Waarom Hester rookte in Roermond

Arthur bladerde, na het vertrek van het onverwachte bezoek uit de vorige aflevering van Het Lot, wat in de boeken die op tafel lagen....

ARTHUR - Zeus!

HESTER - Pffft!

JACOB - Mmm!

ARTHUR - Ja, de Griekse oppergod kwam even langs. . .

JACOB - Wat heb je eigenlijk in die kalfshersentjes gedaan?

ARTHUR - Ja, jongens, we zaten wat te kletsen en wie denk je dat er op bezoek kwam?

HESTER - Wat wil je daarmee zeggen, Jacob?

JACOB - Vroeger maakte je toch wel eens space-cake?

ARTHUR - Zeus!

HESTER - Nou ja! Je denkt toch niet dat ik die hersentjes moedwillig heb zitten verpesten met hasj?

ARTHUR - Zeus! Op onze Amsterdamse bovenwoning, jawel!

HESTER - Dat geloof je toch zelf niet!

ARTHUR - Leuke man, Zeus, maar wel een beetje driftig.

HESTER - En dan nog: space-cake? Ik? Je moet in de war zijn met iemand anders.

ARTHUR - Wij zijn altijd trouwe onderdanen geweest van Koning Alcohol.

HESTER - Onzin! En in een god geloof ik ook niet. Of hij nou van de Grieken is of van de katholieken, voor mij is het allemaal larie.

JACOB - We hadden het over het lot.

HESTER - En in het lot geloof ik ook niet!

ARTHUR - Zeus moest daar ook niks van hebben.

HESTER - Kunnen we het nu misschien eens over wat anders hebben?

JACOB - Dat is dan nu dus ons lot.

HESTER - Dat is toch niet je lot? Dat is mijn keuze!

ARTHUR - Lot, onzijdig. . .

HESTER - Ja, wat staat er eigenlijk in het woordenboek?

ARTHUR - Eerst moeten we weten waar we het over hebben. Een scheut, een jonge tak. . .

HESTER - Nou ja, daar hebben we het dus niet over.

ARTHUR - Teengewas. . .

JACOB - Dat is wel een mooie.

ARTHUR - Een van een merk voorzien voorwerp dat uit een aantal gelijksoortige getrokken of met andere neergeworpen wordt om een beslissing te geven. . .

HESTER - Nee, dat gaat over dobbelstenen. Daar hebben we het niet over. Dat is een voorwerp.

ARTHUR - Jawel, we zijn allemaal van een merk voorzien en we worden neergeworpen.

JACOB - Goede beeldspraak.

ARTHUR - Loop der gebeurtenissen, gang van zaken zoals die beschikt zijn. . .

HESTER - Daar komen we ergens.

ARTHUR - Bovenmenselijke macht die het leven beheerst. . .

HESTER - Daar geloof ik dus niet in. Lot staat tegenover keuze en ik heb het gevoel dat ik mijn leven veel keuzes heb gemaakt. Lot is een soort doem. Het overkomt je en het sluit keuzes uit. Lot impliceert dat je maar een beetje zit te wachten: wat dient zich aan en wat overkomt me nu weer?

JACOB - Jij denkt dat je alles zelf in de hand hebt?

HESTER - Ik geloof niet dat je alles in de hand hebt, dat er ook een hoop geluk bij komt, maar lot is heel passief. En daar houd ik niet van.

JACOB - Dat je er zo over denkt is dus jouw lot.

HESTER - Dat is mijn keuze!

JACOB - Ik ben blij te horen dat je ervoor gekozen hebt om in Roermond ter wereld te komen.

HESTER - Nou ja, ik heb goed lullen, dat weet ik wel. Ik zie er redelijk uit, ik red me aardig en dan kun je zeggen: dat doe ik zelf. Maar hoe ik er uit zie, daar heb ik geen hand in. Mijn intelligentie, daar heb ik geen hand in. En mijn gezondheid, daar heb ik ook geen hand in. Die drie facetten zou je kunnen benoemen tot lot.

ARTHUR - We gaan nog een bekeringsgeschiedenis meemaken!

HESTER - Maar ik noem dat geen lot. Mazzel noem ik dat. Ja, ziekte is een inbreuk. Ziekte is iets waar je niks aan kan doen. Maar als ik rook weet ik dat ik kanker kan krijgen en dat is een keuze die ik op mijn zestiende heb gemaakt.

ARTHUR - Nu maak je die keuze!

HESTER - Nee, nee, nee!

ARTHUR - Op je zestiende?

HESTER - Ik was zestien. Mijn oom Piet. . .

ARTHUR - Ik geloof er helemaal niks van dat jij op een avond op je kamertje hebt gezeten en zei: ga ik nu een sigaretje roken of niet?

