Waar het goud blijft

Als Jeroen Trommelen een lijst boven tafel krijgt van eigenaren van Surinaamse goudconsessies, wordt duidelijk waarom die al jarenlang geheim is. Corruptie.

Eerst begrijpen je ogen niet wat je ziet. Het woud lijkt geëffend door een op hol geslagen bulldozer. Bomen liggen als mikadostokjes over afgravingen ter grootte van een klein voetbalveld. Even verderop ligt nog zo'n afgraving, en daarachter weer een. Zo ziet een goudwinningskamp eruit: als een door bommen opengereten heuvelrug in een scène uit Apocalypse Now.


Het was door toeval, dat ik tien jaar geleden op een plek aan het Brokopondomeer in het binnenland van Suriname kwam. Volgens de kaart was daar alleen maagdelijk tropenbos. Gezien vanaf een korjaal - een boot uit een boomstam - op het stuwmeer leek dat ook zo. Maar achter de bosrand veranderde het snel. Daar trok een modderig spoor het bos in, en week na enkele minuten het geluid van zangvogels voor dat van ronkende dieselaggregaten.


Zo'n kamp is een ecologische ravage. In de kuilen kolkt witgroen water en in de vers afgegraven gaten waden ploegjes van vier of vijf Braziliaanse en Surinaamse werkers door de modder. De mannen lachen en maken grappen. Waar je ook kijkt gonst het van de activiteit. Even verderop is een dorp met houten huisjes, bars en bordelen waar de Spice Girls over de veranda schallen. Paraboolantenne's pikken Braziliaanse satellietzenders uit de lucht.


Hun kamp is er één van de vele tientallen, vertellen de goudwerkers. Over hun verdiensten blijven ze vaag, maar zo te zien zijn die uitstekend. Al is het maar omdat deze operatie volledig illegaal is. Niemand betaalt belasting en niemand houdt toezicht. Voor elke kilo goud die hier wordt gewonnen, verdwijnt zo'n anderhalve kilo kwik in het milieu.


Porknokkers

Dan, tien jaar geleden, is de wereldgoudprijs 300 dollar per troyounce (28,35 gram). Kennelijk genoeg om tientallen succesvolle goudoperaties te doen draaien in het Surinaamse bos. In de jaren erop stijgt die prijs tot ruim 1.600 dollar en inmiddels is hij mogelijk op weg naar de 2.000. Na de beurscrisis, de bankencrisis, de Arabische crisis en de eurocrisis - of juist vanwege al die crises - blijft de goudprijs het ene na het andere record breken.


En dat is te merken. Anderhalf jaar geleden vertrok ik voor een jaar naar Suriname om de huidige goudkoorts op te meten, en daarvoor hoef je tegenwoordig nauwelijks nog het binnenland in. Op anderhalf uur rijden van Paramaribo beginnen de eerste goudputten pal langs de snelweg. Voorheen bescheiden dorpen als Brownsweg, Brokopondo, Marchallkreek, Nieuw-koffiekamp, Klaaskreek en Maripaston worden omringd door honderden kampen op tientallen, haastig ingerichte goudvelden, die er even chaotisch uitzien als het veld dat ik tien jaar geleden in het binnenland zag. In plaats van de Spice Girls klinkt er nu swingende Surinaamse zouk.


Bij deze crisis trekt Suriname nu eens aan het langste eind. Goud wedijvert met olie als de belangrijkste inkomstenbron voor het land. De goudindustrie is na de overheid de grootste bron van werkgelegenheid. De oogst van 31 duizend kilo goud die in 2011 Suriname verliet, was op de wereldmarkt 1.550.000.000 Amerikaanse dollar waard; ruim anderhalf miljard.


Hoera voor de Surinaamse economie. Maar wat betekent het voor de goudgravers in het tropenbos, en voor het bos zelf? Wie verdient er het meest aan het geploeter van de porknokkers (Surinaams voor goudzoeker) en garimpeiros (Braziliaans) in hun kuilen vol witgroen water? Dat zijn lastige vragen, zeker in Suriname, waar de goudsector van oudsher omgeven is door extreme geheimzinnigheid.


