'Waar moet ik heen, als stateloze?'

De vluchtelingen die uit de Amsterdamse Vluchhaven weg moeten, gaven deze week in het Holland Festival een gezicht aan de opvangproblematiek. Nu beslist de rechter over hun lot.

AMSTERDAM - Het heeft niet geholpen. Hun optreden in het toneelstuk Die Schutzbefohlenen, afgelopen week op het Holland Festival, mocht niet baten. De vluchtelingen die op verzoek van regisseur Nicolas Stemann tijdens de voorstelling figureerden als - jawel - vluchtelingen met een schrijnend opvangprobleem, werden niet gehoord. Vrijdagmiddag togen ze in een bonte stoet naar de rechtbank, waar de gemeente Amsterdam een vordering tot ontruiming heeft ingediend. De Vluchthaven, een voormalige gevangenis aan het IJ waarin 114 uitgeprocedeerde vluchtelingen wonen, moet op 1 juli leeg worden opgeleverd, zodat het Rijk het pand kan verkopen. Bij overschrijding geldt een boete van 5.000 euro per dag, te betalen door de gemeente Amsterdam.

Dus ziet de kortgedingrechter zich op deze WK-dag gesteld voor een rechtszaal die uitpuilt met vluchtelingen getooid in feloranje voetbalshirts, petjes, boa's en Unoxmutsen. Ondanks de humor en hilariteit gaat het er af en toe emotioneel aan toe.

'Ik denk niet dat Amsterdam als mensenrechtenschender te boek wil staan', betoogt hun advocaat, Pim Fischer. 'Het kan toch niet zo zijn dat de stad mensen op straat zet en overlevert aan honger, kou, pooiers en mensenhandelaren?'

undefined

Overeenkomst

Volgens Europese verdragen dient een overheid zorg te dragen voor kwetsbaren in de samenleving, ook als zij ongedocumenteerd en rechteloos zijn. Maar, betoogt Fischer, wat is kwetsbaar? Wat zijn daarvoor de criteria? En wie bepaalt dat? De gemeente Amsterdam heeft zijn cliënten ertoe willen verleiden een machtiging te ondertekenen voor inzage in hun medisch dossier, vervolgt hij, opdat de GGD kan beslissen bij wie sprake is van ernstige medische problematiek, en 'wie sterk genoeg is om op straat te overleven'. Fel: 'Ik kan me niet voorstellen dat een GGD-arts zich voor zo'n ingrijpende beslissing laat lenen.'

Het advocatenteam van de gemeente benadrukt dat de vluchtelingen een overeenkomst hebben getekend waarin ze recht kregen op opvang in de Vluchthaven, mits zij op 1 juni zouden vertrekken. Ze zitten er nog steeds en hebben daarmee de overeenkomst geschonden. Fischers cliënten noemen die hele overeenkomst chantage - niet tekenen betekende direct op straat komen te staan.

De rechter vraagt of een van de gedaagden het woord wil voeren. Ilhaam Awees, een 30-jarige dochter van Somalische ouders, geboren in Saoedi-Arabië en opgegroeid in Jemen, vertelt dat ze van de Nederlandse staat naar Somalië moet vertrekken, hoewel ze daar nog nooit is geweest en ook niet welkom is omdat ze geen paspoort heeft. 'Ik ben illegaal in Saoedi-Arabië geboren en al heel mijn leven vluchteling. Nederland heeft mij al vier keer eerder op straat gezet.' Met overslaande stem: 'Wat moet ik doen?'

Zij raakt de kern van het probleem: wat moet de Nederlandse staat doen met mensen die zijn uitgeprocedeerd en zeggen niet terug te durven of kunnen? Is het gerechtvaardigd dat de bewijslast bij de vluchteling ligt? Is het fair dat zij geen opvang krijgen? Op 2 juli is hierover een Kamerdebat. Advocaat Fischer verzoekt de rechter toe te staan dat zijn cliënten ten minste tot die datum in de Vluchthaven mogen blijven. De rechter zal daarover oordelen in haar vonnis, volgende week vrijdag.

In de volle zaal steekt Imon Kahn zijn hand op, en vraagt of ook hij iets mag zeggen. Dat mag. De jongen loopt naar voren en zegt in gebrekkig Nederlands: 'Ik heb geen nationaliteit. Ik ben stateloos. Ik heb nachtmerries. Dakloos zijn is moeilijk. Waar moet ik heen?'

Rechter Van Walraven: 'Ik kan geen antwoord geven op uw vraag. Ik ben niet uw adviseur. Ik buig mij alleen over vragen van advocaten. Maar als u probeert te zeggen dat niet iedereen kán terugkeren, dan is mij dat duidelijk.'

undefined

Meer over