Waarom het misging tussen mij en Kohl

Zijn meningsverschil met Kohl over de vraag wanneer hij de Oder-Neisse als grens van het verenigde Duitsland zou bevestigen, heeft er mede toe geleid dat Kohl zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Europese Commissie vetode, meent Ruud Lubbers....

IN 1978 ontmoette ik voor het eerst Helmut Kohl. Hij was ouder en had al veel politieke ervaring, ik zat pas vijf jaar in de politiek. Het klikte meteen, ook door onze wederzijdse belangstelling voor geschiedenis.

Vier jaar later, in 1982, was hij bondskanselier, ik minister-president. We stonden samen voor de vraag hoe de euro-sclerose te boven te komen. Er was veel collegialiteit.

Kohl toonde zich een krachtige kanselier, met wie ik graag en vruchtbaar samenwerkte. Dat was belangrijk voor het te boven komen van de euro-sclerose, maar ook voor het krachtige NAVO-antwoord op de Sovjet-intimidatie met de SS-20's. Zo konden zowel Reagan als Bush op Duitse en Nederlandse steun rekenen.

Dan schrijven we 1989: de val van de Muur. Dat was reden voor grote vreugde. Kort daarvoor was ik een coalitie aangegaan met de PvdA van Wim Kok. Nog voor de regeringsverklaring goed en wel was uitgesproken, werd deze nieuwe regering geconfronteerd met voordien bijna ondenkbare veranderingen in haar internationale omgeving. Het smeltwater van de dooi in de Oost-West-betrekkingen ging niet aan onze rivierdelta voorbij. Dat kon ook niet. Het tempo van de veranderingen kon de politiek slechts met de grootste moeite bijbenen.

Het is de verdienste van Kohl dat beide toenmalige Duitse staten politiek zijn samengesmeed op een wijze die aanvaardbaar was voor alle betrokken partners. Maar dat ging niet zonder horten of stoten.

De vreugde in de Europese Raad over het gezamenlijk overwinnen van de euro-sclerose en de uitbreiding met Spanje en Portugal, werd in de herfst van 1989 al snel minder. Daarbij ging het deels om een vooral onderhuidse zorg in enkele grote landen dat Duitsland te groot zou worden, deels om de onduidelijkheid die Kohl liet voortbestaan rond de Oder-Neisse grens.

Tijdens bijeenkomsten van de Europese Raad in Parijs en Straatsburg, sprak Kohl niet over de Bondsrepubliek en de DDR, maar over het zelfbeschikkingsrecht van de Duitsers. Ik zei vrijuit dat het beter was te spreken over de Einigung van de Bondsrepubliek en de DDR.

Kohl heeft mij dit niet in dank afgenomen. Hoe kon nu een politieke vriend, een christen-democraat, minister-president van het zo verwante buurland, zo iets zeggen? Voor en na Straatsburg hebben we hier enkele malen over gesproken.

Kohl stelde zich op het standpunt dat hij voor alle Duitsers moest spreken en zeker ook moest opkomen voor de Ostvertriebenen. 'Er moet', zo stelde hij, 'begonnen worden met een zeer robuuste stellingname: ik heb nog een lange onderhandelingsweg met Gorbatsjov te gaan.' 'En Ruud', zo voegde hij daar onder vier ogen aan toe, 'ook ik ga er van uit dat op het einde van al die onderhandelingen de Oder-Neisse grens, zoals die er nu is, de uitkomst zal zijn. Dus steun mij en maak je geen zorgen.'

Omdat Kohl dit zelf, onder vier ogen weliswaar, had gezegd, meende ik er goed aan te doen de onaantastbaarheid van deze grens te onderstrepen in het overleg met de Tweede Kamer en bij andere publieke gelegenheden. Het ging er mij om de Duitse regering te helpen iedere verleiding te weerstaan om met de Duitse heling terug te grijpen op het Duitse rijk van weleer en een nieuwe Sonderweg in te slaan.

