Sesamstraat is dus een meme, maar ook de bijbel, of een reclameslogan (hoop je als reclamebureau).

Sommige memen zijn erg succesvol doordat zij zich over eindeloos veel dragers verspreiden in de tijd en in de ruimte. Neem Donald Duck: er zijn weinig mensen op aarde die niet weten wie (of wat) hij is.

Andere memen zijn juist succesvol in die zin dat ze het leven van dragers sterk beïnvloeden. Memen zijn ook sterk van invloed op wat er in een bedrijf gebeurt. Een bedrijfscultuur kun je opvatten als een verzameling memen. Het motto op het briefpapier, een merkwaardige ritueel van de directeur, de gewoonte om informeel te overleggen, een nieuwsbrief, het restaurant om de hoek waar veel mensen tijdens de lunch gaan eten, de dresscode op de vloer, bijnamen voor interne afdelingen of voor opvallende personen, het merk koffie dat wordt geschonken in de kantine – ik kan eigenlijk niets bedenken dat geen meme is. Sommige memen zijn meer in overeenstemming met de doelen van het bedrijf – winst maken, nieuwe producten ontwikkelen – dan andere. Daarom wil men in het bedrijfsleven tegenwoordig graag weten welke memen een belemmerende en welke een productieve invloed hebben op die doelen. Welke memen moet je laten groeien? Welke rem je af? En hoe?

De kunst van (over)leven is te weten welke memen wel en welke níet je koers moeten bepalen. Voor het management van een bedrijf ligt de zaak niet veel anders. Wil het bedrijf overleven, dus over voldoende fitness beschikken om de strijd met de concurrentie aan te gaan, dan zal het management zich bewust moeten worden van de memen waar het om draait.

Nu zijn er allerlei modellen in omloop om memen op te sporen, te volgen en te veranderen, maar die zijn allemaal nogal ingewikkeld en saai. Het is veel simpeler, zeker voor een psycholoog als ik, om bedrijven te beschouwen als een persoon en om dezelfde methoden toe te passen op een bedrijf als op een persoon. Net als in een therapie van mens tot mens is het belangrijk goed in te schatten welk vlees je in de kuip hebt en daar je behandeling van mens tot bedrijf op af te stemmen.

Neem ABN Amro: een narcist met manische trekjes, een hbo’er met te veel vet in het haar en een te dure auto. Voor deze persoon zou ik een langdurige, op het vergroten van ik-sterkte gerichte behandeling hebben geadviseerd, als het niet al te laat zou zijn geweest. ING? Een kalende vijftiger met een verlate midlifecrisis, die nodig eens wat exposure-therapie moet ondergaan. Blootstellen aan gevreesde situaties om zo de angst ervoor te verminderen. Ahold? Een boerenjongen met een Rolex, met licht antisociale trekken. Oei, dat wordt een moeilijke behandeling, vooral omdat de persoon in kwestie denkt dat er niets aan de hand is. Miltoniaanse hypnotherapie dan maar.

Bij alle bedrijven zou ik de belemmerende memen opsporen en er productievere voor in de plaats zetten. Zoals ik dat elke dag doe met mensen in mijn praktijk. *

Meer over