Waar is de vijand? (2)

Vijftien jaar is verstreken sinds de eerste stappen voor deelname aan de JSF werden gezet. In die tijd is de wereld ingrijpend veranderd. De regering werkt nu scenario’s uit over de wereld in 2020. Toch is de JSF-order de deur al uit. Merkwaardig.

Martin Sommer

‘Ik ben tegen de JSF. Waar is de vijand?’, zei Frits Bolkestein (VVD) vorige week op deze plaats. Hahaha, lachte Arend Jan Boekestijn (ook VVD), laat naar je kijken, alsof de wereld er zo vreedzaam bijligt. Toch is het niet zo’n gekke vraag. Hoort er bij de koop van zo’n gevechtsapparaat niet een passende tegenstander? Al was het maar omdat er wel 6 miljard euro mee heen gaat.

Generaal
Die tegenstander blijkt er vooralsnog niet te zijn. Generaal Van Uhm zei in De Telegraaf dat de JSF het meest geschikt is om bermbommen te bestrijden in Afghanistan. Dat zal wel, maar daar komt oneerbiedig gezegd een speurhond misschien meer voor in aanmerking.

En voormalig luchtmachtgeneraal Droste vindt dat Nederland het beste materiaal moet hebben. Uiteraard, zou ik ook vinden in zijn positie. Om Bolkesteins vraag iets chiquer te verwoorden: bij welke geopolitieke toestand hoort zo’n JSF eigenlijk?

Die toestand blijkt nog in onderzoek. Sinds in 1995 de eerste stappen zijn gezet om mee te doen aan de JSF, bijna vijftien jaar geleden dus, zijn we de aanschaf van dit toestel ingerommeld.

Veranderd
De wereld is intussen nogal ingrijpend veranderd. Toentertijd waren we net genezen van de new world order van Bush sr. en van het einde van de geschiedenis van Fukuyama. Sindsdien is de wereld een achtbaan geweest, met oorlog in Joegoslavië, Rusland terug op het toneel met Poetin, 11 september, een Irak- & een Afghanistanoorlog, Georgië, Israël en Gaza.

Kortweg: de nieuwe onoverzichtelijkheid.

Geen wonder dat er een Defensiewerkgroep bezig is met wat heet ‘Verkenningen – houvast voor de Krijgsmacht 2020’. Het is een nogal geheim project, onder de paraplu van een handvol ministers. Een groep ambtenaren werkt vier scenario’s uit voor de wereld van morgen.

Assenkruis
Dat gaat volgens een assenkruis. Links op de X-as delen staten ouderwets de lakens uit, naar rechts toe gaat er steeds meer staatsmacht teloor. Op de Y-as is net zo de internationale integratie afgezet. Onderop een zwakke VN en EU, naar boven toe krachtiger internationale instellingen.

Zo krijg je vier kwadranten, van een revival van de natiestaat linksonder, met de klok mee het ‘concert van staten’, vervolgens een mooie internationale wereld met veel VN en Europa, en tot slot zwakke staten én zwakke internationale instellingen – chaos dus.

Bij die scenario’s horen zogeheten profielen – welke defensiepolitiek hoort bij welk toekomstperspectief. Plus bijpassend materieel natuurlijk. Wat het gaat worden, weten we nog niet, maar minister Verhagen van Buitenlandse Zaken onderstreepte vorig najaar in een rede het belang van deze Verkenningen, ‘waarbij we nog eens heel precies kijken wat we nodig hebben en wat het ons gaat kosten’.

Niet klaar
Logische gedachtengang. Niet onbelangrijk in verband met de JSF: die Verkenningen zijn nog niet klaar (ze komen wellicht volgend voorjaar). Maar de order is eigenlijk al de deur uit en iedereen weet dat de koop van testtoestellen betekent dat we eraan vast zitten. Is dat niet merkwaardig: de muziek bestellen, maar nog niet weten of het voor een trouwtje is dan wel
voor een begrafenis?

Hier wreekt zich de Nederlandse traditie van het besluiten zonder te besluiten. Dat scheelt een hoop politiek gedonder. Maar als er geen heldere argumenten zijn, gaan de vanzelfsprekendheden de doorslag geven. Neem nou het artikel van luchtmachtgeneraal b.d. Droste, vorige week in het Financieele Dagblad. Vijf kolommen hosanna over wat de JSF allemaal kan.

Raampje
Van onzichtbaar zijn tot door een wc-raampje schieten. Ik geloof het, maar het is geen antwoord op de vraag wat we met zo’n toestel aanmoeten. Dat komt helemaal aan het eind: de landen die bij de JSF betrokken zijn, hebben allemaal een vooraanstaande luchtmacht en dito luchtvaartindustrie. ‘Nederland hoort daarbij.’ Punt. Waarom eigenlijk, mon général Droste?

Ik kan geen ander argument bedenken dan wat NAVO-chef De Hoop Scheffer laatst in een vraaggesprek te berde bracht. Nederland hoort ‘in het linker rijtje’; wij doen mee met de grote jongens. Dat zie je wel vaker. Van de verkoop van de Nuon tot de privatisering van het openbaar vervoer.

Overhaasting
Nederland is de beste, altijd haantje de voorste. Zelfs bij de opsplitsing van ABN Amro speelde dat sentiment een rol. De praktijk is meestal: overhaasting. Emeritus hoogleraar economie Arie van der Zwan sprak van een competitie met één deelnemer, een soort masochisme. Het hoort bij een klein land dat liefst een middelgroot land wil zijn. Het linker rijtje – dat betekent vooral dat er niet zozeer op de vijand wordt gelet, maar juist op onze vrienden. Vinden ze ons nog wel leuk?

Staten hebben geen vrienden, alleen belangen, placht een andere generaal b.d. te zeggen. Is ons nu op die JSF storten in het Nederlandse belang?

Meer over