Vuurvliegjes in de nacht van het geheugen

ER ZIT een enigszins ouderwets soort humanisme in de romans en verhalen van Patrick Modiano. De mensen die hij door middel van zijn boeken onze gezichtskring laat binnenwandelen zijn nooit speciaal, zomin als hun geschiedenissen ooit erg spectaculair zijn....

Vermoedelijk is daarom de titel van zijn eervorige boek de meest karakteristieke, Uit verre vergetelheid. In die roman gebeurt wat de titel belooft: in een uithoek van het geheugen staat ineens iemand op die daar al vele jaren onopgemerkt heeft liggen rusten. De aanleiding is onnozel en toevallig. Haar - het zijn veelal vrouwen bij Modiano - bijna geheel verbleekte aanwezigheid in het mentale archief van de verteller verandert in een lichtvlekje in het duister. Wie verworden was tot niet meer dan een visitekaartje van een inmiddels vergeten ontmoeting en een onbekend geworden eigenaar, krijgt geleidelijk haar geschiedenis, haar persoonlijkheid en uniciteit terug.

In Modiano's vorige boek, Dora Bruder, begint het verhaal met een advertentie in de rubriek 'Oproepen' in de krant. Een naam, meer is er niet. Er moeten er duizenden van zijn gepasseerd in de loop van vele jaren kranten lezen, handen geven en visitekaartjes uitwisselen. Deze ene intrigeert de verteller en uit wat niet meer is dan een naam bouwt Modiano geleidelijk aan een geschiedenis, een levensverhaal, met weliswaar veel lacunes erin, maar ook met een ondertoon van mededogen en plichtsbesef. Haar naam, die leek uitgewist door de geschiedenis, wordt aan de vergetelheid ontrukt, haar verhaal, zo verkruimeld en onvolledig als het is, verdient het kennelijk te worden gered. Het doet denken aan het werk van die beeldend kunstenaars die een fotowand inrichtten met portretten van holocaust-slachtoffers, of een reeks geschiedenissen lieten vertellen in een 'memory-project'.

In dat mededogen en plichtsbesef schuilt Modiano's humanisme - en er gaat een zekere wanhoop in schuil. Zoals de Allerhoogste de namen van al zijn mensenkinderen in de palm van zijn hand noteerde en er in het christelijke idee van de wederopstanding des vlezes eenzelfde drang zit alle menselijke geschiedenissen te redden van de vergetelheid, zo demonstreren Modiano en de wijze waarop hij te werk gaat de behoefte te redden wat er te redden valt, de uniciteit van het individu te behouden door zijn verhaal op te tekenen.

Hij gaat daar ver in. Des Inconnues heet zijn nieuwste boek, en het bestaat uit drie verhalen van naamloze meisjes. Zoals er in het negentiende-eeuwse Parijs met enige regelmaat lichamen van jonge vrouwen uit de Seine werden gevist die 'les inconnues de la Seine' werden genoemd, meisjes waarvan niemand wist welk bedroevend lot hen getroffen had - onbeantwoorde liefde? mésaillance? ongewenste zwangerschap? -, zo geeft de rivier van de vergetelheid enkele van haar slachtoffers prijs aan Modiano. Ze lichten als vuurvliegjes op in ons bewustzijn.

Even wandelen ze onze huiskamer en ons hoofd binnen, onopgesmukt en zonder pretenties, alsof ze zelf wel weten dat ze er bijna niet toe doen, alsof ze beseffen dat wij ze zullen passeren en ze niet alleen subiet zullen vergeten, maar ze zelfs nauwelijks opmerken. Het effect is uiteraard precies het tegenovergestelde: juist doordat we zo weinig van hen aan de weet komen en ze hoegenaamd niet leren kennen, nestelen ze zich in ons geheugen.

