Vrouw van de wereld

Geruime tijd geleden ontmoette ik hen voor het eerst op een opening. Sindsdien zag ik beide jongens nog weleens, maar steeds sporadischer en op den duur helemaal niet meer....

Wim T. Schippers stelde het paar aan me voor, ongetwijfeld met raadselachtige grijns en fluwelen oogopslag. Van den Boogaard is een goede vriend van Wim en niet alleen vanwege de 'klare lijn' waarmee de getalenteerde tekenaar diens overbekende schepping in talloze strips heeft vereeuwigd. Ik doel natuurlijk op Sjef van Oekel, niet te verwarren met Dolf Brouwers, ooit mijn vaders kapper in Den Haag, God hebbe hun beider ziel.

Ik herinner me veel over- en weergegoochel met filtersigaretten. In die tijd werd er nog, afgezien van oeverloos gezopen, schaamteloos op los gepaft. Onlangs maakte Karel met die autodestructie korte metten. Terwijl Theo, al doortekenend, alles tot zich bleef nemen wat God verboden heeft, zette zijn huisgenoot, met weinig meer om handen dan zijn eigen omhulsel, zichzelf geregeld op rantsoen.

Destijds noemde hij zich Carus: 'Carus Sol, dierbare zon. Mooi, hè! Dat klinkt toch veel beter dan dat stomme Karel, vind je ook niet?!' Zijn hoge, ietwat ijle stem was dwingend en zijn ogen, wijdopen rozijntjes, wisten van geen wijken. Voor zijn toehoorders was er geen ontkomen aan; luisteren was de boodschap en nog reageren ook. Natuurlijk, beaamde ik, Carus klonk beduidend beter. Nog was het onderwerp niet van de baan: 'Karel is zo gewóón!' Zijn toon was een mengeling van nadenkend en opgetogen, alsof hij net op dat moment de ontdekking van zijn leven had gedaan. En toen reactie uitbleef (vriend Theo had de hartenkreet vast al eens eerder gehoord): 'Dat ís toch zo?!'

Nog zie ik mezelf zo betrouwbaar mogelijk knikken. Niet alleen uit angst dat spreker anders nog langer op zijn stokpaard door zou draven, maar ook om hem niet te laten merken dat ik liever met zijn vriend wou praten. Even tevoren had deze met die brede kinderglimlach van oog tot oog - zo ver staan zijn blauwe kijkers uit elkaar - mijn hart gestolen. Op de valreep zag ik kans, door Carus / Karel heen, naar Van den Boogaards wel en wee te informeren. Daarna werden we allemaal dronken.

Zo ook veertien dagen geleden toen ik met het vriendenpaar - Karel heette gewoon weer Karel - aan tafel zat bij Sociëteit de Kring. Wat hebben we gelachen, geroddeld en gelachen. Dat was na de repetitie van het koor waarvan ik voor het tweede seizoen deel uitmaak: als warme, maar vooral harde alt; anders ontglipt mijn eigen stem me. Sinds kort heeft Theo zich bij ons aangesloten. Zíjn bas / bariton hoor je niet; daar is hij te bescheiden voor.

Karel kwam zijn vriend, zoals iedere week, halen. Nog steeds praatte hij honderduit en zonder enige reserve, maar inmiddels had hij ook leren luisteren waardoor zijn overmededeelzaamheid me steeds meer ging vertederen. Ditmaal was hij zelfs opvallend weinig aan het woord. Dat kwam door de pijn aan zijn borst en armen. Een paar dagen tevoren had de ijverige huisman een vlondertje geschrobt. 'Raar hè, dat je daar zo'n spierpijn van kan krijgen!'

Raar ja, want het was geen spierpijn. Op de volgende repetitie van het koor kwam Theo niet opdagen. Wel was er een fax dat Karel onverwacht aan een hartinfarct was overleden. Thuis vond ik de rouwkaart waarop onder andere twee cursieve regels staan die prachtig aansluiten bij de nog mooiere pentekening ernaast: 'Met Karel brak de zon door en kwam er schwung in mijn leven.'

Karel heeft die tekening, de meest recente van een serie waarmee zijn geliefde een nieuwe artistieke weg inslaat, nog gezien. Aan een tak - een weelderig soort trapeze - hangt een man zonder gezicht met tussen zijn sterke dijen een al even gespierde seksegenoot. Al schommelend reikt het duo naar de sterren.

Op de crematie, onder leiding van begrafenisondernemer David Elders (!) was Wim T. er ook weer, met zijn vrouw Ellen Jens. Bernard van den Boogaard speelde het eerste deel uit Bachs Wohltemperiertes Klavier. Het transparante keyboardgeluid deed me denken aan Karels stem.

Karel Sol werd 52. De jongens waren sinds hun twintigste onafscheidelijk.

Meer over