Staatssecretaris Van Huffelen reageert op het rapport van de onderzoekscommissie

ANALYSEReactie kabinet op toeslagenaffaire

Waarom blijft een ‘groots gebaar’ naar gedupeerde ouders uit?

Staatssecretaris Van Huffelen reageert op het rapport van de onderzoekscommissieBeeld ANP

Het kabinet staat onder grote druk om gedupeerde ouders in de affaire rond de Kinderopvangtoeslag snel te compenseren. Maar de verantwoordelijke bewindslieden en premier Rutte houden vol dat dit onhaalbaar is. Hebben ze een punt?

Terwijl de Tweede Kamer aan zijn drie weken durende kerstreces is begonnen, begeeft het halve kabinet zich dinsdagmiddag om 13.00 uur naar het Catshuis om een collectief probleem op te lossen. Naast premier Rutte komen de ministers Hoekstra, Koolmees, Van Ark, Ollongren, Wiebes en Schouten opdraven, plus de staatssecretarissen Van Huffelen (Toeslagen) en Van ’t Wout (Kinderopvang). Op de vergadertafel ligt het donderdag gepresenteerde eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, getooid met de nietsontziende titel Ongekend onrecht.

Aan het kabinet nu de taak om boven de kerstkransjes een passend antwoord te formuleren op de bevindingen van de commissie, die in samenvatting neerkomen op: ‘de Rijksoverheid, regering, parlement en bestuursrechtspraak hebben in de kinderopvangtoeslagenaffaire op alle fronten gefaald’.

Die éne kwestie

Een passend antwoord is niet zo makkelijk gevonden. Het commissierapport gaat nadrukkelijk niet over de vraag hoe de gedupeerde ouders gecompenseerd moeten worden voor het aangedane leed. Dat was geen deel van de onderzoeksopdracht. In reactie op het eindverslag concentreerden journalisten en parlementariërs zich echter toch weer vooral op die éne kwestie: ‘Waarom duurt het zolang om de gedupeerden een schadevergoeding te betalen? Kan dat verdorie niet sneller?’

Staatssecretaris Van Huffelen heeft die vraag al vele malen beantwoord (‘nee, dat kan niet’), maar daar neemt het grootste deel van de oppositie geen genoegen (meer) mee. Donderdagavond kreeg een PvdA-motie om alle gedupeerde ouders alvast een niet nader genoemd minimumbedrag toe te kennen de steun van 69 Kamerleden. Alleen de coalitiepartijen, de SGP en FvD stemden tegen.

De Tweede Kamer is zeer verbolgen over het feit dat tot nu toe slechts een paar honderd ouders (van mogelijk tienduizenden slachtoffers) een passende schadevergoeding hebben gekregen. Van Huffelen meldde eind september aan de Tweede Kamer dat de herstelbetalingen meer tijd zullen vergen dan ze eerder dacht. Het zal nog tot eind 2021 duren om elke gedupeerde te geven waar hij of zij recht op heeft.

Volgens Van Huffelen kan het niet sneller omdat de situatie per slachtoffer sterk verschilt. Recht doen aan de ouders vereist volgens haar maatwerk. Dat betekent een individuele beoordeling van het dossier om te kunnen bepalen hoeveel compensatie gepast is. Sommige ouders hebben daarnaast andere dan financiële hulp nodig om de geleden schade te kunnen ‘repareren’, zoals schuldhulpverlening of geestelijke bijstand. De staatssecretaris stelt dat het geringe aantal ouders dat tot nu toe gecompenseerd is een vertekend beeld geeft van het beoogde tempo. De Belastingdienst moest dit jaar eerst een compleet nieuwe organisatie uit de grond stampen (inclusief het werven van 500 nieuwe medewerkers) om de benodigde hulpcapaciteit te kunnen bieden. Vanaf deze maand zal het tempo waarin ouders geholpen worden flink versnellen, belooft zij.

De linkse oppositiepartijen hebben daar weinig vertrouwen in. Zij zetten het kabinet onder druk om een of ander ‘groots gebaar’ te maken, dus alle gedupeerden bijvoorbeeld op korte termijn 5.000 of 10.000 euro te schenken. Van Huffelen en Rutte houden tot dusver vol dat dit onmogelijk is. Zo hebben niet alle ouders die kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen, dat ook daadwerkelijk gedaan. Sommigen hadden het geld gewoon niet, anderen gingen in bezwaar of beroep tegen het terugvorderingsbesluit. Kabinet en Kamer moeten dus beslissen of ze deze ouders (bij wijze van eerste tegemoetkoming) een even hoog bedrag willen uitkeren als de ouders die hun toeslagen wél helemaal hebben terugbetaald en daardoor meer financiële schade hebben geleden.

Individuele beoordeling

Om onderscheid te kunnen maken tussen deze twee groepen, is er toch weer een individuele beoordeling van elke casus nodig. Deze gegevens zijn namelijk niet zo makkelijk te achterhalen via een administratieve controle, omdat de Belastingdienst haar informatiesystemen niet op orde heeft. Veel casussen van gedupeerde ouders dateren al van vóór 2012. Uit die vroege jaren van de kinderopvangtoeslag zijn gegevens vaak niet meer beschikbaar binnen de Belastingdienst.

Een ander probleem is de afbakening van de groep gedupeerden. Als de overheid ertoe overgaat alle ouders die tussen 2005 en 2020 minimaal 10.000 euro kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen ‘blind’ te compenseren, moet zij in totaal 2,1 miljard euro vergoeden aan circa 90 duizend ouders. Als het kabinet een lager drempelbedrag kiest, verveelvoudigt dat bedrag en het aantal compensatiegerechtigden. Daar zullen dan onvermijdelijk ook ouders tussen zitten die ‘evident misbruik’ met de kinderopvangtoeslag hebben gepleegd en/of de ontvangen toeslagen nooit terugbetaald hebben.

Lees ook:

Leigh-Anne Jansen (30) uit Eindhoven, slachtoffer in de kindertoeslagenaffaire, reageert op over het vernietigende onderzoeksrapport.

Informatievoorziening bij Rijksoverheid om te huilen: Het kabinet, de Tweede Kamer, de ministeries van Financiën en Sociale Zaken, de Nederlandse rechtspraak en – last but not least – de Belastingdienst: stuk voor stuk zijn zij verantwoordelijk voor het debacle met de kinderopvangtoeslagen.

De Toeslagenaffaire leert dat een topambtenaar eerst en vooral inhoudelijk gedreven moet zijn, betoogt oud-hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen.

Meer over