Column

Waarom er alle kans is dat u deze herfst verkouden en grieperig wordt

null Beeld

Zul je altijd zien. Amper een week is haar school weer begonnen, of mijn dochter zit ziek thuis, met keelpijn en flinke koorts. Vast gekregen in de trein, waar iedereen als vanouds op elkaars lip staat, klaagt ze met schorre stem. Geen corona, gelukkig. Maar dus wel een van die talloze andere luchtwegvirussen, die als de ‘r’ in de maand komt nu eenmaal rondgaan.

Ze is de enige niet. Alle kans dat u ze om u heen al heeft waargenomen, de arme drommels, die snotteren en hoesten of op de bank onder een dekentje zitten te rillen – zónder dat het corona is. Zijn we door al dat thuiszitten en afstand houden soms extra bevattelijk geworden voor alle andere seizoensvirussen die er ook nog zijn?

Dat zou zomaar eens kunnen, vertelt hoogleraar immunologie Debbie van Baarle (RIVM, UMC Groningen). Zelf lag de hooggeleerde ook een paar dagen rillerig onder de dekens: ‘Door de coronamaatregelen zijn we vorig seizoen minder blootgesteld aan allerlei andere luchtwegvirussen. Onze afweer is een jaar lang niet geprikkeld. En dat zou kunnen betekenen dat onze afweer nu iets trager in actie komt, zodat je er zieker van wordt als je zo’n virus oploopt.’

In de ziekenhuizen zet men zich inmiddels schrap: ook de griep kon komende winter weleens gemeen heftig worden. Om nog maar te zwijgen van het RS-virus, ook zo’n luchtwegvirus, dat dit jaar nota bene in hartje zomer voor een uitbraak zorgde onder jonge kinderen, zegt arts-microbioloog Matthijs Welkers (Amsterdam UMC). ‘En misschien was dat nog maar een voorproefje.’

Samen met de GGD Amsterdam werkt Welkers momenteel aan een systeem om oplevingen van de griep of het RS-virus eerder op het spoor te komen. ‘Zodat we de ellende straks misschien net een weekje voor kunnen zijn’, zegt hij. ‘Want als de griep eenmaal losgaat, liggen binnen no time de ziekenhuizen vol.’

Dat belooft wat, voor al die huis-, tuin- en keukenvirussen die óók griepachtige klachten geven, in de regel zonder dat je erdoor in het ziekenhuis komt. Tientallen gaan er daarvan rond, met voor leken onbekende namen als OC43, 229E, humaan metapneumovirus en parainfluenzavirus type 3. Huisarts Janneke Hendriksen herinnert zich hoe ze na een periode kantooronderzoek terugkeerde in de praktijk. ‘Ik was meteen aan één stuk door verkouden. Dat is toch wel zoals het werkt. Door zo nu en dan in contact te komen met virussen, houd je de weerstand op peil.’

Mooi voorbeeld is een experiment dat Amerikaanse virologen acht jaar geleden uitvoerden op 800 vrijwilligers. Ze kregen verkoudheidsvirus in de neus gedruppeld, om te zien wie er besmet zouden raken. Conclusie: voor mensen met kinderen thuis was die kans twee maal zo klein, kennelijk omdat die meer virussen over de vloer krijgen.

In de cijfers is er nog weinig van een opmars van de kriebelvirussen te zien, vertelt Hendriksen, die namens zorginstituut Nivel het netwerk van huisartsen coördineert dat de virussen turft. Momenteel lopen er in ons land zo’n 14 per 100 duizend inwoners rond met griepachtige klachten, veel minder dan de 58 waarbij men spreekt van een epidemie. Maar dat kan vertekend zijn: ‘Mensen met griepachtige verschijnselen moeten zich immers laten testen bij de GGD-teststraat’, zegt Hendriksen. ‘Daardoor zien we als huisartsen momenteel weinig volwassenen met luchtwegklachten.’

Aan de andere kant, zegt arts-microbioloog Welkers, gingen verkoudheidsvirussen ook tijdens de coronatijd nog rond, zij het op een wat lager pitje. Misschien dat het net genoeg was om onze weerstand bij de les te houden. ‘Vanuit boerenverstand verwacht ik een terugslag van alles wat afgelopen jaar niet heeft gecirculeerd’, zegt Hendriksen. ‘Maar zeker weten doet niemand het.’

Een voordeel hebben al die keelpijntjes, kriebelhoestjes, snotneuzen en graadjes verhoging intussen ook, vertelt Van Baarle. Onverwacht eigenlijk: ze kunnen bijdragen aan het terugdringen van corona. ‘Uit laboratoriumexperimenten weten we dat als cellen al zijn geïnfecteerd met het griepvirus, sars-cov-2 ze minder goed kan infecteren’, zegt ze. De cellen zijn dan al bezet door een ander, concurrerend virus. ‘Als je luchtwegen al in gevecht zijn met een of ander rhinovirus, kan ik me voorstellen dat het coronavirus er minder goed tussen komt.’

Thuis heeft mijn dochter zich inmiddels teruggetrokken in haar kamer. Ze heeft de appgroep ‘zieke prinses’ aangemaakt, zodat ze haar bedienend personeel beneden beter kan instrueren. ‘Kan er iemand appel met yoghurt voor me maken? Ik heb weer koorts.’

Meer over