In Kohls boek Ich wollte Deutschlands Einheit valt te lezen dat ik niet de enige ben die bij hem heeft aangedrongen op het aanvaarden van de Oder-Neissegrens. Mitterrand roerde dezelfde trom. Toen Kohl naar mijn smaak de juiste politieke signalen begon af te geven over de kwestie van de Oder-Neissegrens kon ik mij begin december 1989, eerst tijdens een christen-democratisch beraad in Salzburg, later op de beslissende NAVO-vergadering in Brussel, voluit scharen achter de Duitse eenwording.

Kohl en ik hadden een zakelijk verschil van inzicht: niet zozeer inhoudelijk, maar tactisch en emotioneel. Op welk moment diende het politieke signaal te worden gegeven dat de Oder-Neisse grens was verzekerd? Op buitenlands-politieke gronden kwam ik tot een andere opvatting dan hij.

Kohl meende dat hij zich, met het oog op de rechterflank van zijn partij en de CSU, van de wijsheid van dit politieke signaal moest laten overtuigen. Bij hem hadden aanvankelijk binnenlands-politieke overwegingen de overhand. Daar kan ik inkomen. Ieder heeft tenslotte zijn eigen rol te spelen in de politiek.

Wat Kohl mijns inziens niet goed beoordeelde - misschien niet goed kón beoordelen gezien de snelheid waarmee de ontwikkelingen zich ontvouwden - was de grote betrokkenheid van de buurlanden bij de Duitse eenwording.

De sterke staten in de Europese Unie - het Duitsland van Kohl voorop - onderstreepten en versterkten de rol van de lidstaten. Dat is ten koste gegaan van de positie van de Europese Commissie, de hoeder bij uitstek van het gemeenschappelijke.

Tegen deze achtergrond verklaar ik het stuklopen van mijn kandidatuur voor het voorzitterschap van de Commissie. Jacques Delors, die mij voorstelde als zijn opvolger, ging uit van de gedachte dat - net als in 'zijn' Commissie - er in de Europse Unie behoefte zou zijn aan leiderschap, aan een krachtig pleidooi voor het gemeenschappelijke. Kohl had daar als bondskanselier van het eengeworden Duitsland - we schrijven nu lente 1994 - geen behoefte meer aan.

Bovendien maakten enkele politieke verschillen van inzicht - ik noem het Nederlandse pleidooi voor Amsterdam als lokatie van de Europese Centrale bank en mijn weigering Hans van den Broek tot de orde te roepen ten tijde van de Alleingang van Kohl en Genscher bij de voortijdige erkenning van Kroatië - dat Kohl mij als een politiek risico was gaan zien.

Na Korfu, waar mijn kandidatuur werd gevetood door Kohl, werd duidelijk dat Santer een voor alle lidstaten aanvaardbare compromis-kandidaat was. Mitterrand toonde zich hier zacht gezegd niet opgetogen over. Hij benaderde mij zelfs met de vraag of ik alsnog beschikbaar was.

Daarbij was, zo zei hij, een belangrijk argument dat ik kennelijk veel krediet had in Spanje en Italië, maar ook in Engeland. 'Eerder steunde ik DeHaene omdat ik u te pro-Atlantisch vond. Maar nu u kennelijk ondanks zware Duitse druk de volledige steun van Spanje en Italië behield, denk ik dat u de goede man voor Europa zou zijn.' Ik bedankte Mitterrand, maar voegde er aan toe dat mijn kandidatuur zinloos was zolang Kohl er niet mee kon leven.

Mitterrand wilde dat nogmaals nagaan. Hij deed dat op 14 juli 1994, toen Kohl Parijs bezocht ter voorbereiding van de ingelaste Europese Raad de dag erna. De volgende dag hoorde ik van Mitterrand dat Kohl - zoals te verwachten was - 'massivement contre' was. Voor mij was dat dus einde oefening.

Alles tezamen bewaar ik toch goede herinneringen aan Helmut Kohl. Wij hadden goede jaren bij het overwinnen van de euro-sclerose, bij het antwoord op de Sovjet-dreiging en vooral bij de realisatie van het Verdrag van Maastricht en die ene munt. En de Duits-Nederlandse verhoudingen? Die waren goed, die zijn goed en die zullen goed blijven.

Meer over