Vulpen

Iets kwijt. Iedereen is wel eens iets kwijt. Je kunt het dan zoeken (en vinden). Je kunt het uit je hoofd zetten....

Ik kan ook helemaal beroerd worden van een ontbrekend stukje bezit (een ontbrekende schakel in mijn leven, had ik bijna gezegd) dat zich duizend kilometer verderop bevindt, op ons erf in Frankrijk. Zo moet ik het al maanden stellen zonder mijn favoriete vulpen, een original Parker 51 met een goudzilveren dop waarin het silhouet van mijn lievelingswolkenkrabber, Chrysler Building, is te zien. Een prachtige pen, waarmee ik nauwelijks schrijf; een prachtige wolkenkrabber, waarop mijn vrouw en ik vijftien jaar geleden zicht hadden vanuit een hotelkamer. De wereld was toen nog onschuldig, je kon nog met je broeksriem aan door de douane op Kennedy Airport. Het kan ook zijn dat de wereld niet onschuldiger was, maar dat wijzelf het waren. Laat de wereld het gewicht maar dragen. Hoe dan ook.

Afgelopen zomer vergat ik mijn Parker 51 in Frankrijk. Dat moet haast wel. Ik heb het huis hier diverse malen overhoopgehaald, alle pakken en jassen nagelopen, niks gevonden. Mijn kantoor loop ik nog wekelijks na, misschien wel dagelijks als ik de keren meereken dat ik in de auto ineens aan die verdomde pen moet denken. Je wordt niet trotser op zo’n pen als-ie zolang weg is. Er sluipt iets van haat in de relatie zelfs. Het is de pen of ik, het is mano à mano. Hij houdt zich gedrukt, ik niet. Mijn liefde is en blijft onvoorwaardelijk. Wat te Doen? Lenin stelde zichzelf die vraag ook, en begon met het uitroeien van zijn tegenstanders. Later gooide Stalin er nog een schepje bovenop en hij had het op het hele Russische volk voorzien. Dat ging nog best goed, maar of hij ooit terugvond wat hij was verloren, weet ik eigenlijk niet. Het is een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis, hoor je dan te zeggen, en dat is een van de redenen dat ik niet zo van geschiedenis houd, maar ja, wie ben ik en waarom? Precies, van die vragen.

Daar krijg ik mijn pen niet mee terug. De snelste oplossing leek me de aankoop van een nieuwe, maar dat bleek moeilijker gezegd dan gedaan: ik kon de pen nergens te pakken krijgen. Bij mijn favoriete leverancier van schrijfgerei hadden ze hem wel, een paar prachtige exemplaren zelfs, maar niet de collector’s edition die ik zocht. Ik vond het ook een laffe oplossing. Iets kwijt, meteen vervangen. Alsof zo’n pen helemaal niet heeft bestaan. Dat gaat mij ook te ver. ‘Zet hem uit je hoofd’, zegt mijn vrouw dan, ‘hij duikt op een dag wel weer op. We komen vanzelf weer in Frankrijk.’ Dat is waar. Maar ik mis hem. Soms doet het zelfs bijna pijn. Ik realiseer me hoe kinderachtig het klinkt. Man uit het lood door ontbrekende vulpen. Dan stap ik ’s ochtends in de auto. De tank is vol, de iPod aangesloten, alle liedjes waar ik niet zonder kan, op de achterbank ligt de winterjas, in mijn binnenzak branden de creditcards. Ik start de auto, wacht tot het lekker warm is en luister intussen naar het nieuws. Vanuit het zuiden is droge lucht onderweg. Ik rijd de straat uit en al aan het einde wacht de eerste keus: linksaf of rechtsaf. We moeten links, er is nog niets verloren. Ook de volgende bochten voeren nog niets in hun schild. We gaan gewoon naar de ring. En zelfs daar heb ik nog lange tijd de keus. Over Utrecht en Gorkum, over Den Haag en Rotterdam. Ja, er voeren vele wegen naar mijn vulpen en een dezer dagen haal ik hem op. We zijn nou lang genoeg burgertrut geweest.

Meer over