Vrouwenquotum ook in Duitsland gesneuveld

VAN ONZE VERSLAGGEVER WILCO DEKKER

AMSTERDAM - Duitse beursgenoteerde bedrijven worden toch niet verplicht over vijf jaar minimaal 20 procent vrouwelijke commissarissen te hebben. Een voorstel voor zo'n vrouwenquotum van de sociaaldemocratische SDP, de Groenen en Die Linke werd donderdag in de Bondsdag afgewezen.

Daarmee is bondskanselier Angela Merkel van een netelig probleem verlost, althans tot de verkiezingen in september. Een deel van Merkels eigen conservatieve CDU/CSU had namelijk laten weten het voorstel van de oppositie voor het vrouwenquotum te zullen steunen. Datzelfde gold voor parlementariërs van de andere regeringspartij, de FDP.

Volgens het voorstel moest vanaf 2018 minstens één op de vijf leden van de raden van commissarissen een vrouw zijn. Die wettelijke verplichting zou oplopen tot minimaal 40 procent vrouwelijke toezichthouders over tien jaar. Tot de conservatieven die hun steun hadden toegezegd, behoort ook CDU-minister van Arbeid, Ursula von der Leyen.

Om zo'n succes voor de oppositie kort voor de verkiezingen te voorkomen, knutselden de regeringspartijen een compromis in elkaar dat merkwaardig genoeg nog iets verder gaat dan het afgewezen voorstel van de oppositie.

CDU/CSU en FDP beloven in hun verkiezingsprogramma's op te zullen nemen dat 30 procent van de raden van commissarissen van de beursgenoteerde bedrijven vanaf 2020 wettelijk verplicht uit vrouwen moet bestaan. De afgevaardigden van de regeringspartijen bleken te kunnen leven met de vondst. Het voorstel van de oppositie werd met 320 tegen 277 stemmen verworpen. Nu is slechts 12 procent van de commissarissen bij de beursgenoteerde bedrijven in Duitsland vrouw.

Met die stemming sneuvelt opnieuw een poging daadwerkelijk een vrouwenquotum in te voeren. Vorig jaar probeerde eurocommissaris Viviane Reding een vrouwenquotum van 40 procent ingevoerd te krijgen. Dat plan stuitte op veel kritiek, van onder meer Duitsland en Nederland, en van collega-commissaris Neelie Kroes. De critici zeiden het streven naar meer topvrouwen te steunen. Dat zou echter geen zaak zijn van 'Brussel', maar van de lidstaten zelf. Dat heeft in Duitsland vooralsnog dus niet gewerkt.

Reding zwakte haar voorstel vervolgens af tot een streefcijfer. Daarbij zijn er geen sancties. Wel moeten bedrijven hun gegevens over het aantal vrouwen publiceren. Het idee is dat door maatschappelijke druk van bijvoorbeeld aandeelhouders of belangengroeperingen meer vrouwen op hoge posities worden benoemd.

Ook Nederland heeft zo'n 'wettelijk streefcijfer': in 2016 moet minimaal 30 procent van de raden van bestuur en van de raden van commissarissen van grote bedrijven uit vrouwen bestaan. Volgens de jaarlijkse Dutch Female Board Index is op dit moment 13,3 procent van de commissarissen vrouw. In de raden van bestuur is dat minder dan één op de twintig. Volgens de voorstanders van een vrouwenquotum toont dat aan dat goede bedoelingen niet helpen en wettelijk ingrijpen nodig is. Tegenstanders vinden een vrouwenquotum discriminerend en stigmatiserend.

undefined

Meer over