Vrouwenteam in Peking op revanche uit

Het Nederlandse vrouwenteam boekte bijna twee decennia het ene bijzondere internationale resultaat na het andere. Van 1989 tot 2006 tellen we twintig podiumplaatsen met als hoogtepunt de wereldtitel in 2000....

Kees Tammens

In China zit Nederland in één van drie groepen van achttien landen. De eerste opdracht is een plaats bij de eerste vijf waarna in de ronde van 16 de knock-out begint. Bep Vriend-Carla Arnolds, Anneke Simons-Jet Pasman zijn de routiniers met Claudia van der Salm-Anke Wijma als debutantes.

Duitsland en Zweden zijn sterke concurrenten. Van Hongarije, Ierland, Griekenland, Turkije en Letland ligt Nederland niet wakker. Onbekenden zijn Korea, Taiwan, Singapore, Pakistan, Mexico, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland. Van Barbados, Marokko en Jamaica wordt niet al te veel verwacht. De prognose: het begint voor Nederland pas echt bij de laatste zestien.

Twee spellen uit de rijke historie van het Nederlandse vrouwenbridge. Rotsvaste kracht Bep Vriend keek bij de Olympiade 1984 in diagram 1 tevreden toe hoe haar toenmalige partner Petra Kaas op fraaie wijze een manche binnen sleepte.

Zie diagram 1

Na de uitkomst van een kleine ruiten, *H in de dummy, *A in oost, getroefd door zuid, was *H voor *A in west die opgezadeld was met een lastig naspel. Uiteindelijk koos zij voor een kleine klaveren voor *H in zuid. De leider trok nog twee keer troef en ging met *V naar het aas van west van slag die veilig klaveren naspeelde voor *B. Ook *10 meegenomen en vervolgens verscheen *V op tafel, *8, *5 hetgeen oost in een dilemma bracht. Neemt zij *A dan is *H in de dummy de entree voor *V. Oost dook daarom en de leider speelde een kleine harten, in west *B, gedoken in de dummy (de leider wist na de pas van west dat zij naast de zwarte azen niet ook *A kon hebben). Opnieuw was oost machteloos. Neemt zij *B over met *A dan is *H hoog en duikt oost *B dan kan west niets anders dan ruiten spelen voor *V, waarop de laatste harten van zuid verdwijnt.

Een gemiste kans voor west: indien zij *B onder *V deponeert, weigert oost deze slag en maakt later met *A10 achter *H twee slagen.

In Nederland-Duitsland bij de Olympiade-2004 in Istanbul boekte Nederland in diagram 2 een opmerkelijke swing.

Zie diagram 2

Het Duitse paar ontdekte het potentieel van de noord-zuid handen in het geheel niet. Na de zwakke 2*-opening was 3* een vraagbod dat naar de kracht van de 2*-opening informeerde. Zuid gaf met 3* een minimum aan, een idee waarover je van mening kunt verschillen. Noord zwaaide af in 3* voor tien slagen.

De op dit moment oud-internationals Wietske van Zwol en Femke Hoogweg lieten met een handige afspraak zien dit spel veel beter te begrijpen.

2* was een multicolored opening, meestal een zwakke twee in * of *. Met 3* vroeg noord of zuid de kleur onder haar zwakke twee wilde bieden. Noord kon nu 4* bieden: een sterk spel met vijf kaarten in klaveren plus vijf kaarten in * of *. Voor zuid, van Zwol, was haar hand in alle opzichten (*A, een singleton ruiten en uitstekende *-steun) goud waard en zij besloot tot een spectaculaire sprong naar 6*, een contract dat moeiteloos werd gemaakt.

Meer over