W.F. Hermans' gevecht in het muizenhol Nederland

Nederland. Dat was voor W.F. Hermans (1921-1995) het onderwerp waarbij hij de mondhoeken nog iets misprijzender neerwaarts trok, of in een honende schaterlach losbarstte....

Aleid Truijens

Hij was er nooit op zijn plaats. Niet in Amsterdam-West, op school tussen de treiterige arbeiderskinderen, niet bij de rijkeluisjeugd van het Barlaeus-gymnasium, niet tussen de kleingeestige wetenschappers met minachting voor de literatuur, en niet onder literaire warhoofden die blind waren voor 'de feiten'. Verbitterd ontvluchtte hij in 1973 het land dat zijn schrijvers niet eerde en wetenschappers wegpestte, en vestigde zich in Parijs.

W.F. Hermans was een volmaakt Hermans-personage. Al zijn illusies liepen uit op een fiasco; geluk en succes dienden zich nooit aan op het juiste moment. Hij krijgt, als altijd, weer gelijk. Nooit hielden zoveel toegewijde en vakkundige mensen zich met zijn werk bezig als nu, acht jaar na zijn dood.

Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis in Leiden, werkt aan de eerste serieuze Hermans-biografie, Annemarie Kets en Peter Kegel bereiden op het Constantijn Huygens Instituut de uitgave van de Volledige Werken voor. In Duitsland is de vertaling van De Donkere kamer van Damokles een groot succes. Bij uitgeverij Van Oorschot verschijnt binnenkort de correspondentie tussen Hermans en Geert van Oorschot - de vriendschap tussen die twee explosieve ego's eindigde uiteraard in ruzie -, bezorgd door Nop Maas. En vandaag wordt in de Koninklijke Bibliotheek Muizenhol - Nederland volgens Willem Frederik Hermans gepresenteerd (Van Oorschot; euro 17,50), een bundel beschouwingen van Ronald Havenaar over Hermans' eindeloze reeks aanvaringen met de inwoners van het benepen muizenhol Nederland, dat door hem met militaire precisie werd uitgerookt.

Haat was de motor voor Hermans' werk. Havenaar betoogt dat het bij uitstek de haat jegens zijn vaderland was die hem inspireerde, als romanschrijver en polemist. De lange reeks conflicten die hij oprakelt is weliswaar bekend, en de haatdragende passages uit zijn romans uiteraard ook, maar het is aardig om het nog eens allemaal te lezen: de rechtzaak naar aanleiding van Ik heb altijd gelijk, waarin hij het katholieke volksdeel beledigd zou hebben, de Weinreb-affaire - waarin Hermans zijn gelijk haalde op Renate Rubinstein en Aad Nuis, maar excuses bleven uit -, het slepende conflict met de Groningse universiteit - ook hier bleken de beschuldigingen onterecht, maar excuses bleven uit, en hij vertrok met een Groninger koek als afscheidsgeschenk. Dieptepunt was het verbod, in 1986, om zijn geboortestad te bezoeken, omdat hij in Zuid-Afrika lezingen had gehouden. Zo bizar had zelfs de romanschrijver het niet kunnen verzinnen.

'Hermans is een van de beste schrijvers van Nederland', schrijft Havenaar aan het eind van zijn boek, 'doordat hij een van de beste schrijvers over Nederland is.' Daar is biograaf Willem Otterspeer, die vanmiddag bij de presentatie van het boek zal spreken, het deels mee eens - 'Hermans zat met al zijn vezels vast aan Nederland' -, maar hij tekent daarbij aan dat Hermans' thematiek beslist niet beperkt Nederlands is. 'Die is tijdloos en universeel. Onder professoren speelt in Groningen, maar iedereen kan het overal lezen; het is een roman over onmacht.'

Otterspeer heeft de beschikking over het archief van Hermans. Twee dagen per week duikt hij onder in de vijftig jaar correspondentie, op dertig strekkende meters plank. 'Dat is geweldig. Bijzonder is dat de brieven van hem en aan hem zijn bewaard, want Hermans maakte altijd een doorslag van zijn brieven. Daarbij komt dat hij zichzelf te belangrijk vond om te veinzen, om onwelgevallige dingen weg te gooien. Hij was daarin rigoureus eerlijk.'

Deze zomer vertrekt Otterspeer voor een halfjaar naar de Verenigde Staten, waar hij zal doceren aan de universiteit van Harvard. Als hij terugkomt, zal hij zich vrijwel volledig aan de biografie kunnen wijden. 'Je moet doordesemd raken van dat werk, dan pas kom je in het verhaal dat je wilt schrijven.' Het moet 'een analytisch boek' worden, met een hanteerbare omvang, vindt Otterspeer, geen turf waarin de onbenulligste details zijn opgenomen. 'Geen dubbeldekker, maar een leesbaar boek van zo'n zeshonderd pagina's. Een biografie moet in dienst staan van de lectuur. Dat werk van Hermans is als je het nu leest nog kakelvers.'

In 2005, misschien 2006, zal de biografie verschijnen. Tegen die tijd zullen ook de eerste delen gepubliceerd zijn van de Volledige Werken. De twee editeurs zijn met deze titanenklus 'al aardig op streek', zegt Annemarie Kets. Zij zullen bij 65 afzonderlijke uitgaven nawoorden schrijven, waarin de ontstaansgeschiedenis van elk boek wordt verteld. Ook zij is blij daarbij te kunnen putten uit de rijkdom van het Hermans-archief.

Dat ook Kets in het verleden een pijnlijke aanvaring heeft gehad met Hermans - een typisch geval van Hermans-ironie - staat het plezier in haar werk niet in de weg. 'Ach, dat is zo lang geleden. Ik heb ooit Hermans' editie van Multatuli's Max Havelaar kritisch besproken. Tja, dat viel natuurlijk niet goed. Vervolgens heb ik zelf een Havelaar-editie gemaakt en toen nam Hermans mij natuurlijk te grazen. Maar dat is nu geen punt meer. Het is zo'n schitterend oeuvre. Dat is waar het om moet gaan.'

Meer over