Waarnemers met onverbruikte blik

In de dikke anderhalve eeuw die het medium er inmiddels op heeft zitten, staat de authenticiteit van de fotografische afbeelding nog altijd onverminderd ter discussie....

Tegelijk zijn er in de geschiedenis tal van uiteenlopende pogingen ondernomen om aan die selectieve waarneming van de realiteit te ontsnappen, onder meer door de interpretatie ervan tot een minimum te reduceren en het oog te vrijwaren van beperkende esthetische of compositorische conventies. De 'objectieve' fotograaf kan datgene wat hij om zich heen ziet immers op zijn best alleen maar ordenen.

Karl Blossfeldt beoogde met zijn macro-foto's van planten, halmen en bloemknoppen niets meer dan de diversificatie van de soorten aan te tonen, zoals August Sander in reeksen portretten van Duitsers tot een typologie van de Menschen des Zwanzigsten Jahrhunderts wilde komen, Albert Renger-Patzsch het industriële wonder van begin twintigste eeuw cartografeerde en Le Corbusier graansilo's in de Verenigde Staten en Canada. Beroemd in het genre werden ook de grijze, onscherpe, vanuit een opengedraaid autoraam gemaakte plaatjes die de Amerikaan Ed Ruscha in 1962 nam van Twentysix Gasoline Stations. Ze negeren en ontkennen de journalistieke of artistieke meerduidigheid die van foto's wordt verlangd; de determinatie door de camera volstaat.

In de Rotterdamse Kunsthal wordt in de tentoonstelling Distanz und Nähe een actueel beeld gegeven van de 'anonimiteit als stijlprincipe'. Dat gebeurt aan de hand van het werk van de Duitse fotografen Bernd en Hilla BecherWobesen en hun academie-leerlingen, onder wie Andreas Gursky, Thomas Ruff, Thomas Struth en Jörg Sasse.

Vanaf het midden van de jaren zeventig legden zij de grondslag voor de zogeheten Düsseldorfer Schule, die met zijn Neusachliche Photographie snel internationale faam verwierf en in Nederland navolging kreeg van Hans Aarsman en Wout Berger.

Het overzicht in Rotterdam is voor de gelegenheid aangevuld met werken van Renger-Patzsch (1897-1966), een van de voorbeelden van de Bechers. Maar diens door trots en ontzag gedreven verkenningen door het Roergebied blijken bijna speels vergeleken met de taak die het echtpaar dertig jaar geleden op zich heeft genomen en die nog steeds niet is volbracht.

Met een onwrikbare stelselmatigheid leggen zij voor het nageslacht de naamloze architectuur van watertorens, gashouders, hoogovens, mijnschachtliften, oliepompen en hoogspanningsmasten vast. Alles op dezelfde, egalitaire manier gefotografeerd: afstandelijk, tegen een wolkenloze hemel en zonder effectbejag.

Hoewel Bernd Becher ooit in de hoedanigheid van beginnend tekenaar gefascineerd raakte door die 'architectuur zonder architecten' en zijn belangstelling zich vervolgens verdiepte in de industrieel-archeologische aspecten ervan, werden de foto's van zijn vrouw en hem, mede dank zij toedoen van Carl Andre, al snel ingelijfd bij de conceptuele kunst. Een status die werd bevestigd met de opname van hun werk in een aantal avantgarde-exposities in eigen land, een solo-tentoonstelling in het Van Abbe-museum van Fuchs in 1981, en de benoeming van Bernd Becher tot docent fotografie aan de Düsseldorfse kunstacademie.

De invloed die het echtpaar daar op een nieuwe generatie jonge fotografen zou gaan uitoefenen, is te traceren in het interview dat de Journal of Contemporary Art in 1993 met oud-student Ruff had. Bij zijn aanmelding nam hij twintig van zijn mooiste dia's van het Schwarzwald en zijn vakanties mee. 'Het was heel raar, want ze namen me aan. Als eerstejaars had ik een kort gesprek met Bernd Becher over de dia's. Hij zei dat ze min of meer stom waren, omdat die foto's niet de mijne waren, maar clichés. Ze waren een indicatie van de afbeeldingen die ik in bladen had gezien. Ze waren niet de mijne.'

De Bechers vormden in hun opleiding een hele lichting leerlingen om tot Beobachters met een onverbruikte blik; een slag fotografen dat bewust de anonimiteit en de distantie koos, zodat de werkelijkheid zich zonder hun tussenkomst voor de camera kon voltrekken. In de Kunsthal is de meest neutrale en afgelegen ruimte voor hun dwarsdoorsnede van het Aanwezige gereserveerd, wat de dramatische nietsheid van het werk nog versterkt.

Er hangen foto's van bakstenen kerkmuren en bouwplaatsen van Petra Wunderlich, uitzichten op gewone straten van Thomas Struth, oranje tafelkleden, pannelappen, vuilnisemmers, badmutsen, wasmachines en meubilair van Jörg Sasse, aardappel-, kool- en preivelden van Simone Nieweg, en interieurs van kantoren, fabrieken en bondshoofdkwartieren van Candida Höfer. In niets verraden de werken iets van de redenen waarom ze foto's zijn; ze kunnen het zonder verhaal en zonder identiteit stellen; dat ze direct aan de werkelijkheid zijn onttrokken en die weerspiegelen, moet genoeg zijn.

Mogelijk dat er voor het aandeel van Andreas Gursky aan het overzicht toch een uitzondering kan worden gemaakt, want in zijn werk schuilt onmiskenbaar iets romantisch, ja iets van een emotie. De mensen in zijn weidse, aan die van Ruysdael en ook Caspar David Friedrich verwante landschappen zijn weliswaar slechts een relatief onbetekenend onderdeel van het geheel, een ornament, maar ze zijn er; bewegend en wel. Het lijkt alsof Gurski in de democratie van zijn beeldopbouw weer voorzichtig een onberekenbare factor toelaat.

In de Duitstalige catalogus die bij Distanz und Nähe is verschenen, is Gursky ook de enige die wat kwijt wil over de motieven waarmee hij fotografeert, als hij onthult dat hij als enig kind een groot verlangen koesterde naar maatschappelijke geborgenheid. 'Het bevreemdt daarom niet dat ik altijd weer mensengroepen thematiseer die gedurende hun aardse verblijf naar collectieve zingeving verlangen.' Waarmee Gursky slechts een stapje verwijderd lijkt van zijn herontdekking van de subjectieve, betrokken fotografie.

Distanz und Nähe, fotografische werken van Bernd en Hilla Becher en hun voormalige studenten. Kunsthal Rotterdam, tot en met 15 juni. Catalogus Fl. 35,-.

Andreas Gursky: fotografien 19841993. Schirmel/Mosel, DM 49,80. Een overzicht van zijn werk is van 20 mei tot 4 juli te zien in De Appel in Amsterdam.

Meer over