HESTER - Nee, maar dat zeg ik ook niet.

ARTHUR - Je vond het hartstikke interessant om met zo'n sigaret in je klauwen te lopen.

HESTER - Ja, dat vond ik ook.

JACOB - Maar hoe ging die keuze dan?

HESTER - Een keer per jaar, op de verjaardag van mijn vader, zat mijn oom Piet bij ons en die had veel gerookt. Hij had keelkanker, dat werd alsmaar erger en hij kon toen al niet meer praten. Ik begon net te roken en ik dacht: als ik doorga met roken kan dat dus het gevolg zijn. Dat is echt een bewuste keuze geweest. Niet dat ik kies voor keelkanker, maar wel voor de lol van roken en plezier, wetend wat daar het gevolg van kan zijn.

JACOB - Maar je rookte toen dus al.

HESTER - Ja, ik rookte al.

JACOB - Je was al verslaafd, dus je had geen keuzevrijheid.

HESTER - Nee, ik was toen niet verslaafd. Ik rookte wel, maar ik vond het vies en vreselijk en ik moest sigaretten jatten bij mijn vader - zo af en toe dan een sigaretje. Het vertegenwoordigde voor mij een wereld die ik wou.

ARTHUR - Precies!

JACOB - Wat voor wereld?

HESTER - Hier zitten, nu, zo - met een sigaret.

JACOB - En over het lot kletsen.

HESTER - Ik had daar toen geen voorstelling bij maar het was wel wat ik wou: de grote wereld.

JACOB - Marlene Dietrich junior?

HESTER - Zoiets.

ARTHUR - Ondanks oom Piet!

HESTER - Maar die oom Piet was al zo oud, nou ja, hij zal toen vijftig zijn geweest en die keelkanker was vervelend, maar zo oud werd ik toch niet. Vijftig, heb ik altijd gezegd, dan ga ik dood. Maar nu ben ik al drieënvijftig, dus alles is nu winst. Nou ja, het hangt ook niet op een jaar. Ik heb gewoon mazzel.

ARTHUR - Haar lot is dat ze nu godverdomme nog verder moet!

HESTER - Er is geen lot! Je maakt keuzes en verder is er alleen maar toeval. Ik maakte de keuze dat ik weg wilde uit dat duffe, dulle Roermond, naar de grote wereld waar gerookt wordt.

ARTHUR - En gedronken. Nog wat wijn?

JACOB - Goede wijn trouwens. Ik prijs het lot dat me aan jullie tafel bracht.

HESTER - Het gaan roken was geen keuze, dat is waar. Maar op het moment dat mijn oom Piet bij ons zat met die kanker was ik zestien en ik dacht: ik rook toch door. Zo heb ik veel in mijn leven zelf gekozen. Mijn ouders zeiden, toen die middelbare school eindelijk af was: en nu ga je naar kantoor. Ik zei: ik wil naar Amsterdam en dan wil ik werk en ik wil een man en ik wil neuken. . .

JACOB - Nou ja! We hebben het over een bovenmenselijke macht die het leven beheerst en dan begin jij over neuken. Dat is toch de natuur die je voortdrijft!

HESTER - Maar daarin maak je wel keuzes. Met die wil ik niet neuken en met die wil ik wel.

ARTHUR - Dat doen vrouwen, ja.

HESTER - Voor jullie is het misschien meer: ik wil in het algemeen neuken.

ARTHUR - Ja, het vrouwtje kiest. Wij willen gewoon overal, Jacob.

HESTER - Nee, met jou wil ik niet neuken, je bent een saaie rechtenstudent, nee zeg! Dat kan ik achteraf zeggen, maar ik wist toen heel duidelijk: nee. Volgens mij kies je heel veel in je leven en op het moment dat je kiest is het lot.

ARTHUR - Maar dan wordt je geleid door je hersenen, door de voorkwabben, zal ik maar zeggen. Maar in hoeverre wordt je geleid door. . .

HESTER - De onderkwabben?

JACOB - Laten we het kies houden.

HESTER - Laten we sla nemen.

JACOB - Heb ik de vrijheid om ervoor te kiezen die sla af te slaan?

HESTER - Doe wat je hart je ingeeft.

JACOB - Mijn hart? Mijn maag zul je bedoelen en mijn respect voor je gastvrijheid.

ARTHUR - Zeus, sta ons bij!

HESTER - Neem sla, filosoof!

Dat had ze misschien beter niet kunnen zeggen, want uit het niets nam opeens een nieuwe gast plaats aan tafel. Maar ook u, lezer, bent volgende week woensdag weer welkom.

Meer over