Analyse

Vuurwerkverbod tijdens jaarwisseling lijkt geen echte verlichting voor de zorg, ‘drank en drugs zijn groter probleem’

Oudejaarsavond in Amsterdam verliep vorig jaar erg rustig door de combinatie van het vuurwerkverbod en de coronamaatregelen.  Beeld ANP
Oudejaarsavond in Amsterdam verliep vorig jaar erg rustig door de combinatie van het vuurwerkverbod en de coronamaatregelen.Beeld ANP

Het kabinet kiest er toch voor om een vuurwerkverbod in te stellen. Daarmee wil het de zorg ontlasten. Maar maakt dat echt uit? ‘Drank en drugs zijn een veel grotere belasting van de zorg.’

Dylan van Bekkum

Dat er nu toch een vuurwerkverbod komt is een politiek besluit, zo vindt het Outbreak Management Team (OMT). Het weigerde vorige week het kabinet te adviseren over de effecten van een vuurwerkverbod. De juiste data om dat advies te geven, ontbreken. Daar is dus een apart onderzoek voor nodig, zo valt te lezen in het OMT-advies van 11 november.

Zonder advies wilde het kabinet zich in eerste instantie niet aan een vuurwerkverbod wagen, meldden verscheidene media donderdag. Dat was opmerkelijk, aangezien het kabinet vorig jaar, op 13 november, wél besloot over te gaan tot een vuurwerkverbod om de zorg en de handhavers te ontlasten. In de OMT-adviezen voorafgaand aan dat besluit werd eveneens met geen woord over een vuurwerkverbod gerept. Een woordvoerder van het RIVM laat weten zich ook niet te kunnen heugen dat het OMT destijds een advies heeft uitgebracht over het effect van een vuurwerkverbod.

Ic-bedden

Het vuurwerkverbod van vorig jaar kan een succes worden genoemd. Slechts vierhonderd mensen liepen vuurwerkletsel op, en dat was 70 procent minder dan in 2019.

OMT-lid Ernst Kuipers zei maandag in de Kamer dat de vuurwerkslachtoffers geen grote belasting vormen voor de zorg. Daarbij moet worden aangemerkt dat Kuipers spreekt als voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg en vooral over de beschikbare ic-bedden gaat. En inderdaad: een vuurwerkverbod is geen hamer die het virus platslaat en die bedden leeg houdt.

‘De invloed op de ic is heel gering’, zegt ook Armand Girbes, ic-hoofd van het Amsterdam UMC. ‘Het is heel zeldzaam dat iemand door vuurwerk op de ic terechtkomt. Wel zijn de operatiekamers eerder vol.’

‘Maar bij verpleegkundigen staat het water tot de lippen’, zei Stella Salden van zorgvakbond NU’91 vrijdagochtend op Radio 1. Zij sloot zich net als artsenvereniging KNMG aan bij de burgemeesters die donderdagavond het kabinet maanden toch met een landelijk vuurwerkverbod te komen.

Symboolpolitiek

De druk die vuurwerkslachtoffers leggen op de zorg, komt vooral terecht op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen en bij huisartsen. Waar heel Nederland jaarlijks de nacht van 31 december doorbrengt met champagne, oliebollen en natuurlijk vuurwerk, is de jaarwisseling op de spoedeisende hulp een van de drukste dagen van het jaar.

‘Bovendien is er bij vuurwerkslachtoffers ook allerlei nazorg nodig, die we op dit moment niet kunnen leveren’, aldus Salden op Radio 1. Dat heeft vooral te maken met het grote tekort aan verpleegkundigen in Nederland. Het afgelopen jaar stonden zij al onder hoogspanning op de spoedeisende hulpafdelingen en ic’s en gezien de oplopende besmettingscijfers is het met die werkdruk voorlopig nog niet gedaan. Oudejaarsavond is een extra bron van stress die de zorgsector er niet ook nog bij kan hebben.

De discussie omtrent het vuurwerkverbod klinkt David Baden een beetje als symboolpolitiek in de oren. Baden is arts op de spoedeisendehulpafdeling van het Diakonessenhuis in Utrecht, en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulpartsen. ‘Elk klein beetje helpt, maar het leidt af van het daadwerkelijke probleem. Namelijk dat de druk op de acute zorg nu al veel te hoog is. Elke dag, niet alleen tijdens de jaarwisseling. Een vuurwerkverbod verandert dat niet.’

Bovendien garandeert een vuurwerkverbod geen rustige avond op de spoedeisende hulp, denkt Baden. Nederland gaat tegelijkertijd aan de drank en drinkt daarbij vaak nog meer dan normaal. ‘Drank en drugs zijn een veel grotere belasting op de spoedeisende afdeling.’

Meer over