VS vrezen averechtse werking van acties tegen Jakarta

De Verenigde Staten staan huiverig tegenover een interventie in Oost-Timor. Washington vreest een gewelddadige reactie van het Indonesische leger. Het geweld in andere brandhaarden in Indonesië kan gemakkelijk oplaaien....

De Amerikaanse regering heeft de afgelopen dagen via stafchef generaal Shelton geprobeerd druk uit te oefenen op de generaal Wiranto, de commandant van het Indonesische leger. Shelton stelde Wiranto voor de eenheden op Oost-Timor weg te halen en hen te vervangen door troepen die geen banden hebben met de milities.

Uit frustratie over het trage optreden van Wiranto zegde het Pentagon gisteren de samenwerking met het Indonesische leger op. Vooralsnog ziet het ernaar uit dat Washington het bij deze demonstratie van ongenoegen zal laten. Nationale-veiligheidsadviseur Samuel Berger liet eerder deze week weten dat de VS niet piekeren over militair ingrijpen.

'Dat we in Kosovo gebombardeerd hebben, betekent nog niet dat we Dili moeten gaan bombarderen', zei hij. 'Indonesië is het op drie na grootste land ter wereld. Het maakt nu een heel broze, maar enorm belangrijke politieke en economische transformatie door en de Verenigde Staten staan daar achter.'

Op het eerste gezicht ligt de situatie volkenrechtelijk makkelijker dan bij Kosovo, dat onder Joegoslavië valt. De wereld heeft de annexatie van Oost-Timor door Indonesië nooit erkend.

Maar de VS houden zich aan het akkoord dat Indonesië op 5 mei met de VN en Portugal sloot en dat de weg vrijmaakte voor het referendum over onafhankelijkheid. Daarin werd afgesproken dat Indonesië zou zorgen voor de veiligheid op Oost-Timor, om een vreedzame volksraadpleging mogelijk te maken.

De mogelijkheden waaruit Washington kan kiezen, zijn ook tamelijk beperkt, merkt een Europese diplomaat in Washington op. 'Er zitten 25 duizend Indonesische militairen in Oost-Timor. Stel je voor wat er zou gebeuren als je daar tegen de zin van Jakarta probeert binnen te vallen.'

Volgens Catharin Dalpino, expert op het gebied van Zuidoost-Azië bij het Brookings-instituut in Washington, is de Amerikaanse regering doodsbenauwd dat ingrijpen een kettingreactie van geweld zal veroorzaken in Indonesië. Zij wijst op de demonstraties in Jakarta, waarbij nationalistische betogers de Australische ambassade probeerden te bestormen. 'De regering is bang dat het geweld zal overslaan naar gebieden als Atjeh en misschien zelfs naar de buurlanden', zegt ze.

Daar komt volgens haar bij dat Washington bang is de betrekkingen te verstoren tussen het leger en waarnemend president Habibie, die vorig jaar aan de macht kwam na een volksopstand tegen president Suharto. De vrees is dat het leger de macht naar zich zal toetrekken, als Habibie naar het gevoel van de militairen over zich heen laat lopen.

Ook voor economische sancties lijkt Washington vooralsnog niets te voelen. Volgens een diplomaat wordt er wel gepraat over het op de lange baan schuiven van een beginselovereenkomst over herstructurering van de buitenlandse schulden van Jakarta. Maar Washington is bang dat het stopzetten van de hulp een economische chaos zal veroorzaken.

Ook als Jakarta instemt met de komst van een VN-troepenmacht, zullen de VS geen troepen sturen, zegt Dalpino. Daarbij speelt volgens haar het Vietnam-trauma mee.

De VS hebben altijd een wat dubbelzinnige houding ten opzichte van de Indonesische aanspraken op Oost-Timor gehad, merkt een diplomaat in Washington op. Vlak voordat het Indonesische leger Oost-Timor in 1975 binnenviel, liet de Amerikaanse regering Jakarta weten dat het daar geen bezwaar tegen zou maken. Daarbij speelde mee dat Washington huiverig was voor het marxistische karakter van het Fretilin, het Oost-Timorese bevrijdingsfront.

Pikant was dat de huidige Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Richard Holbrooke, toen de leiding had over het beleid voor Zuid-Oost Azië.

Meer over