Een handvol cijfers en feiten is bekend. In het land wordt één industriële goudmijn geëxploiteerd door het Canadese bedrijf Iamgold. Dat haalde in 2011 zo'n 12 duizend kilo goud uit de bodem, waarvoor 164,4 miljoen Amerikaanse dollar aan royalty en belastingen werd betaald. Maar dat zegt weinig over de goudindustrie in Suriname. In de rest van het binnenland is de situatie schimmig. Een groter deel van het goud - 19 duizend kilo - wordt door 30 duizend kleine goudzoekers uit tientallen privégoudmijnen gehaald. Toch verdient de schatkist daaraan veel minder: 16,5 miljoen dollar royalty.


Brunswijk

De privésector haalt dus veel méér goud uit de grond en geeft daar slechts een tiende voor terug vergeleken met een goed gecontroleerde multinational. Waar blijft de rest? Waar is het geld? De Surinaamse burger moet daar naar raden. De lijst eigenaren van goudconcessies wordt in Suriname gekoesterd als staatsgeheim. Dat was al zo onder de regering-Venetiaan, die van 1991 tot 2010 regeerde, en is onder de regering-Bouterse niet veranderd. Zelfs de kaart die aangeeft waar de goudconcessies liggen, is niet openbaar.


Gerold Dompig is een man die alles weet over de goudsector. Maar hij mag er weinig over zeggen. Sinds twee jaar heeft deze oud-politieman de dagelijkse leiding over een commissie die president Desi Bouterse in het leven heeft geroepen om de goudsector te ordenen. Zelf zou hij het wel willen, maar politici worden zenuwachtig van het idee dat de namen van mijneigenaren bekend worden gemaakt, legt hij uit. 'Goudeigenaren, exporteurs, beheerders en dat dwars door alle partijen in de coalitie en daarbuiten. Iedereen is bezig met goud. Het is makkelijker om te zeggen wie níét bezig is. Het is ook bekend van de president zelf. Zijn eigen partij zegt dat hij belangen heeft bij goudbedrijven. Ik vind dat op zich prima.'


Het is 'de corruptie' die de transparantie tegenhoudt, zegt hij onomwonden. Maar vooralsnog legt hij zich daarbij neer. Namen zullen we van Dompig niet horen.


Maanden kost het, om de lijst toch boven tafel te krijgen. Dan wordt duidelijk waarom openbaarheid gevoelig ligt. De elite van de Surinaamse goudwereld is verrassend klein. Ruim vijfentwintig concessies waar goud mag worden gewonnen, zijn in handen van slecht dertien bedrijven of personen. Nog eens zestig onderzoeksconcessies zijn te herleiden tot zo'n twintig bedrijven, vaak dezelfden als in het eerste lijstje.


De lijst die ik in de zomer 2012 krijg toegespeeld, stamt uit de eerste maand van 2011. Op dat moment is de regering-Bouterse een half jaar aan de macht. De nieuwe minister van Natuurlijke Hulpbronnen Jim Hok verleent op 2 december 2010 zijn eerste exploitatievergunning. Op 28 december begint het feest voor Ronnie Brunswijk; voormalig rebellenleider en fel politiek tegenstander van Desi Bouterse. Hij heeft al vier concessies en de nieuwe minister schenkt hem er drie bij, waaronder de exploratierechten voor ruim 7.000 hectare op de linkeroever van de Marowijnerivier.


Zes maanden daarvóór tekende Brunswijk een akkoord met Desi Bouterse dat de weg opende voor de nieuwe meerderheidsregering die in augustus is geïnstalleerd. Misschien zien we hier een deel van de terugbetaling. Een goede goudconcessie kan in korte tijd veel geld opleveren: 25 kilo is goed voor één miljoen euro. Brunswijk is de enige actieve politicus op de lijst. Veel andere eigenaren hebben wel nauwe banden met de politiek. Alle partijen zijn vertegenwoordigd, hoewel de meeste lijnen lopen naar de Nationaal Democratische Partij; de partij van president Bouterse.


