AnalysePolitieke tegenstellingen

Waarom de Spaanse premier Sánchez steeds meer alleen komt te staan

De Spaanse premier Pedro Sanchez zit een vergadering voor over COVID-19 in het La Moncloa paleis in Madrid, op 2 mei 2020. Beeld EPA

In de strijd tegen het coronavirus zijn de politieke tegenstellingen in Spanje niet minder geworden. Integendeel, het gaat als vanouds hard tegen hard.

‘Het belangrijkste is nu om samen in dezelfde richting te roeien, om schouder aan schouder te werken om deze crisis zo snel mogelijk op te lossen.’ Dat zei Pablo Casado, namens de PP oppositieleider in het Spaanse parlement, toen de regering hem eind maart om steun vroeg voor verlenging van de alarmtoestand.

Dat was toen. Want nu de gezamenlijke vijand is verslagen, barst in Spanje de onderlinge machtsstrijd weer in alle hevigheid los. Het Spaanse parlement stemt woensdag opnieuw over verlenging van de alarmtoestand, een tweewekelijkse gebeurtenis. Casado heeft al aangekondigd dat zijn partij deze keer tegen zal stemmen.

Zonder decreet is de lockdown in één klap voorbij, waarschuwt de Spaanse premier Pedro Sánchez, en mag iedereen zich weer vrij bewegen. ‘Het is alarmtoestand of chaos.’ Toch keren niet alleen de rechtse partijen, maar ook de nationalisten uit Catalonië en Baskenland zich van Sánchez’ regering af; zelfs de linkse republikeinen die de socialisten in januari aan de macht hielpen.

Voor nu lukt het Sánchez waarschijnlijk net voldoende stemmen bij elkaar te sprokkelen, maar dat kan niet verhullen dat hij in het tijdsbestek van een paar weken steeds meer alleen is komen te staan. Hoe kan dat?

1. Rechts ruikt bloed

Waar rechts aan de macht is, wordt opzichtig gerouwd. De vlaggen aan de gebouwen van de regionale overheid van Madrid hangen al weken halfstok. Aan de Puerta de Alcalá, de Madrileense triomfboog die model heeft gestaan voor de Parijse Arc de Triomphe, is een enorm zwart lint gehangen: een actie van de rechtse burgemeester.

Het is niet alleen een blijk van medeleven aan de slachtoffers van het coronavirus, maar ook een politiek statement. Volgens PP-leider Casado heeft Sánchez deels schuld aan de 25.613 Spaanse coronadoden: omdat hij het openbare leven te laat heeft stilgelegd, omdat hij er niet in geslaagd is voldoende mondkapjes en coronatests te bemachtigen, en omdat de economie door dat wanbestuur onnodig heeft geleden.

Misschien zijn de verwijten terecht. Toch valt op dat Casado, meer dan oppositiepolitici in andere landen, het politieke spel keihard speelt. Net als in 2011 probeert rechts de schuld van de economische tegenslag bij links te leggen. Destijds wist Casado’s voorganger Rajoy de verkiezingen met die boodschap te winnen. Of die truc opnieuw slaagt, valt te bezien: volgens opiniepeilingen denkt een ruime meerderheid van de kiezers dat een PP-regering niet beter zou hebben gehandeld.

2. Baskenland en Catalonië willen hun macht terug

‘Als Catalonië onafhankelijk was geweest, waren er minder doden gevallen’, beweerde een van de bestuurders van de noordoostelijke regio onlangs. De nationalisten uit Catalonië en Baskenland klagen over een veel te gecentraliseerde aanpak van de coronacrisis. Door de noodtoestand heeft de regering in Madrid overal het laatste woord over.

Sánchez lijkt weinig prijs te stellen op inbreng vanuit de regio. ‘We hebben nu acht bijeenkomsten gehad met de regionale presidenten en steeds moesten we via een persconferentie vernemen wat er op de agenda stond’, klaagde een van de Catalaanse bestuurders in El Confidencial. Pas nu zijn positie in het parlement wankel blijkt, heeft Sánchez een vorm van ‘co-bestuur’ toegezegd.

Wat ook niet helpt: in zowel Baskenland als Galicië (twee regio’s met een sterke identiteit) zijn verkiezingen op komst. Als de nationalistische partijen nu te veel over zich heen laten lopen, zijn ze bang uit de gratie te raken.

3. Sánchez is geen great communicator

Wat tijdens de coalitiebesprekingen al verbaasde, gebeurt nu opnieuw: Sánchez onderhoudt nauwelijks contact met de andere partijen. Weken gaan voorbij zonder dat hij spreekt met Pablo Casado of met Inés Arrimadas (leider van de gematigd-rechtse partij Ciudadanos).

Ook in het openbaar blijkt Sánchez bepaald geen ‘great communicator’. Hij gebruikt dezelfde toon voor alles wat hij zegt, analyseerde een communicatiedeskundige in El País. Daarbij komt dat de premier vaak ontwijkende antwoorden geeft en soms dingen zegt die later niet blijken te kloppen. Zo kondigde hij aan dat kinderen tot 12 jaar naar buiten zouden mogen om ‘een luchtje te scheppen’, het bleek te gaan om kinderen tot 14 jaar.

Van alle Spaanse partijleiders geniet Pedro Sánchez nog altijd het hoogste waarderingscijfer. Toch heeft hij er deels zelf schuld aan dat de andere partijen steeds minder bereid zijn tot samenwerken.

Meer over