Vrouwen talen niet naar vleugelmoertjes

Onderzoekers vragen consumenten welke spullen de kruidenier nog meer verkopen kan. Bloemenvazen wel, zeggen de ondervraagden, maar nijptangen, nee...

Mannen worden achtergesteld en voor de kruidenier tellen ze al helemaal niet mee. Je moet als man vechten voor je spullen. Vrouwen niet. Ze maken de dienst uit. Ze bepalen het assortiment. Nylonkousen. In een supermarkt wordt alles wat men eten kan food genoemd door de directie en alles wat men niet kan eten heet non-food. Geen eten. Nylonkousen zijn geen eten.

Aan voedsel verdient de supermarkt weinig, aan geen eten veel. Liever zou de manager geen eten verkopen zoals computers, zondags servies en vierwielenaangedreven terreinwagens. Niet elke klant van elke supermarkt vertrouwt blind op de kwaliteit van de oneetbare spullen die een supermarkt aanbiedt. Mensen vinden het maar een vreemd idee, een computer kopen bij de kruidenier. Klanten van Aldi denken ruimer dan die van andere supers (onderzoek Erasmus Universiteit, Rotter dam). Dat komt omdat Aldi ze al jarenlang vreemde dingen heeft aangeboden. Appel bo men en tennisballen. Ze zijn het gewend.

Rotterdamse onderzoekers hebben in een paar honderd huishoudens een enquête gehouden naar wat men vindt dat de supermarkt aan oneetbaars zou kunnen verkopen en wat absoluut niet kan. De mensen werd niet gevraagd wat ze graag in de winkel zouden willen zien, maar naar hoe raar of niet raar ze sommige dingen zouden vinden in een supermarkt. Het onderzoek leverde een lijst op met percentages. Die lijst bewijst het. Vrouwen maken de dienst uit.

Schrijnend voorbeeld is de bloemenvaas. Hoe gek zou u het vinden als uw supermarkt bloemenvazen ging verkopen? Bijna de helft van de ondervraagden vindt dat helemaal niet gek. En daarmee scoort de bloemenvaas heel hoog op de lijst van goed te verkopen oneetbare spullen bij de kruidenier. Een bloemenvaas is een vrouwending. Een steenboortje van 9 millimeter? Het kwam niet op in koppen van de onderzoekers. Met een steenboortje kan men een gaatje in een muur boren, mevrouw, en hoewel u zo'n gaatje weleens hebben wilt, hebt u geen idee van het bestaan van het boortje en weet u al helemaal niet waar u het zoeken moet.

Ik kijk na het lezen van de uitslagen van het onderzoek in supermarkten wat er aan oneetbare spullen te koop is. Tientallen dingetjes vind ik waarvan ik het bestaan niet eens wist. Ik koop negen felgekleurde rondjes in een zakje voor veel geld en vraag aan de kassa waarvoor ze zijn. Elastiekjes zijn het voor in het haar. Van vrouwen! Maar een paar vleugelmoertjes? Nee, die verkoopt de kruidenier niet, dat is iets wat raar zou worden gevonden als onderzoekers het zouden vragen.

IJzergaren hebben ze wel, spijkers niet. Uit de steden zijn manufacturenwinkels verdwenen en wat er te koop was verkoopt nu de supermarkt. Parelmoeren knoopjes voor overhemd en jurk.

Maar ook ijzerwarenwinkels gingen failliet. Toch is er geen schroefje, geen moertje, nijptang, geen steenboortje tussen de non-food te bekennen. Je pakt je auto maar, man, en je rijdt voor je moertje maar een halve tank leeg naar de Gamma op een industrieterrein achter Arnhem. Het is vreemd verdeeld in het winkelcentrum. Actiegroep oprichten?

Meer over