WAAR BLIJFT DE FLEX-OVERHEID?

DE BELANGSTELLING van de media voor de discussiebijeenkomst over 'blijvende baanvaardigheid' (employability) die door minister Wijers was georganiseerd, was groter dan die uit het bedrijfsleven....

Dat beleid moet er enerzijds uit bestaan mensen te motiveren om levenslang te blijven leren, en anderzijds om de samenleving als geheel net zo flexibel te maken als men van de werknemer eist. Helaas krijgt het eerste alle aandacht en het tweede veel minder.

De samenleving is een zeer complex geheel van allerlei relaties tussen mensen en instituties. Die relaties zijn wederkerig. Dat betekent dat ze op elkaar moeten zijn afgestemd. Het heeft bijvoorbeeld geen zin van allochtonen te eisen dat ze Nederlands leren als er tegelijkertijd onvoldoende faciliteiten zijn om dat te doen. De samenleving is vergelijkbaar met een gecompliceerd levend organisme. Als een orgaan van zo'n organisme niet langer functioneert op een manier die is afgestemd op het functioneren van alle andere organen, is het organisme ziek.

Kennis veroudert steeds sneller. In het bedrijfsleven heeft zich een enorme versnelling voorgedaan in ontwikkeling, vervaardiging, introductie en distributie van producten. De ontwikkelingen in telecommunicatie en informatievoorziening accelereren nog steeds. Het is vooral die tempoversnelling in onze cultuur die het noodzakelijk maakt dat werknemers levenslang zullen moeten leren om baanvaardig te blijven.

Maar die versnelling zou natuurlijk ook moeten plaatsvinden in het hele bestuurlijke en ambtelijke circuit in Nederland. Daar is geen sprake van. De bestuursvaardigheid, wel te onderscheiden van besluitvaardigheid, is er niet groter op geworden. Integendeel. Voor er een besluit over een belangrijke zaak genomen wordt, moeten er tijdverslindende procedures doorlopen worden - en voor een genomen besluit kan worden uitgevoerd opnieuw.

En hoe zit het eigenlijk met de employability van de ambtenaar? Welke veranderingen in het arbeidsvoorwaardenpakket van de ambtenaren zijn er in de afgelopen tien jaar tot stand gekomen die hun inzetbaarheid heeft vergroot? Dezelfde vraag kan worden gesteld over de dienstverlening van de overheden. Hoeveel gemeenten hebben de openingstijden van gemeentelijke diensten aangepast aan de groei van het aantal tweeverdieners?

Maar er is veel meer. Neem het tempo van onze rechtspraak. Die is, uitzonderingen daargelaten, archaïsch. Als je in Nederland per ongeluk in handen raakt van de rechtsprekende bureaucratie, dan wordt het tempo van de procesgang bepaald door de traagste partij, en dat is niet zelden de rechterlijke macht zelf. Aan de employability daarvan is heel, heel, heel veel te verbeteren.

Ten slotte de sector die een cruciale rol moet vervullen bij het vergroten van de baanvaardigheid van de beroepsbevolking: het onderwijs. Illustratief voor de naar binnen gerichtheid van de onderwijswereld vond ik de volgende zin in het verkiezingsprogramma van de PvdA: 'De PvdA vindt dat de onderwijsinstellingen en de professionals die daarbinnen werkzaam zijn de glans en uitstraling verdienen die bij hun maatschappelijke betekenis past.' Die glans en uitstraling hoeft dus niet verdiend te worden, die moet ze gegeven worden.

De noodzakelijke aanpassing van ons onderwijs vereist een paar fundamentele ingrepen. In de eerste plaats moet er veel meer prioriteit worden gegeven aan het basisonderwijs, omdat achterstanden die daar worden opgelopen nooit meer worden ingehaald. Deze prioriteit is alleen al noodzakelijk om te voorkomen dat achterstelling steeds meer geassocieerd wordt met allochtonen.

In de tweede plaats zal de financiering van het onderwijs, met name van het hoger onderwijs, voor een groot deel moeten worden verlegd van de aanbodzijde van het onderwijs naar de vraagzijde. De invoering van een 'vouchersysteem', het verlenen van onderwijsrechten aan burgers, die zij onder voorwaarden naar believen kunnen uitoefenen, is daarvoor een geschikt middel. Op die manier worden onderwijsinstellingen gedwongen marktconform onderwijs te bieden.

In de derde plaats moeten onderwijsinstellingen - vooral universiteiten - hun monopolie op het verstrekken van diploma's verliezen. De invoering van een staatsexamen voor alle universitaire studierichtingen zou de weg openen voor concurrentie van bijvoorbeeld buitenlandse universiteiten in Nederland. En concurrentie is iets dat universiteiten hard nodig hebben.

Minister Wijers heeft er goed aan gedaan de flexibilisering van de arbeidsmarkt op de agenda te zetten. Wanneer neemt het kabinet eens het initiatief voor een actieprogramma om de flexibiliteit van de gehele collectieve sector te vergroten?

Meer over