Nieuws

VU financiert mensenrechtenonderzoek met Chinees geld

Een onderzoekscentrum van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam financierde drie jaar lang onderzoek naar mensenrechten met Chinees geld. Twee prominente hoogleraren van het centrum spreken zich regelmatig positief uit over mensenrechten in China.

Hessel von Piekartz
 In 2018 strandde een project van de Rijksuniversiteit Groningen om een Chinese dependance te openen na zorgen over censuur en inperking van de academische vrijheid. Beeld Ruben Lundgren
In 2018 strandde een project van de Rijksuniversiteit Groningen om een Chinese dependance te openen na zorgen over censuur en inperking van de academische vrijheid.Beeld Ruben Lundgren

Dat blijkt uit documenten die de NOS heeft gepubliceerd. Volgens die stukken kreeg het Cross Cultural Human Rights Centre (CCHRC) in 2018, 2019 en 2020 tussen de 250 en 300 duizend euro van de Southwest University of Political Science and Law uit de Chinese stad Chongqing. Het centrum gebruikte het geld voor het organiseren van conferenties, het uitgeven van een wetenschappelijk tijdschrift en de ontwikkeling van een ‘globale visie op mensenrechten’. China zou de afgelopen jaren de enige geldschieter van het centrum zijn geweest.

Chinese universiteiten zijn direct verbonden aan de Chinese staat. ‘De regering, het leger, de samenleving en het onderwijs: oost en west, zuid en noord, de partij is overal leidend,’ zei de Chinese president Xi Jinping in 2017 al.

De kritiek op de mensenrechtensituatie in China is de afgelopen jaren flink toegenomen, bijvoorbeeld in internationale verontwaardiging over de behandeling van de Oeigoeren, een islamitische minderheid in het land. Volgens schattingen van de Verenigde Naties werden sinds 2016 tot een miljoen Oeigoeren vastgehouden in heropvoedingskampen waar ze onder meer te werk worden gesteld.

De VU ontkent dat de academische onafhankelijkheid van het centrum in het geding is geweest. De universiteit schrijft dat in de contracten is vastgelegd ‘dat de academische vrijheid van het centrum en haar medewerkers onverkort gewaarborgd blijft’.

Toch zijn er wel degelijk zorgen over de invloed van China. Zo doen prominente medewerkers van het instituut geregeld uitspraken die letterlijk de officiële lijn van de Chinese communistische partij weerspiegelen. Een medewerker, hoogleraar Peter Peverelli, doet op het sociale medium Linkedin berichten over dwangarbeid in de Oeigoerse regio Xinjiang af als ‘leugens’ van westerse media.

Directeur van het CCHRC, hoogleraar Tom Zwart, zei in een interview met de Chinese staatstelevisie CGTN dat men ‘het denken van mensenrechten niet moet overlaten aan politici, vooral niet aan westerse politici’. In een reactie aan de NOS ontkent Zwart de uitspraken niet, maar stelt dat zijn citaten ‘in een frame’ zijn geplaatst door de staatstelevisie.

‘Past in internationale strategie Bejing’

De financiering van het Nederlandse mensenrechtencentrum past in de internationale strategie van Beijing het geluid van de Chinese staat luider in het internationale politieke en academische discours te laten doorklinken, zegt Marije Vlaskamp, oud-China-correspondent van de Volkskrant. ‘China wil dat de zienswijze van de Chinese staat overal ter wereld luider klinkt. Om dat te bereiken maakt China heel slim gebruik van legale mogelijkheden van landen en instellingen. Zo verspreiden ze hun ideologie over onder meer mensenrechten, waarbij individuele rechten ondergeschikt aan de collectieve mensenrechten en het recht op economische ontwikkeling boven bijvoorbeeld politieke vrijheden zoals vrijheid van meningsuiting staat.’

Academici die geld ontvangen worden niet gedwongen het Chinese standpunt te vertolken, maar China hoopt wel dat ze dat gaan doen, zegt Vlaskamp. ‘De beïnvloeding vindt op een andere manier plaats. China doet moeite om mensen die ontvankelijk zijn voor het Chinese narratief aan zich te binden. Ze steken tijd en geld in het vormen van de meningen van bijvoorbeeld academici. Dat gaat heel subtiel. Sommige academici denken met Chinese samenwerking daadwerkelijk iets kunnen veranderen in het land. Aan de andere kant denkt de Chinese staat: we zorgen dat deze mensen onze standpunten gaan vertolken in het westen. Wie in die relatie het overwicht heeft, de individuele academicus of de Chinese staat, laat zich raden.’

Chinese invloed op de academische wereld leidt vaker tot problemen. In 2017 haalde Cambridge University Press onder druk zo’n drieduizend artikelen over onder meer de Culturele Revolutie van Mao Zedong van hun Chinese website. De beslissing werd na internationale kritiek teruggedraaid. In 2018 strandde een project van de Rijksuniversiteit Groningen om een Chinese dependance te openen na zorgen over censuur en inperking van de academische vrijheid.