Nieuws

Waarom een vogelvriend geen bezwaar kan maken tegen windmolens en de Vogelbescherming wel

Het echtpaar Trienekens uit ’t Goy was blij toen de Raad van State hun gelijk gaf en de omgevingsvergunning voor windpark Goyerbrug vernietigde. Datzelfde lukte niet met de natuurvergunning. Dat er geen ‘specifiek belang’ was bij het beschermen van vogels gaf de doorslag.

Een groep vogels boven de polder Arkemheen, een natuurgebied. Op de achtergrond een windmolen in Flevoland. Beeld Sijmen Hendriks / HH
Een groep vogels boven de polder Arkemheen, een natuurgebied. Op de achtergrond een windmolen in Flevoland.Beeld Sijmen Hendriks / HH

Dat windturbines dodelijke slachtoffers maken onder vogels betwist niemand; ingewikkelder ligt de juridische strijd over het voorkómen van die sterfte. Wie geen ‘specifiek’ belang heeft bij het beschermen van die vogels en ten onrechte vreest dat de slachtoffers van de rotorbladen in de tuin belanden, krijgt bij de bestuursrechter geen gehoor om de bouw van de turbine te voorkomen.

Dat ondervond het echtpaar Trienekens uit het gehucht ’t Goy (gemeente Houten) dat tevergeefs probeerde bij de Raad van State de natuurvergunning voor windpark Goyerbrug vernietigd te krijgen. En wel precies een week nadat de kurk van de fles ging omdat diezelfde Raad van State toen wel de omgevingsvergunning voor Goyerbrug vernietigde. Door dat laatste is de bouw van het windpark langs het Amsterdam-Rijnkanaal voorlopig van de baan.

Vijf jaar procedeerde het echtpaar tegen de dreigende komst van het windpark met daarin een turbine – de dichtstbijzijnde – die op 285 meter van hun tuin is getekend. ‘Wij gaan ervan uit dat de race nu is gelopen’, noteerde het Algemeen Dagblad vorige week uit hun mond op na de vernietiging van de omgevingsvergunning die in strijd bleek met Europese milieuwetgeving.

Of vogels als de daar vaak gesignaleerde buizerd een gevaarlijk obstakel bespaard blijft, is nog maar de vraag. Niet alleen kan de omgevingsvergunning nog worden aangepast en alsnog worden verleend, de natuurvergunning voor Goyerbrug is voorlopig onaangetast.

Toelichting

Ingewikkeld? Een toelichting van de Raad van State komt ruwweg hierop neer: voor verschillende benodigde vergunningen gelden verschillende regels. De omgevingsvergunning maakt de bouw mogelijk, de natuurvergunning is nodig als zo’n windpark in een gebied komt te staan waar natuurschade te vrezen valt.

Dat rotorbladen onder vogels dodelijke slachtoffers maken is een feit, waarmee dus ook natuurschade een feit is. Die schade wordt in juridische zin afgewogen tegen andere belangen. Dan legt in principe de vogel het af tegen de noodzaak (klimaat) om duurzame energie op te wekken.

Wie het met die juridische gang van zaken niet eens is, moet een ‘specifiek belang’ bij het opkomen voor vogels hebben, zo licht een woordvoerder van de hoogste bestuursrechter de uitspraak over de natuurvergunning toe. ‘Vogelbescherming bijvoorbeeld, als organisatie. Die heeft in de statuten staan voor vogels op te komen.’

Een omwonende van een windturbine die begaan is met dierenleed, alleen al de gedachte aan slachtpartijen niet kan verdragen, die heeft geen écht belang. En wordt door de rechter niet-ontvankelijk verklaard. De woordvoerder van de Raad van State: ‘Dit is overigens geen juridisch vraagstuk dat alleen bij windturbines speelt.’

Korenwolf

Voor veel bouwprojecten is een natuurvergunning nodig. Bij die projecten kunnen ook andere dieren dan vogels in het gedrang, of erger, komen. Zo speelt het leefgebied van de zandhagedis bij veel juridische procedures een rol. Een beroemd voorbeeld uit vroeger jaren is de (nu zo goed als uitgestorven) korenwolf. Belangenbehartigers van (of namens) de korenwolf hebben veel bouwplannen op zijn minst weten te vertragen.

Soms gebeurt het dat een vogel zelf zo’n ‘belang’ vertegenwoordigt dat een gedacht windpark moet wijken. Begin dit jaar moesten de initiatiefnemers voor een windpark op de Veluwe op zoek gaan naar een andere locatie omdat de ingetekende plek wel heel dicht bij het broedgebied van de wespendief lag. Die vogel geniet de hoogste Europese beschermingsstatus. Het was in dit geval niet de rechter die iets besliste, maar het provinciebestuur dat zich bijtijds het ‘specifieke belang’ van de vogel zelf realiseerde.