Analyse

Waarom bleef de helft van de kiezers thuis? En hoe erg is dit?

Gemeenteraadsverkiezingen – steeds meer stemgerechtigden zien er het nut niet van in. Hoe kwalijk is het dat een groeiende groep behept is met een ‘schijt-aan-alles-mentaliteit’?

Pieter Hotse Smit
In een stemlokaal bij het station in Nijmegen wachten stembureauleden in de kou op reizigers die komen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
In een stemlokaal bij het station in Nijmegen wachten stembureauleden in de kou op reizigers die komen stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Stemmen en dan gratis naar de giraffen. Een kosteloos rondje karten voor jonge kiezers die voor het eerst hun stem mochten uitbrengen. Of het rode vakje aankruisen in het kleinste stembureau van Nederland.

Aan stemlokaalaanbieders als Safaripark Beekse Bergen, de kartbaan in de Zwolse IJsselhallen en Wim Westhoff die zijn huiskamer in het Overijsselse Marle weer openstelde, heeft het niet gelegen. Maar alle creatieve lokkertjes ten spijt: ze konden niet voorkomen dat een historisch hoog percentage kiezers de gemeenteraadsverkiezingen oversloeg.

De helft van alle stemgerechtigden, om precies te zijn. Hoe moeten we dit cijfer interpreteren? Kennelijk is het zo dat het een op de twee burgers ‘geen hol interesseert wie hun gemeente bestuurt’, zoals John Bijl van het Rotterdamse Periklesinstituut het verwoordt. Hoe ernstig is deze constatering?

Gemeenteraadsverkiezingen zijn nooit warm onthaald. Na de afschaffing van de stemplicht liet in 1970 onmiddellijk eenderde zijn stem verloren gaan. Na een opleving in 1986 (opkomst ruim 73 procent) knikte de trend definitief omlaag. Sinds 1998 ligt de opkomst structureel onder de 60 procent.

Een daling dus van 10 procentpunt in een kwarteeuw tijd, dat klinkt nog niet alsof de democratie nu plotseling wankelt. Toch wel, vindt Bijl van het Periklesinstituut, dat gemeenteraden begeleidt in politieke besluitvorming. Hij noemt het dramatisch en zelfs zo gevaarlijk dat hij er pijn in zijn buik van krijgt. Onderzoeker Peter Kanne van I&O Research vindt het teruglopen van de opkomstcijfers ook zorgelijk. ‘Vier jaar geleden kwam nog 55 procent’, zegt Kanne. ‘Dan is 50 procent ineens een grote hap.’

Oorlog in Oekraïne

Als de slechte opkomst alleen komt door de oorlog in Oekraïne, dan zou Kanne daar nog mee kunnen leven. Maar slechts een enkeling noemt dit als reden voor zijn verloren stem, blijkt uit de nameting die I&O Research donderdag deed onder negenhonderd niet-stemmers. De belangrijkste reden die zij geven voor het niet opnemen van het rode potlood: een groot gebrek aan vertrouwen in de landelijke én de gemeentelijke politiek.

Daarmee zijn vooral veel boze stemmen verloren gegaan. Relatief veel links-progressieve (hoogopgeleide) kiezers zijn komen stemmen. Degenen die wantrouwig staan tegenover de politiek – vaak middelbaar en lager opgeleiden, die landelijk stemmen op PVV, FvD, JA21 en BBB – bleven vaker thuis.

Na de toeslagenaffaire en een lange formatie met incidenten zoals de ‘functie elders’ voor Pieter Omtzigt, is het wantrouwen in de landelijke politiek te verklaren. Gemeentelijk ziet Bijl een fundamentelere breuk. Er is volgens hem een te grote afstand ontstaan tussen gemeenteraden en de burgers voor wie zij beslissen.

‘Een goed politiek besluit moet gepaard gaan met uitleggen hoe dat tot stand komt’, zegt hij. ‘Maar raadsleden komen helemaal niet meer toe aan uitleggen. Hun werkdruk is de afgelopen jaren gigantisch gestegen, terwijl ze het naast hun gewone baan zijn blijven doen. Het gevolg is dat de kiezer helemaal niet meer ziet hoe belangrijk de gemeentepolitiek voor ze is.’

Volksopstanden

Wat er gebeurt als kiezers zich steeds verder afwenden van het bestuur, waarschuwt Bijl, was zichtbaar in de reacties op coronamaatregelen. Met volksopstanden in onder meer Eindhoven en in Rotterdam. Datzelfde Rotterdam is bij deze verkiezingen de grootste negatieve uitschieter, met een opkomst van nog geen 39 procent. Ook Roosendaal (39,7) en Almere (39,8) vallen op.

Ondertussen versplintert het politieke landschap. Meer partijen, die door steeds minder mensen zijn gekozen, werkt volgens Kanne van I&O Research de neerwaartse dynamiek verder in de hand. ‘Nog minder herkenning in het lokale bestuur zorgt ervoor dat de volgende keer nog weer meer mensen wegblijven.’ En als steeds minder mensen zich vertegenwoordigd voelen, ligt er een legitimiteitsprobleem op de loer. Met volgens Kanne een verdere ‘verwezing’ van de samenleving, die steeds meer ten prooi valt aan burgers met een ‘schijt-aan-alles-mentaliteit’.

Niet iedereen is zo somber. ‘Het is helemaal niet erg als een keer wat meer mensen de verkiezingen overslaan’, zegt hoogleraar politicologie André Krouwel (Vrije Universiteit). ‘Als bij de landelijke verkiezingen maar 60 procent komt opdagen (het was 79 procent in 2021, red.), dan ga ik me zorgen maken.’

Krouwel ziet ook dat boze burgers zijn weggebleven. Met een, en dat vindt hij wel zorgelijk, totaal niet representatieve uitslag tot gevolg. ‘Amsterdam is een soort links vakantiedorp geworden’, zegt hij. ‘Fantastisch als je tot populatie links-progressieve gutmenschen behoort, maar voor velen in de hoofdstad geldt dit niet.’

Antisysteempartijen

Dat de proteststem op veel plaatsen is uitgebleven, komt volgens Krouwel doordat antisysteempartijen het ongenoegen niet wisten te mobiliseren. Met de PVV en FvD die in zo’n 85 procent van de gemeenten niet meededen en een Thierry Baudet die in verkiezingstijd bleef aanschurken tegen Poetin.

‘Daardoor konden de lokale partijen een beetje verder opleven, als veilige haven voor populisten’, zegt Krouwel, ‘maar ze zijn in het mobiliseren van die stem toch minder goed dan landelijke types als Baudet.’ Met een andere aanpak is die boze burger terug te lokken naar het stemhok, wil hij maar zeggen.

Net als Bijl gelooft Krouwel dat het herstel begint met een serieuze opwaardering van het gemeenteraadslid. Dat nu volgens hem als ‘een soort amateur de macht moet controleren’. Begin eens met een betere vergoeding en degelijke onderzoeksmogelijkheden, bepleit Krouwel.

Bijl heeft daar nog wel wat aan toe te voegen. ‘Door herindelingen van gemeenten zijn er 20 procent minder raadsleden, maar hebben ze er door de decentralisatie drie keer zoveel taken bij gekregen’, zegt hij. ‘Een verdubbeling van het aantal raadsleden lijkt me een goed begin van herstel.’

Meer over