Waar afval eigenlijk niet bestaat

Van Gansewinkel was een gewone afvalverwerker, werd vaandeldrager van het hergebruik,en blijft hetzelfde - voor zover nieuwe ontwikkelingen dat tenminste toelaten.

Bedrijf: Van Gansewinkel

Waar: Eindhoven

Sinds: 1964

Aantal werknemers: 6.500

Jaaromzet: 1,2 miljard euro

Het moet een van de spectaculairste gedaanteverwisselingen zijn die een Nederlands bedrijf heeft ondergaan, de laatste jaren. Van Gansewinkel, de grootste vuilnisman van het land, vond zichzelf ineens opnieuw uit als energie- en grondstoffenleverancier. Van een roemloze positie als rommelophaler naar een belangrijke rol als oplosser van de materialenschaarste: Van Gansewinkel is in korte tijd in Nederland de hippe vaandeldrager geworden van de zogeheten circulaire economie.

Het moet ook een van de spectaculairste botsingen zijn die in de top van een Nederlands bedrijf zijn voorgevallen, de laatste tijd. Van Gansewinkel verloor de afgelopen maanden zijn hoogste baas, diens operationele rechterhand, en, afgelopen week, twee commissarissen, na een ruzie met de eigenaren over de richting en de zeggenschap. Van Gansewinkel is daarmee in Nederland een van de prominentste strijdperken geworden van private equity, de zogeheten sprinkhanen van de economie.

Wat nu? Wat betekent het een voor het ander?

De betrokkenen vinden het nog te vroeg om te praten. Het enige wat de nieuwe bestuursvoorzitter, Cees van Gent, op dit moment laat weten is dat ook hij, ondanks zijn imago als harde saneerder, niets wil veranderen aan de koers van het bedrijf. 'De visie en strategie van de onderneming staan als een huis', zegt hij. 'De businesscase grondstoffenschaarste is en blijft de koers voor de onderneming. Profit en planet komen hier samen. We werken nu aan het verder operationaliseren van de strategie en visie.'

Het afvalbedrijf, dat in 1964 in het Brabantse Maarheeze werd opgericht door Leo van Gansewinkel, werd in 2007 voor driekwart van de familie gekocht door de opkoopfondsen CVC en KKR, investeringsfirma's die ook wel sprinkhanen of roofridders van het kapitalisme worden genoemd (KKR werd vereeuwigd in de klassieker Barbaren aan de poort, een reconstructie van de grootste buy-out van de jaren tachtig).

De twee nieuwe eigenaren lieten Van Gansewinkel meteen fuseren met hun aankoop van een jaar daarvoor, het Afvalverwerkingsbedrijf Rijnmond (AVR), de naam van een grote verbrandingsoven bij Rotterdam. 'De nieuwe organisatie wordt een volledig geïntegreerd afvalverwerkingsbedrijf, dat de hele afvalketen beslaat van ophalen tot recycling', schreven de nieuwe eigenaren tevreden. De zittende baas bleef zitten: Ruud Sondag, een jurist die al sinds 1997 bij Van Gansewinkel werkte en daar sinds 2001 de scepter zwaaide.

Groen

Sondag ontpopte zich steeds meer als de groene inspirator van het bedrijf. Loop over een van de meer dan honderd inzamelterreinen, en zie daar de hopen papier, metalen, molybdeen, plastic en hout, de bakken met frituurvet en andere olie, waar nieuwe dossiermappen, koffiezetapparaten en biodiesel van worden gemaakt: het drie jaar geleden bedachte credo 'Afval bestaat niet' blijft niet bij woorden alleen. Hout wordt spaanplaat, bouwafval wordt fundering, verf wordt gedestilleerd tot ethanol. Van al het afval dat het bedrijf ophaalt krijgt 60 procent een tweede leven als grondstof, en wordt 35 procent verbrand. Ruim de helft van de energie die vrijkomt bij de verbranding geldt als groen.

Sondag verscheen de laatste jaren overal op conferenties als voorman van het kringloopdenken, dat inmiddels cradle-to-cradle was gaan heten. Van Gansewinkel ging steeds meer in producten denken, in plaats van alleen in grove afvalstromen, en probeerde zelf het goede voorbeeld te geven, met cradle-to-cradlepapier, cradle-to-cradlekantoorprullenbakken en cradle-to-cradle-uniformen voor het personeel.

