Waar wordt de oorlog verslagen?

Het nieuws over de ontwikkelingen op het oorlogstoneel in Irak laat de Volkskrant grotendeels schrijven door Bert Lanting, de correspondent in Washington....

Deze lezer stelt naar mijn mening een terechte vraag. Natuurlijk wil een krant als de Volkskrant eigen verslaggevers hebben op de plek waar belangrijke gebeurtenissen zich afspelen. Oorspronkelijk ging de redactie er vanuit dat de Britse journaliste Kim Ghattas tijdens de oorlog in Bagdad zou blijven werken. Ghattas had immers vóór de oorlog vanuit Bagdad al indringende verhalen over de toestand in Irak voor onder andere de BBC en de Volkskrant gemaakt.

Maar vlak voordat de oorlog begon, verkoos zij het - voor haar eigen veiligheid - om Bagdad tijdelijk te verruilen voor een plaatsje aan de zijlijn: de Syrische hoofdstad Damascus. Verder was de krant aanvankelijk slechts present in Koeweit met haar eigen oorlogsverslaggever, Stieven Ramdharie.

In deze onverwachte situatie moest de redactie kiezen: óf de redactie buitenland schrijft de nieuwsverhalen óf de correspondent in Washington. Want hij zit dichter bij de plek waar belangrijkste beslissingen omtrent de krijgshandelingen worden genomen.

De redactie buitenland én de hoofdredactie kozen bewust ervoor om Bert Lanting ook het nieuws over de Irak-oorlog te laten doen. 'Zijn artikelen zijn helder en bondig. Hij doet trouwens meer dan alleen het nieuws. Hij schrijft tevens de analyses; alles van hoge kwaliteit', zegt de chef Buitenland ter verdediging van deze aanpak. De hoofdredactie is het geheel eens met deze argumentatie.

Bert Lanting vindt overigens dat de verbaasde lezer geen ongelijk heeft. 'Natuurlijk kan ook de buitenlandredactie het nieuws doen. Maar in Washington zit ik in een betere positie voor een totaal overzicht over wat zich momenteel afspeelt in Irak. Ik krijg veel meer informatie dan je in Europa kan ontvangen, zoals van de schare verslaggevers die ingebed is in het Amerikaanse leger.' Verder vindt hij het prettiger om zelf het nieuws én de analyses te doen. 'Want zo voorkom je ook allerlei overlappingen', redeneert de correspondent in Washington.

Wat naar mijn eigen ervaring óók meeweegt, is dat de krant het nieuws op deze manier toch van 'onze eigen man' heeft en niet uitdrukkelijk leunt op de internationale persbureaus en op wat de buitenlandse media over de oorlog in Irak te melden hebben.

Ook ik vind dat correspondent Lanting in Washington de lezers degelijk informeert over de oorlog in Irak: feitelijk én opiniërend. Toch ben ik het met de verbaasde lezer eens dat de correspondent in de Verenigde Staten níet de feitelijke verslaggeving zou moeten doen over de strijd in Irak. Een bekwame redacteur op de buitenlandredactie kan dát net zo goed. Tegenwoordig kun je trouwens via het internet belangrijke Amerikaanse kranten raadplegen. Verder kan de buitenlandredactie bij nieuwsontwikkelingen, die de persbureaus doorgaans sneller melden, artikelen zeer snel actualiseren.

De verbaasde lezer vraagt zich ten slotte af of het niet interessanter zou zijn als de correspondent van de Volkskrant 'het land in zou gaan' om voor de Nederlandse lezers te beschrijven hoe de Amerikanen de oorlog en alles wat daarmee samenhangt beleven.

Vorige week heb ik in mijn column al erop gewezen dat de Volkskrant weinig aandacht heeft besteed aan de Amerikaanse vredesbeweging. Via de Newyorkse organisatie Fair, die de pers kritisch volgt, krijg ik nieuwsbrieven dat Amerikaanse journalisten die tegen de oorlog zijn of zelfs maar een anti-oorlogsbetoging bijwonen, door hun bazen worden gecensureerd. Tegen de oorlog gerichte artikelen worden bij een krant in Michigan niet geplaatst, 'omdat ze de lezers alleen maar overstuur zouden maken'. De Volkskrant heeft beslist niet verzuimd haar lezers breed te informeren over de oorlog. Maar een correspondent inzetten om ver van het slagveld het nieuws te doen is een spagaat die terecht enige verbazing oproept.

Meer over