Vuile handen maken en hulpverlening gaan samen

Hulporganisatie Artsen zonder Grenzen heeft vaak concessies gedaan aan haar eigen principes van onafhankelijkheid om haar werk te kunnen doen. Hoe ver kun je gaan om mensenlevens te redden?

LAURA DE JONG en IRENE DE POUS

Hanneke van Sambeek, bestuurslid Rode Kruis:

'Het Rode Kruis maakt geen onderscheid tussen goede of foute partijen, maar onderhandelt met iedereen die van belang is om toegang te krijgen tot de slachtoffers. Maar we moeten zelf kunnen bepalen wie die slachtoffers zijn. Als dat niet kan en we concessies moeten doen aan onze onafhankelijkheid, dan vertrekken we. De praktijk leert dat hulpverleners vaak voor deze ethische dilemma's komen te staan. Als zij in een situatie komen waarbij het er op lijkt dat we concessies moeten doen aan onze onpartijdigheid, dan wordt er in het hoofdkantoor in Genève over besloten.'

Linda Polman, onderzoeksjournalist en auteur van onder meer De Crisiskaravaan - achter de schermen van de noodhulpindustrie:

'Vuile handen maken is inherent aan de hulpverlening. Hulporganisaties weten dat, maar zijn maar zelden bereid om toe te geven dat er structureel concessies worden gedaan. Nu maakt elke hulporganisatie haar eigen afweging over wat in dat opzicht aanvaardbaar is en wat niet. Dat is niet goed, want zo kan elk fout regime onderhandelen met hulporganisaties over de te betalen prijs om in een gebied te mogen werken. Strijdheren in conflictgebieden weten dat en proberen organisaties zo tegen elkaar uit te spelen.'

Farah Karimi, directeur Oxfam Novib:

'In conflictgebieden is het de laatste jaren steeds lastiger geworden om toegang te krijgen voor humanitaire hulpverlening. Door de war on terror groeit het wantrouwen tegenover westerse hulporganisaties. Wij zien maar één oplossing en dat is de lokale organisaties versterken en daarmee samenwerken. Zij zijn ingebed in de gemeenschap en krijgen daardoor vaak betere bescherming. Wij zien bijvoorbeeld in Somalië dat dit werkt.'

Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan Wageningen Universiteit:

'De wereld van de humanitaire hulp is niet voorspelbaar en hangt ook af van de politieke context, dus natuurlijk worden daar ook verkeerde keuzen gemaakt. Het is belangrijk om dit onder ogen te zien en daarvan te leren. Het zijn zelden ja-of-nee-keuzen. Als je heel veel mensenlevens kunt redden in ruil voor samenwerking met een dictatoriaal regime, vind ik dat je moet samenwerken. Maar het zijn zwaarwegende dilemma's.'

Kathleen Ferrier, CDA-kamerlid voor ontwikkelingssamenwerking:

'Nood breekt wetten. Als er mensenlevens gered moeten worden, kan het zijn dat je dingen moet doen die je liever niet doet. Wij vinden als christen-democraten dat mensenlevens altijd voorgaan. Maar hulporganisaties moeten zelf bepalen hoe ver ze daar in gaan. Ik juich kritisch zelfonderzoek daarom toe. Hulpverleners in conflictgebieden bevinden zich al gauw op een glijdende schaal en dat moeten zij goed beseffen.'

Tineke Ceelen, directeur Stichting Vluchteling:

'Het is logisch dat je ver gaat en concessies doet als je slachtoffers wil helpen in ontwikkelingslanden. Het is voor organisaties die noodhulp verlenen moeilijk om schone handen te houden. In landen waar zulke organisaties werken, gebeuren nou eenmaal dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. En toch wil je daar werken om mensen te helpen die dat nodig hebben. Daarvoor moet je soms onderhandelen met foute partijen met bloed aan hun handen of je laten begeleiden door gewapende escortes.'

undefined

Meer over