De namen van president zelf en diens zoon Dino staan er niet op. Ze zijn van niets oprichter, directeur of eigenaar. Maar dat zegt niet alles: zelfs Gerold Dompig van de presidentiële goudcommissie erkent dat de familie belangen heeft in de goudwereld. Alleen staan die nergens op papier. Zo werkt zoon Dino Bouterse onder meer als 'manager' bij Sarafina Holding, een van de middelgrote goudbedrijven. Dat heeft, zo blijkt verder uit mijn onderzoek, tussen 1999 en 2010 nauwelijks inkomstenbelasting betaald.


Een andere belanghebbende die eruit springt is de familie van de veroordeelde xtc-producent Hans Jannasch, een oud-militair en NDP'er aan wie de partijclan trouw bleef. Het familiebedrijf bezit vijf goudconcessies. Ook in goudbedrijf Nana Resources komen veel lijnen samen. Eigenaar Henk Naarendorp combineert zijn directeurschap met het voorzitterschap van de Kamer van Koophandel en Fabrieken en het lidmaatschap van de presidentiële commissie Goudordening. Daar zit hij naast zijn zus Ellen Naarendorp, actief lid van de NDP.


Corruptie

Over hoe goudvergunningen worden uitgegeven vertelt Bernard Paansa een ontnuchterend verhaal. Hij is chef exploratie en geologie bij de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst, die de vergunningen verleent. Formeel moeten aanvragers voldoen aan allerlei voorwaarden, zegt hij. Zo is er de verplichting om geologisch onderzoek te doen. Maar ja.. 'Wij zijn een klein land. Soms weet je dat de politiek om bepaalde redenen anders zou willen beslissen. Misschien heeft de minister zijn politieke beïnvloeding gehad. In zo'n geval krijgt die persoon dus toch het recht.'


Is dat corruptie? Misschien wel. Maar, zegt hij: al die kleine gouddelvers hebben wel geholpen om Suriname in moeilijke economische tijden overeind te houden. De werkgelegenheid in het goud en de economische spin-off daarvan is enorm. 'Bijna iedereen in Suriname heeft een familielid of relatie die er in werkt. De sector heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt die niet voor iedereen zichtbaar is.'


ONDERZOEKSJOURNALISTIEK


GOWTU, KLOPJACHT OP HET SURINAAMSE GOUD VAN VOLKSKRANT-JOURNALIST JEROEN TROMMELEN VERSCHIJNT KOMENDE WEEK BIJ CONSERVE. HET ONDERZOEK ERVOOR IS MEDE TOT STAND GEKOMEN MET STEUN VAN HET FONDS VOOR BIJZONDERE JOURNALISTIEKE PROJECTEN.


NATUUR VERNIELD: WIE MOET JE BELLEN?

De milieu- en natuurbeweging keek machteloos toe bij de explosie van goudactiviteiten die grote delen van het Surinaamse bos vernielde en minstens 400 duizend kilo kwik in het milieu bracht. Een schrijnend voorbeeld is de vernietiging van natuurpark Brownsberg; een sinds 1969 beschermd reservaat met 40 soorten orchideeën, 350 vogelsoorten en alle acht Surinaamse apensoorten. De bescherming daarvan wordt sinds 1999 financieel mogelijk gemaakt door de lokale afdeling van het Wereldnatuurfonds: WWF Guianas. Vanaf datzelfde jaar trekken echter ook de goudzoekers het natuurpark binnen. Pas in 2012 komt WWF Guianas er publiekelijk tegen in actie. Natuurorganisaties willen in Suriname niet te veel aanstoot geven; het WWF heeft er een diplomatieke status. Dat is makkelijk voor de contacten met politici, wordt uitgelegd, maar ook reden om openlijke kritiek op een goudschaaltje te wegen. Geen enkele Surinaamse natuurorganisatie heeft openlijk alarm geslagen over de teloorgang van Brownsberg. Ook voor Annette Tjon Sie Fat, directeur van Conservation International Suriname, kwam die niet als een verrassing, zegt ze. Maar er was niets aan te doen. 'Wie moet je bellen? Dat is in Suriname het probleem.'

Meer over