Als die onvergelijkelijk mooie dichtregel van Maurice Gilliams, 'Gij proeft de weemoed niet van een dun Frans boek', op één type boeken, op één Franse schrijver van toepassing moet worden verklaard, dan is het wel op de boeken van Modiano. In Des Inconnues is die weemoed opnieuw ruimschoots voorhanden. Een meisje uit Lyon verlaat huis en haard om in Parijs het geluk te vinden. Haar geschiedenis, of liever gezegd: de wijze waarop die ontstaat, is een demonstratie van die variant van humanisme die je maar het best het modianisme kunt noemen. Ook zij herinnert zich iemand, een man die ze ooit op de trappen van het pension in de buurt van haar ouderlijk huis heeft zien zitten. Is het die man die een doorslaggevende rol in haar jeugdig bestaan gaat spelen?

Zij speelt in elk geval een rol in het leven van een man die kennelijk gewichtiger dingen aan zijn hoofd heeft. Zijn geschiedenis doet een gooi naar de grote geschiedenis. Hij wordt krantennieuws; zij blijft slechts een bijrolletje spelen, hoe belangrijk haar liefde voor hem ook is. We leren haar kennen uit een overzichtelijk aantal handelingen, uit een beperkte hoeveelheid gebeurtenissen. Als iemands feitelijke leven een lijnstuk is waarvan de lengte in jaren wordt uitgedrukt, dan worden ons in Modiano's verhaal niet veel meer dan enkele punten ter beschikking gesteld. Twee punten bepalen een lijn, een handvol triviale gebeurtenissen bepaalt een geschiedenis, een leven.

Dat is op de een of andere manier tragisch en het stemt weemoedig - zoals tegelijkertijd de intense liefde waarmee Modiano daarmee aan het werk gaat, onvergetelijk is. En eigenlijk is dat raar, zoals het eerlijk gezegd een beetje gênant is dat je je daar na kennisname zo door belast gaat voelen. In de roman Dora Bruder kreeg dat joodse pubermeisje dat het boek zijn titel gaf op grond van die ene kleine advertentie en het stapeltje bureaucratische gegevens dat Modiano pijnlijk toegewijd bij elkaar scharrelde, en dat niet veel meer dan een transparant dossiermapje gevuld kan hebben, een geschiedenis en een gestalte die je maar moeilijk weer vergeten kon. Zes miljoen doden zijn een statistiek, jawel, maar een meisje dat verdwenen is, is een verhaal, is geboekstaafd verdriet, dat, ook al gaat het je niet persoonlijk aan, toch deel gaat uitmaken van je individuele geheugen.

Zoals het met Dora Bruder ging, gaat het met de drie vrouwen in Des Inconnues. Doordat zij naamloos blijven wordt het modianisme er in feite nog scherper door uitgewerkt. Waar moet ik haar opbergen, het meisje uit Annécy, dat we in het tweede verhaal vijftig bladzijden lang, gulle interlinie, volgen? Onderweg van een weekendje thuis naar het internaat waar ze schoolgaat, besluit ze haar lot in eigen hand te nemen. Dat worden dus van die deprimerende avonturen waaraan de meeste mensen worden uitgeleverd die uit het patroon van hun levensgeschiedenis stappen omdat ze zich aangetrokken voelen tot een groter verhaal - en die avonturen lopen, het spreekt haast vanzelf, verkeerd af.

Modiano schrijft daarover in die onopgesmukte stijl die al zijn boeken kenmerkt. Als je die goed analyseert, potlood in de hand, stel je vast hoe weinig hij je eigenlijk te bieden heeft en hoezeer dat gebeurt door middel van ouderwetse verteltechniek. 'Dat jaar kwam de herfst eerder dan gewoonlijk', of: 'Ik ben geboren in Annécy', of, laatste verhaal: 'Ik ben ongetwijfeld veel details vergeten, maar als ik terugdenk aan die tijd (. . .).' Zo begint Modiano zijn verhalen; 't is nog net geen 'Er was eens', maar het scheelt niet veel.

Zo onopvallend als ze zich voordoen, Modiano's onbekende voorbijgangers, zo lastig zijn ze te vergeten.

Meer over