'Van Gansewinkel Inside' werd een soort keurmerk. Het bedrijf gaat steeds vaker direct met fabrikanten om de tafel zitten om te bedenken hoe producten zo ontworpen kunnen worden dat ze later gerecyled kunnen worden. Van Gansewinkel zamelt de oude producten van de klanten in en scheidt en zuivert de grondstoffen, zodat ze weer ingebracht kunnen worden in het productieproces. Met Philips wordt zo de nieuwe Senseo-behuizing bedacht (gemaakt van oude koelkasten), voor lichtmastenfabrikant Valmont worden oude lantaarnpalen verwerkt. Urban mining wordt het genoemd.

Het idee klopte helemaal - alleen zakelijk niet. De gedachte was, en is, dat grondstoffen door de schaarste steeds meer waard worden. Dat is ook zo, in grote lijnen, maar voor de verwerking van afval gelden ook voor elke tussenstap de wetten van vraag en aanbod - tussenstappen die de prijzen, heel paradoxaal, juist hebben doen kelderen.

Te weinig afval

Belangrijkste factor is de overcapaciteit. Er zijn in Nederland te veel verbrandingsovens voor de afvalstroom, die door de economische crisis ook nog eens kleiner is geworden. Er is, kortom, te weinig afval voor te veel verwerkers. Iedereen vecht om het te mogen hebben - en dus verdient een verbrandingsinstallatie nog maar 50 euro per ton in plaats van 100 euro per ton. Van Gansewinkel haalt nu afval uit Engeland en Italië om zijn ovens hier gevuld te krijgen. En recycle-installaties hebben het zwaar, omdat verbranding zo goedkoop is.

Daar hadden KKR en CVC geen rekening mee gehouden, toen ze Van Gansewinkel en AVR vijf jaar geleden voor in totaal 2,2 miljard euro kochten. Nu kunnen ze hun investering niet gemakkelijk doorverkopen - hun gebruikelijke werkwijze, waarmee ze normaal gesproken winsten van tientallen of honderden procenten maken. Een beursgang is voorlopig niet aan de orde, en dus blijven ze reorganiseren om het bedrijf winstgevend te krijgen.

De belangrijkste oorzaak van het verlies van Van Gansewinkel (vorig jaar 25 miljoen euro) is echter niet het lage afvaltarief, maar de hoge rentekosten die het bedrijf moet opbrengen voor zijn eigen overname. KKR en CVC hebben die som als schuld geparkeerd bij het overgenomen bedrijf zelf - zoals bij dit soort opkoopfondsen gebruikelijk is. Vorig jaar was Van Gansewinkel ruim 100 miljoen euro aan rente kwijt.

In 2014 en 2015 moet Van Gansewinkel in totaal zo'n 1,4 miljard euro aan schuld aflossen. Het bedrijf heeft onderhandeld met de banken om uitstel te bedingen, wat alleen tegen een hogere rente lukt. En dus moet het bedrijf verder bezuinigen, dit keer op de inzameling van afval (de vuilnismannen). Een woordvoerder noemt 'de marktomstandigheden' als reden.

Voor Sondag was het genoeg: hij wilde niet bezuinigen, maar wilde een exit. Een beursgang, ook in de huidige economische omstandigheden, zou het bedrijf van zijn schuldmolensteen bevrijden. Die komt er dus niet. Ook de twee onafhankelijke toezichthoudende commissarissen - Peter Berdowksi (topman Boskalis) en Carel van den Driest (oud-topman Vopak), die er voornamelijk voor het personeel zat - gooien het bijltje erbij neer. Inmiddels is een nieuwe president-commissaris benoemd, Adri Baan (topman Dockwise), en zullen er nog twee vervangers komen van Berdowski en Van den Driest. Maar aangezien de stemmen van de twee commissarissen van KKR en CVC dubbel tellen, houden die het laatste woord.

Bronnen bij Van Gansewinkel bevestigen de officiële lezing dat de strategie van het bedrijf inderdaad niet zal veranderen, met de nieuwe man aan het roer. Maar of er nog geld is voor nieuwe investeringen in de 'circulaire economie' is de vraag.

undefined

Meer over