Vulkaan of burn-out

Het leek zo mooi. In één uur produceert alleen de Luxemburgse werknemer meer dan zijn Nederlandse collega. Maar trots schijnt niet op zijn plaats....

Dan de Amerikanen: die nemen hun schaarse vakantiedagen niet op en werken massaal over. Veel brood en weinig spelen. Maar liefst tweeduizend productieve uren gemiddeld per jaar. En dat heeft in het afgelopen jaar geleid tot een stijging van de productiviteit per werknemer met 5 procent. Bravo! Nederlanders lijken met hun talrijke vakanties en korte werkweken eerder te leven volgens de wetten van Gezelle: 'Liever vrij en geen eten, dan met een vulle buik aan een ijzeren keten.'

Tot voor kort had de Nederlandse werknemer geen keus. Vakantie en ADV-dagen moesten op, want niet opgemaakte dagen uit laten betalen, mocht niet. Alleen als er aan het einde van de arbeidsrelatie nog dagen openstonden, dan mochten deze worden uitbetaald. Opsparen had ook niet veel zin, omdat vakantieaanspraken na twee jaar verjaarden.

Sinds 1 februari van dit jaar ziet de vakantiewetgeving er een beetje anders uit. De werknemer kan nu zowel vakantie sparen als laten uitbetalen. De wetgever achtte een flexibeler vakantieregeling noodzakelijk om de werknemer meer mogelijkheden te geven arbeid met zorg te combineren. Door de introductie van het verlofsparen kunnen vakantierechten nu worden opgespaard om wensen op het terrein van bijvoorbeeld educatief verlof, vervroegde pensionering en zorgtaken te realiseren. Workaholics kunnen vakantiedagen verzilveren.

Een uitdrukkelijk uitgangspunt van de wetswijziging was dat vakantie zijn recuperatiefunctie moest behouden. Vakantie is bedoeld voor herstel na gedane arbeid en dus ook om stress en burn out te voorkomen. Juist deze recuperatiefunctie dreigt met de flexibilisering in de knel te komen. Op basis van de wet heeft iedere werknemer jaarlijks recht op vier weken vakantie. Daarbovenop komen veelal extra dagen wegens leeftijd en ADV. Dat zijn de bovenwettelijke dagen. De werknemer kan wettelijke en bovenwettelijke dagen opsparen, waardoor er van de broodnodige jaarlijkse recuperatie niets terecht komt.

Voor uitbetaling komen alleen de bovenwettelijke dagen in aanmerking. Maar omdat de werkgever de werknemer niet verplicht op vakantie kan sturen, kan het voorkomen dat in een bepaald jaar de wettelijke vakantie niet wordt opgenomen. In het volgend jaar kunnen dan alle in het voorafgaande jaar niet opgenomen dagen, wettelijk en bovenwettelijk, worden uitbetaald. Dan komt er dus noch van het recupereren, noch van het sparen in het kader van de combinatie van arbeid en zorg iets terecht. Het lijkt erop dat de wetgever het niet helemaal goed heeft gedaan.

Het valt te hopen dat werknemers de verleiding van het op grote schaal afkopen van vakantiedagen kunnen weerstaan en brood met spelen zullen blijven combineren. Nog mooier is zoals Carmiggelt het zag: 'Was ik maar een vulkaan: lekker in de zon liggen roken en iedereen zegt: kijk hij werkt.'

Meer over