Vuistslag op een blinde muur

'Tóóóóóóó-niii-ióóóóó...!' Met deze brul van ontzetting begint het requiem dat A. F. Th van der Heijden maakte voor zijn verongelukte zoon. In de finale richt de schrijver zich op en blijkt een tovenaar.

ARJAN PETERS

Foto Klaas Koppe

Om te beginnen: er zijn woorden voor. Bij alle onbevattelijks is dat een wonderbaarlijkheid als bonus. Het vorig jaar verloren A.F.Th. van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich op Eerste Pinksterdag hun zoon Tonio (15 juni 1988 - 23 mei 2010), student Media & Cultuur en begaafd fotograaf, aan de gevolgen van een verkeersongeluk in nachtelijk Amsterdam. Precies een jaar later verschijnt het vuistdikke Tonio, getooid met de ondertitel 'een requiemroman'. Een niet bestaand genre, als om de uitzonderlijkheid van deze situatie te accentueren.

Zo vaak als Van der Heijden, die zijn uitgevers en lezers rustig twintig titels in het vooruitzicht kon stellen, in zijn ongeremde ambitie kon speculeren over het schrijven van 'het onmogelijke boek', nooit heeft hij hier aan gedacht: een eerbetoon aan zijn eigen zoon, aan wiens leven een bruut einde kwam, een maand voordat hij 22 jaar zou worden.

Maar dit is het onmogelijke boek. Het noodlot heeft hem hiertoe uitgedaagd. Tonio is de inlossing van een verplichting. Van der Heijden kan niks meer, nadat hij en zijn vrouw op die zwarte zondagochtend naar het ziekenhuis zijn gebracht, waar hun zoon nog op de Intensive Care aan de beademing ligt, maar enkele uren later door het medisch team moet worden opgegeven.

Het werk aan de roman waar hij in die dagen mee bezig was, stokt. In plaats daarvan begint hij aan een journaal van rouw, een verslag van pijn, gemis, van zelfverwijten ook ('Zijn ontijdige dood bewijst dat ik de zaken verkeerd heb aangepakt, met te weinig inzet, en dat ik belangrijke dingen over het hoofd heb gezien'), en van woede.

Een rampenscenario waar de schrijver, bedreven in het uitdenken van complexe intriges en onmogelijke werkschema's, niets mee kan. De schrijver schrijft niet meer, hij maakt dit requiem, en dat is geen schrijven, maar overleven.

Onder die omstandigheden ontstaat Tonio. Het boek opent met een kreet: 'Tóóóóóóó-niii-ióóóóó...!' Daar resoneert veel in mee: het is een aanroeping, een schreeuw achterom, een terugroeping, de brul van ontzetting die een lawine van 633 pagina's veroorzaakt, de vuistslag op een blinde muur. In de verte galmt er zelfs avontuurlijkheid in na: begon de ridderserie Ivanhoe, naar het boek van Walter Scott, niet ook met zo'n roep die een oproep was? We gaan beginnen.

En zo komt Tonio toch de literatuur binnen. Eigenlijk is dat met zijn naam (naar Tonio Kröger van Thomas Mann) al gebeurd, en met het omslag: voor een groepsopdracht op de Foto-academie heeft Tonio zich in 2006 vastgelegd als Oscar Wilde. 'De Nederlandse literatuur en ik, dat is een ramp', kon de beeldbeluste jongen tegen zijn vader zeggen. Het leek er dan ook op, dat Tonio's aanwezigheid in de letteren beperkt zou blijven tot ontwapenende figurantenoptredens: als kind 'samen signeren' naast vader Adri. Later: gewapend met een camera met hem mee naar het Boekenbal.

undefined

Meer over